Ze wil jullie kamernummer weten en je kunt het haar maar beter vertellen. Ze kan erg hard slaan.
Draveil

- Welke weg leidt naar Boze Heks van het Westen? vroeg Doortje.
- Er is geen weg, antwoordde de poortwachter. Niemand wil ooit die kant op.
The Wizard of Oz
 
Het ontbijt. De negerin bestookt twee Amerikaanse meisjes met haar standaardvraag:
- Le numéro de vôtre chambre?
- ?
- Le numéro de vôtre chambre?

Nog dreigender dan de eerste keer. Engels kent ze niet uiteraard. Tijd om in te grijpen.
- She wants to know your roomnumber and you'd better tell her. She can hit you very hard.
Er verschijnt een glimlach op de uitgestreken gezichtjes.
- Twenty-six.
- Et vous voulez quoi?
- ?
- Vous voulez quoi? Café, thé, chocolat...

Dit redden ze verder op eigen kracht, maar later bij de receptie is het weer raak. De receptionist kan ze niet duidelijk maken dat ze de metro naar Châtelet moeten nemen om vandaar uit de SNCF naar Le Havre te pakken. De meisjes willen naar Engeland. Hij spreekt mij aan:
- Vous parlez anglais, n'est-ce pas?
- Oui.
- Et vous comprenez aussi le français.
- Oui, ça va.

Of ik dan zo goed wil zijn het even uit te leggen.
De Fransen hebben een hoop praatjes, maar alleen in het Frans. Het is toch opmerkelijk dat ze je in een Parijse hotelreceptie niet in het Engels te woord kunnen staan. Overigens is deze receptionist een hele aardige, attente en bescheiden man. Dezelfde die mij enkele dagen geleden het visitekaartje gaf en zei dat ik moest terug bellen. Hij wenst me goede reis:
- Bonne route!
  Eerst naar Jardin du Luxembourg. Nu met rugzak. De Japanse meester is met een Tai Ji groep aan het werk. Tussendoor geeft hij aanwijzingen bij het zwaard- en stokvechten. De man is all-round. Bij het verlaten van het park kom ik nota bene de Tamil weer tegen. Big smile. Hij ziet mijn rugzak.
- You are leaving?
- Yes. I'm going south.
- Goodbye,
zegt hij en geeft me een hand.
- Goodbye to you too. I hope you'll find what you are looking for.
Hij haalt de schouders op en sloft weg over de Rue de Médicis. Wat moet er van zo'n jongen terecht komen? Ik volg de Boulevard St-Michel naar de Seine. Ergens knaagt het. Heb ik me niet wat al te gemakkelijk van die Tamil afgemaakt? Was het niet bijzonder toevallig dat ik hem hier net voor mijn vertrek weer tegen kwam? Alsof ik het, bij wijze van spreken, op het laatste moment nog goed kon maken door hem wat geld te geven?

Langs de Seine. De eerste paar kilometers lopen wel aardig over de promenades aan de waterkant. Bij Pont de Bercy begint Quai de la Gare en dat is een vervelend stuk langs de autoweg. Ik heb dit stuk vaker gelopen want hier tussen Pont de Bercy en Pont de Tolbiac liggen de binnenschepen. Het eerste tochtje van de Allegro eindigde hier ergens bij Les Moulins de Paris. We kwamen aan met driehonderd ton tarwe. Daar konden de Fransen stokbroden van bakken. Froment heet tarwe in het Frans. Bouke en ik liepen naar het kantoortje om te vertellen dat de Allegro klaar lag om gelost te worden. De man vroeg wat de lading was en keek verrast toen Bouke antwoordde:
- Fromage. Trois cents tonnes. Driehonderd ton kaas.

Van verre zie ik op het trottoir een hoop vuil liggen: vodden, flessen, karton. Maar er beweegt iets tussen de lompen! Er ligt iemand te slapen. Ik wil een foto te maken, maar weet me te beheersen. Zoveel ellende fotografeer je niet.
De Boulevard Périphérique en daarna is het ergste leed geleden. Cafeetje aan de kade. Een grande café crème kost er slechts negen franc en daaraan kun je zien hoever je alweer buiten het centrum zit. Op de vraag naar het toilet geeft de man mij een sleutel aan een touwtje. Voor het toilet moet je buitenom naar een binnenplaatsje. Toiletpapier is er natuurlijk niet. Dat moet je in Frankrijk altijd op zak hebben.

Waar Marne en Seine elkaar ontmoeten staat een Chinees viersterren hotel: Chinagora - kamers vanaf vijfhonderd franc. Ik steek de Seine over en vervolg mijn wandeling op de rechteroever. Alfortville heet het hier. De verkeersdrukte neemt af, maar het loopt nog niet geweldig. Deze manier om Parijs uit te wandelen - stroomopwaarts de Seine volgen - verdient geen navolging. Het autoverkeer heeft de oevers van de Seine ingepikt. In onze tijd gaat niemand nog lopend deze kant op. Is het voorbij met mijn wandeling over jaagpaden? Einde van de Gele Klinker Weg?

Vanaf Choisy-le-Roi begint iets dat op een promenade lijkt. Ik koop er lunchbenodigdheden en pauzeer op een zonnig plekje naast een smetteloos witte brug. Aan de overkant wonen mensen in hoge flats. Daar ligt ook de spoorbaan. De winkels schijnen aan deze kant van de Seine te staan. Moeders met kinderwagens wandelen de brug over om boodschappen doen. Veel Arabieren.
Ik wrijf m'n voeten nog maar eens in met een nieuw Frans zalfje dat ik gisteren bij Au Vieux Campeur heb gekocht. Zo'n eerste wandeldag moet je extra op je tellen passen. 'Crème vigueur du pieds' staat er op - versterkende zalf voor de voeten. Speciaal voor jogging, een woord dat de Fransen onvertaald uit het Engels hebben overgenomen.
 
 
 



Gare de tirage - rangeerstation
Een Randonnée die de Seine volgt. Ceinture verte (de groene zoom) heet de wandeling op de IGN-kaart en het wordt inderdaad een beetje groener om ons heen. Toch zijn het geen hoogtepunten waarlangs de wandeling voert. Bij Gare de Tirage Villeneuve St-Georges is een autoweg in de route opgenomen. Vanaf Villeneuve St-Georges is er weer een promenade langs het water. Ik stap een café binnen waar alleen Arabieren rondhangen. Jongemannen. Ze spelen, gokken en kletsen. In Frankrijk zijn veel Arabische jongelui werkloos. Ze wonen in les banlieues - troosteloze buitenwijken en voorsteden. Alles gaat goed tot hun achttiende of daaromtrent. Ze krijgen net als alle Franse kinderen een goede opleiding, maar zodra ze van school komen, begint de discriminatie. Dan prefereren de werknemers blanke schoolverlaters en de Arabische jongeren hebben het nakijken. 'Le problème Arabe' noemen ze het in de krant. De Franse égalité geldt niet voor Arabische jongeren.
Orly
We gaan even tweeduizend jaar terug in de tijd. Toen lagen er twee plaatsen met de naam Aureliacum in Gallië - ontstaan uit landhuizen van de familie Aurelius. In het zuiden van Frankrijk werd de uitgang -acum verbasterd tot -ac. Daar ligt nu Aurillac (departement Cantal). In het noorden bleef van -acum -ai of -y over en als je dan de oorspronkelijke naam nog verder inslikt, krijg je Orly.
Volgens de kaart moet ik om op de wandelroute te blijven, de spoorbaan volgen. Ik beland op een merkwaardig pad dat langs de rails de wildernis in voert. Het is zo'n verlaten terrein met struikgewas, autobanden, een verdwaalde koelkast en lege flessen. Mensen zie je er niet. Aan de overkant van de Seine ligt het Parijse vliegveld Orly en regelmatig komen vliegtuigen laag over.
Het pad eindigt voor een groot hek en ik bereid me al voor op een klimpartij. Maar het hekwerk blijkt soepeltjes open te schuiven. Daarna doe ik het hek netjes weer dicht. Aan de andere kant hangt een bordje met de volgende tekst: Danger. Il est interdit au public de traverser les voies. Je mag de spoorbaan niet oversteken.
 
 
Vigneux-sur-Seine is de naam van de plaats waar het zandpad uitkomt. Een stad van vijfentwintigduizend inwoners, hoge flats die je van verre ziet, een stationnetje en een grote supermarkt waar een jonge vrouw in een ouwe Peugeot naast me komt rijden. Ze ziet me de kaart raadplegen.
- Vous êtes perdu?
- Mais non. Nous sommes ici, n'est-ce pas?

Ik laat haar de kaart zien en wijs aan waar we zitten. Klopt. Er zit een groot park aan te komen met bossen en meertjes. Paris Jardins. Ik vraag haar of je er door kunt lopen. Dat kan. Zolang het licht is tenminste. Aardig vrouwtje. De boodschappen heeft ze los op de achterbank liggen. Ze vraagt waar ik vandaan kom en naar toe ga.
- Ooh-la-la une promenade à pied!'
In dat geval zal ik wel geen zin hebben om een stukje mee te rijden. Ze wil me anders best even bij de ingang van het park afzetten. Ze woont er namelijk vlakbij.
- Non madame, très gentil, mais je préfère marcher.
- Oui, je comprends. Bonne route!

En ze scheurt weg met een natuurlijke nonchalance, zoals alleen Françaises dat kunnen. Maar ze trekt net iets te snel op. Alsof ze een beetje boos is. Alsof ik zojuist meer geweigerd heb dan alleen een autoritje van een paar kilometer.
Ik mijmer nog wat na terwijl ik verder loop. Ach ja - misschien had ik moeten instappen. Misschien had ze me wel een slaapplaats aangeboden. Misschien had er nog meer ingezeten. Wie weet wat de goden hadden voorbeschikt? Het is lastig lopen met principes. Vanmorgen de Tamil. Intuïtief ben ik geneigd hem wat te geven, maar uit principe krijgt hij niets. En nu deze charmante dame. Intuïtief zou ik er zo bij in de auto stappen, maar uit principe doe ik het niet. Elke meter moet immers lopend worden afgelegd. Principe versus intuïtie. Vandaag is de stand 2-0.
  Paris Jardins is een park met allerlei Loisirs - attracties zeg maar. Er loopt een treintje, ze hebben een speeltuin, jogging parcours, restaurant, jachthaven, meertjes en je kunt er met groepen overnachten. Ondertussen is het half vijf geworden. Tijd voor een hotel. Ik schiet een agentje aan en vraag hem naar het Bureau du Tourisme.
- Troisième feu à droite. Bij de derde brand rechtsaf.

Draveil heeft drie hotels, zo deelt een jongedame mij mee. Niet veel voor een plaats van vijfentwintig duizend inwoners. Is ze het volledig mee eens. Bovendien liggen ze geen van drieën in het centrum. Ik leg haar mijn strategie uit en ze belt eerst met de goedkoopste. Vol. Dan de op één na goedkoopste. Ook vol. De derde heeft plek. De jongedame heeft een grappige stijl. Eerst vraagt ze of ze nog een kamer hebben en hoe duur die is. Dan legt ze de hoorn er weer op om mij te vertellen dat ze een kamer hebben en hoe duur die is.
- Vous le prenez?
- Mais bien sûr. C'est la seule possibilité, n'est-ce pas?
- D'accord.

En dan belt ze doodleuk nog eens naar het hotel om de kamer te bespreken. Aardige meid verder. Vraagt waar ik vandaan kom en naar toe ga. Ze vindt dat ik heel goed Frans spreek. Waar heb ik dat geleerd? Ik wijs het compliment beleefd van de hand en zeg dat iedereen in Nederland de vreemde talen gewoon op school leert.
- Non, non..., dat gelooft ze niet. Ze heeft hier ook wel Nederlanders gehad waar ze niet mee kon praten. Ze geeft me een plattegrondje van Draveil en ik ga op zoek naar het tweesterren hotel aan de Avenue de Bellevue.
Hôtel des Acacias ligt in een villawijk, vlakbij de brug naar Juvisy. Degelijk, saai en rustig. Een tweepersoons kamer op de begane grond met vitrages, telefoon en televisie. De douche werkt heel eigenaardig. Je moet een knop uitgetrokken houden om water te krijgen. In je eentje sta je machteloos. Als je gaat douchen, moet je iemand meenemen om die knop voor je uit te trekken.
  De aanschaf van sandalen was een goede zet. Nu kan ik na elke etappe in dit schoeisel overstappen.
Kraslot verslaving in de cafés. Millionnaires heten ze. De madame achter de bar verstrekt ze gedwee en wendt belangstelling voor als de klant met een tienfranc stuk staat te krassen. De klant roept 'Merde!' en neemt een slok bier om de teleurstelling te verwerken. Hij staart een tijdje broedend voor zich uit en wil dan nog een kraslot. Un autre. Heel zielig.
  Juvisy aan de overkant van de Seine is de plaats waar ik vijftien jaar geleden met m'n schippersvriend een week met de Allegro heb gelegen. Rond de jaarwisseling was het en het water van de Seine stond hoog. De kades waren verdwenen en straten stonden blank. Overstromingen - inondations. De waterstand was weer eens exceptionel. We lagen te wachten op een vrachtje en Bouke reisde elke dag met de trein naar de schippersbeurs in Parijs. Het vrachtje kwam - laden in La Ferté-sous-Jouarre. We voeren terug naar Parijs, draaiden de Marne op en brachten het tot Lagny-sur-Marne. Daar bleven we onder de brug steken.
In Juvisy staat een Chinees restaurant. Er werkt een charmant Chinees meisje met twee lange vlechten. Ik vraag haar of het goedkope Menu du midi nog verkrijgbaar is: pâte impérial, poulet au curry, glace voor vijftig franc. Ze informeert in de keuken en het is goed. Dit is de eerste Chinees in Frankrijk waar het lukt. Bij een Chinese maaltijd hoort Chinees bier: Qing Tsao.
Het meisje steekt enthousiaste verhalen af tegen haar moeder die met een meewarig gezicht achter de kassa zit. Tegen acht uur begint de Chinees vol te lopen met Fransen. Enkelen geven de vrouw een hand. Vaste klanten.