Dormans
 
Met een van de vrouwen des huizes heb ik half negen afgesproken voor het ontbijt, als compromis tussen mijn acht en haar negen. Ik haal het net. De waard staat buiten op het terras de planten water te geven. Het is een beetje mistig maar droog.
- J'arrive... zegt hij.
Ik vraag hem of de kapitale villa aan de overkant bewoond is.
- Quinze jours par an. C'est un héritage.
De villa is van een Parijse familie die er slechts twee weken per jaar woont - in de vakantie. Achter de villa ligt een groot park. Het hele zaakje wordt onderhouden door een gardien. De waard vindt het maar niks. In Frankrijk gaapt een diepe kloof tussen arm en rijk. Tijd voor de volgende revolutie?


Saint Vincent
Vincent van Saragossa was de eerste martelaar van Spanje (ca 304). De legenden verhalen hoe hij heldhaftig vele martelingen doorstond.
Vincent: van Vincere - overwinnen.
De D224 - een heuvelachtig weggetje door de bossen naar Jonquery. Zondagmorgen en dus bijzonder rustig. Je hoort alleen het gezoem van nijvere agriculteurs die met hun trekkertjes op de hellingen rijden.
Na een uur lopen is het tijd voor Tai Ji op de uitgestorven weg. Er passeert alleen een bakkersauto. Die remt al van ver en rijdt met een grote boog om me heen. De bakker is bang dat ik mij met een onverwachte sprong voor zijn auto werp.
In Quisles staan mooie huizen. De viticulteurs verdienen goed aan de champagne. Mooie auto's staan er ook. De champagne stroomt weg en het geld stroomt binnen. Het zij ze gegund. De wijnboeren verdienen het. Ze nemen hun vak heel serieus en zijn voortdurend tussen de druiven bezig. Vanmorgen ook weer. Ze controleren elk struikje op onregelmatigheden. Een Renault-bestel is hun favoriete werkautootje en dan bij voorkeur in wit uitgevoerd. Het is juni - de druivetrosjes zijn nog heel klein.

Saint Vincent is de beschermheilige van de wijnboeren. Op zijn naamdag, 22 januari, is het feest in de wijndorpjes.
Een beschermheilige is aardig, maar de viticulteurs in deze streek laten het niet helemaal aan de goden over. In Quisles hangt een aankondiging van het gemeentebestuur. Daar valt te lezen tegen welke ziektes preventieve bespuitingen vanuit het vliegtuig zullen worden uitgevoerd. Saint Vincent en de pesticiden - samen redden ze het wel.
Vanuit Quisles loopt er een leuk weggetje tussen de wijngaarden naar Châtillon-sur-Marne. Vignes of vignobles heten ze in het Frans.
  Hebben de Fransen zelf het wijn maken uitgevonden? In een gidsje las ik dat de Galliërs in de streek onder Reims al voor de komst van de Romeinen wijngaarden hadden. Dat is te veel eer. De Galliërs wisten weliswaar wat een druif was, maar de kweek van druiven en de wijnbereiding hebben de Romeinen in dit land gebracht. Voor die tijd werden Griekse en Italiaanse wijnen geimporteerd, want de Galliërs dronken het spul graag.
Champagne
Champagne is de naam van een oude Franse provincie. Daarvoor was het een graafschap (met uitzondering van de bisdommen Reims en Langres).
De naam is afgeleid van het Latijnse Campania dat 'vlak land' betekent.

 
 



Hij kan op elk uur en bij elke gelegenheid gedronken worden: als aperitief, bij het eten, het dessert, tijdens een receptie of banket, om een zaak te beklinken, om een sportevenement te vieren, een verjaardag of een feest, en zelfs... zonder speciale reden.
De eerste bisschoppen van Reims moedigden de viticulture aan en de monniken van het eerste uur plantten de omgeving van hun kloosters vol met druivestruiken. Het is ook een monnik die de bereiding van de champagne heeft uitgevonden. Tot aan de 17e eeuw was de wijn van de Champagne een gewone rode wijn. Ene Dom Pérignon (1638-1714), procureur et cellérier van het Benedictijner klooster te Hautvillers (Montagne de Reims), kwam op het idee om de wijn te laten mousseren. Daarna werd het de sprankelende feestwijn van koningen, prinsen en de rest van de aristocratie.
En nu? Nu kan iedereen hem bij elke gelegenheid drinken. Lees maar:

Il peut être bu à toute heure et en toute occasion: en apéritif, tout au long de repas, au dessert, au cours d'une réception ou un banquet, pour conclure une affaire, pour fêter un événement sportif, pour célébrer un anniversaire, une fête, et même... sans raison particulière.

  Châtillon-sur-Marne zie je al van verre liggen. De naam Châtillon klinkt lieflijk. Er liggen verscheidene plaatsen met deze naam in Frankrijk en ik heb het sterke vermoeden dat het stuk voor stuk aardige dorpjes zijn. In Châtillon-sur-Marne is het allemaal champagne wat de klok slaat. Ze nodigen je uit om hun wijnkelders te bezoeken. Maar nadat ik een croissant sucré heb opgepeuzeld, gaat mijn belangstelling niet zozeer uit naar champagne als wel naar café au lait. Het worden er twee. Een schommelde moeke schenkt glaasjes Pernod in voor de stamgasten. Twee vrouwen gekscheren met mannen aan de bar. Rigoler noemen ze dat. Daar zijn de Fransen dol op.
Châtillon-sur-Marne heeft een standbeeld van paus Urbanus II. Hij werd hier in de buurt geboren. Deze paus maakte zich sterk voor de eerste kruistocht die van 1096-1099 werd gehouden. De Christenen wilden Jeruzalem op de moslims veroveren. De club kwam sterk uitgedund in Syrië aan. De tweede aflevering onder Godfried van Bouillon had meer succes. Er zouden nog zeven kruistochten volgen. Het waren bizarre ondernemingen. De laatste twee (in 1248 en 1270) vertrokken vanuit Grau-du-Roi aan de Middellandse Zee.
 
 
Marne
Zijrivier van de Seine. Ontspringt op Plateau de Langres. Latijnse naam: Matrona. 525 km.
Châtillon ligt hoog. Vanuit het dorp heb je een fraai uitzicht op de Marne vallei. De smalle groenstrook in het midden verraadt de loop van de rivier. Matrona heette de Marne in de Romeinse tijd. Alle grote Franse rivieren zijn trouwens van oude Keltische namen afgeleid. Boven de Marne lag de Romeinse provincie Belgica en beneden de Marne begon de provincie Lugdunensis.
De Marne ontspringt op het Plateau de Langres waar ook de bronnen van Maas en Seine liggen. Hij doet er 525 kilometer over om in Parijs op de Seine uit te komen. Van dit parcours ga ik de laatste 200 km volgen. Door hier en daar wat lusjes af te snijden hoop ik eind deze week in Parijs te zijn.
Eerst een stukje D1 waar de Route de Champagne (wijngaarden kijken vanuit de auto) langs loopt. Bij Vandières ga ik op de rivier af. De chemin de halage begint energiek ergens bij een sluisje, gaat na een kilometer over in kniehoog gras en geeft er even later helemaal de brui aan. Via een tractorspoor in een korenveld kom ik weer op de D1. Leuk geprobeerd.
In Verneuil is het wachten op de wielerploeg. Straten zijn afgezet en mensen zitten langs de kant van de weg. Ik ga er maar tussen zitten. 't Is toch tijd voor een pauze. Een kwartier later komen de wielrenners voorbij. Luid applaus. Binnen twee minuten is het gebeurd. Wie weet hoe lang deze mensen hier langs de route hebben zitten wachten. Maar het was natuurlijk een mooi excuus om hun huisjes te verlaten en met elkaar te kletsen. Bavarder - daar grijpen ze elke gelegenheid voor aan.
Na Verneuil gaat de D1 op de kaart van geel over in wit. Maar ik loop nog steeds op de Route de Champagne en het blijft druk. Bij Vincelles probeer ik daarom nog een keer de rivieroever uit. Ook hier is het begin hoopvol, maar het jaagpad eindigt even abrupt als het vorige. De jaagpaden langs de Marne beloven niet veel goeds.

Dormans met drieduizend habitants ligt op de linker Marne oever en ze hebben er één hotel: Hôtel-Restaurant Le Champenais aan de Rue de Châlons. Twee sterren en een Logis de France. De deur zit op slot, maar een bordje voorspelt een réouverture om 18.30. Twee uur wachten en hopen dat ze nog een kamer vrij hebben.
Ik verzeil in een bar waar ze de TV hebben afgestemd op de tennisfinale van Roland Garros. De Fransen in de bar kijken zelf niet want de Franse tennissers zijn allang uitgeschakeld. Ik kijk de finale uit en haal m'n Maigret tevoorschijn. Handig om altijd een boek bij je hebben.
 
 
 
 
- En ze zeiden niet dat het zondags gesloten was?
- Nee.
- Dan zal het wel open gaan.
 
 
 
 
 
 




- Denkt u echt dat ze open gaan?
- Zeker. Ik kan de buren vragen als u wilt...
- O ja, als u dat zou willen doen...
 
Om half zeven ontmoet ik drie Engelsen bij het hotel die er al anderhalf uur voor dichte deur staan. Twee mannen en een vrouw - een jaar of zeventig. Ze zijn met de auto en hebben voor vannacht in dit hotel iets besproken.
- And they did'nt tell you it was closed on Sundays?
- No. They did not.
- Then it will be open.
Het is hun eerste dag in Frankrijk. Vanmorgen zijn ze met de boot het Kanaal (the English Channel - beweren ze) overgestoken en dit hotel hebben ze uitgekozen op aanraden van een kennis. Daar hebben ze inmiddels flink spijt van en nu het half zeven is geweest en de deur nog steeds niet open gaat, beginnen ze te overwegen een ander hotel op te zoeken.
- Do you really think it will be open? vraagt de Engelsman nog een keer.
- Sure. I can ask the neighbours if you like...
- Oh yes, if you would do that...

Schuin tegenover zitten mensen op een dakterras. Is het hotel zondagavond open?
- Mais oui!
 
 
 
 
 
 
 




- Het ziet er echt naar uit dat hij iets van plan is...
Dit helpt een tijdje om de ongerustheid weg te nemen, maar om zeven uur wil een van de Engelsen proberen het hotel te bellen, in de hoop dat er binnen iemand opneemt. Ik geef hem mijn télécarte en leg hem uit waar hij een cel kan vinden. Zijn vrouw heeft zich in de auto teruggetrokken. Terwijl ik verder praat met de andere man, komt er vanuit een zijstraatje een dik mannetje op het hotel afstevenen. Is dat hem?
- It certainly looks as if he means business... zegt de Engelsman hoopvol.
En inderdaad. Het mannetje zegt geen boe of bah, maar verdwijnt door een zijdeur het hotel in. Later blijkt het de chef de cuisine te zijn. Een ogenblik later stopt er een jeep en daar stappen meneer en mevrouw de eigenaar uit. Ze knikken even in onze richting en verdwijnen door hetzelfde deurtje. Alle acteurs zijn gearriveerd. De baas doet de voordeur open. Het is kwart over zeven en we stappen de bar binnen. Geen woord van excuus tegenover de Engelsen! Knap onbeleefd.
De telefoon rinkelt.
- C'est l'autre Anglais, zeg ik wijsneuzig. Il était un peu inquiet.
De hotelier kijkt me bloeddorstig aan en neemt op.
- Le Champenais... Mais oui, oui. Nous sommes ouvert.
Op mijn vraag naar de goedkoopste kamer, zegt hij nog maar één kamer vrij te hebben, nummer 7, en die kost tweehonderd franc. Ik geloof hem niet, maar kan er weinig tegenin brengen. Op zo'n moment zou ik me graag als iemand van de Michelingids voorstellen.
- Eén ster bent u zojuist kwijtgeraakt, zou ik zeggen. En dan gaan we nu eens kijken wat er van die andere overblijft.
  Het restaurant van Le Champenais heeft een goede naam want het eetzaaltje stroomt om acht uur snel vol. Het goedkoopste menu is iets van tachtig franc. De bediening is in handen van een vrouwspersoon. Een grappig mens van een jaar of vijftig. Het type waar je niet kwaad op kunt worden. Ze trekt met haar been en praat overdreven. Met een royaal gebaar krijg ik van haar de menukaart uitgereikt, vergezeld van de mededeling:
- Le canard sauce forestière est remplacé par le poulet sauté. Voilà!
Een verpletterend bericht. Kennelijk heeft de eendejacht vanmiddag niets opgeleverd. Waren ze daarom zo laat? De vrouw herhaalt hetzelfde zinnetje voor elke nieuwe gast die binnenkomt. Met haar notitieboekje en pen in de aanslag hinkt ze vervolgens van tafel naar tafel om de bestellingen op te nemen.
- Vous avez choisi?
- Oui.
- Monsieur. Je vous écoute.

En dan staat ze er echt helemaal klaar voor. Zeer vermakelijk. Het kan rechtstreeks worden uitgezonden. Hier hoeft niet in geknipt. Met haar zwaar bevochten documentatie spoedt de trouwe ziel zich naar de keuken om zo spoedig mogelijk de chef de cuisine te verwittigen.
  Ik kijk uit op een gang met vier klapdeurtjes, twee links en twee rechts. De keuken lijkt over twee ruimtes verdeeld, want de chef-kok dribbelt voortdurend door de klapdeurtjes heen en weer. Verder speelt er in deze klucht nog een hulpkok mee - een jonge vent die zich de ene uitbrander na de ander moet laten welgevallen. De vrouw van de eigenaar heeft de regie.
Het is eenvoudig. Ik zou de camera zo opstellen dat de gang in beeld blijft. Alles draait om die gang. Lukraak flitsen de klapdeurtjes open om één of meerdere acteurs in beeld te brengen. Ongelukken doen zich niet voor, helaas. Ach, wat had ik graag de poulet sauté door de lucht zien vliegen. Maar het zat er gewoon niet in. Al met al een zeer onderhoudende maaltijd. Ik had eau minérale bij het eten besteld, maar dat schiet er bij alle drukte volledig bij in. Pas als mijn bord leeg is, komt het goede mens er achter. Ze slaat de handen ineen, heft de blik ten hemel en roept:
- Ooh-la-la. J'ai oublié votre eau minérale.
- C'est pas grave
.
  Tijdens de avondwandeling probeer ik een kasteel te bereiken dat op de berghelling ligt. Valt niet mee. Ik kom ergens uit bij een kapelletje. Chapelle de la Reconnaissance. Ter herinnering aan: les deux victoires de la Marne. Ik vraag me af welke overwinningen dat geweest kunnen zijn. De kapel staat in het Parc du Château dat ik via een achteringang schijn te zijn binnengekomen. Heuvelafwaarts ligt het kasteel. Het park is verlaten en dat is verklaarbaar want je mag er maar tot half acht in, zoals op een bordje bij de toegangspoort staat. Het is half tien. Gelukkig is de poort nog open. De muren aan deze kant zijn hoog - een meter of drie.