In Zel'm holt ze van 'n lange metworst en 'n kort gebed.
-Opschrift in plaatselijke kroeg
Doetinchem

- De weg naar Smaragdstad is geplaveid met gele klinkers, zei de Heks. Dus je kunt hem niet mislopen...
- The Wizard of Oz
 
Het Pieterpad is voorzien van een roodwitte markering en vandaag heb ik het tracé nauwkeurig aangehouden. Alleen in het bos bij Het Waarle (twee boerderijen) was ik de draad even kwijt. Het is een maandag met weinig zon, veel wind en ik heb geen andere wandelaars gezien. Zeven aantekeningen uit mijn logboek:

1 Kasteel Vorden. Nu gaan er mensen het kasteel in en uit. De gemeentesecretarie is geopend.
2 De Lindense weg voert naar Linde. Daar is het dorpscafé - 't Lindense Proathuus - op maandag gesloten. Aan het Stapelbroek staan de hoge statige lindebomen waar het dorp zijn naam aan dankt.
3 Landgoed Het Zelle met Huize 'T Zelle. Even denk ik een restaurant in het oog te krijgen, maar het is gezichtsbedrog - een fata morgana dat je begint te zien als de koffie te lang op zich laat wachten.
4 Middagpauze in Het Zand. Blikje cassis, krentenbollen en Sultana-biscuits, die te oordelen naar de wikkeltjes langs de weg, zeer populair zijn onder wandelaars.
5 Aan de Ruurlose weg staat een ANWB-wegwijzer en deze vermeldt: De Marke. Een proefboerderij waar ze experimenteren met milieuvriendelijke melkveehouderij. Vanuit mijn werk heb ik er wel eens naar toe gebeld. De Marke bestaat dus echt. Melk. De mens is het enige zoogdier dat na de babyperiode melk blijft drinken. In Nederland tenminste. Waarom? Omdat we er zoveel van hebben? Om de boeren een plezier te doen?
6 De Pieterpadontwerpers laten de weg naar Zelhem over het erf van een boerderij lopen - Hemink op de kaart. Ik hou er niet van om zomaar bij mensen over het erf te lopen. En de mensen die hier wonen ook niet. Die hebben in de loop der jaren half Nederland voorbij zien trekken. Ze hebben er een bordje 'Verboden Toegang' neergezet en voor indringers van de andere kant staat er na de boerderij nog zo'n bordje. Ik vraag me af of het Pieterpad inmiddels een ander tracé heeft gekregen, maar als ik later het boekje (derde druk 1995) raadpleeg blijkt het pad wel degelijk over het boerenerf te lopen.
7 Zelhem. Eindelijk een herberg. Twee uur. Koffietijd. Bovendien ligt er een Telegraaf. Vier jaar geleden overnachtte ik in Zelhem bij een vrouw van zeventig die haar moeder bij zich in huis had. Moeder was vierennegentig. Beide waren verzot op voetbal en bij binnenkomst viel ik middenin een wedstrijd om het wereldkampioenschap.

Tot zover de etappe. Nu de overnachting.
Om vijf uur 's middag loop ik de VVV van Doetinchem binnen. Ze zitten in de molen aan de Oude IJssel. Ik vraag een medewerkster om logies en ontbijt adressen.
- Die zijn er niet in Doetinchem.
- Zijn die er niet? Dat lijkt me sterk.
Ik pak het Pieterpadboekje van de plank en zoek ze op.
- Kijk, dit zijn ze.
Ik laat haar de adresjes zien. Een stuk of zes. Tja, daar sta je dan als voorlichtster.
- Die zijn zeker niet door jullie erkend, merk ik plagend op.
Ze vraagt het aan een collega.
- Ja, maar dat zijn Pieterpadadressen. Die zijn alleen voor Pieterpadlopers.
- Dat komt goed uit. Kun je me ook zeggen welk adres het dichtste bij is?
- Dat weet ik niet... zegt de eerste jongedame weer. Zo goed ben ik hier niet bekend. Ik zal het even vragen.
De voorlichtster is hier niet bekend. Haar collega is hier wel bekend. De Nieuweweg is het dichtste bij, net buiten het centrum. Ik mag hier wel even bellen.
- Jacqueline Carlier.
- Hielke Hylkema. Heeft u voor vanavond nog een kamer vrij?
- Moment. Ik zal u mijn zus geven.
- Anna Carlier.
Ze heeft nog een kamer vrij. Ze noteert mijn naam en vraagt mijn telefoonnummer.
- Dat wil ik wel geven, maar veel zin heeft het niet want het is in Groningen en daar ben ik dus niet.
- Geef het toch maar. Ik vraag altijd naar het telefoonnummer. Dat ben ik zo gewend.
Ik geef haar mijn telefoonnummer. Het is niet geheim. Eigenaardige stad, Doetinchem.
- Nog één klein vraagje... zeg ik tegen de nietswetende voorlichtster.
- Ja?
- Heb je ook een plattegrond van Doetinchem?
Die heeft ze. En zo ga ik vol goede moed, gewapend met plattegrond, op zoek naar het huis met de twee zussen.
  Anna Carlier is een vrouw van ergens in de veertig en ze schildert. Dat wil zeggen: ze is kunstschilderes. Ze praat bedachtzaam en is heel vriendelijk.
- Wil je een kopje thee?
Natuurlijk wil ik wel een kopje thee. We nemen plaats aan een tafel in een kleine woonkamer met houten vloer. Op tafel liggen een aantal fluiten. Anna heeft panfluitles. Ze legt me uit waarom ze voet bij stuk hield met dat telefoonnummer.
- Ik vraag altijd naar het telefoonnummer. Afgelopen weekend hebben er mensen gereserveerd en die zijn niet gekomen. Ze hebben niets meer van zich laten horen en laat ik nu juist deze keer niet naar het telefoonnummer hebben gevraagd. Is me nog nooit overkomen. Vandaar.
Anna heeft haar zus op bezoek en samen zijn ze aan het schilderen in het atelier naast de woonkamer. Zus komt binnen om een kopje thee mee te drinken. Zus is een mooie vrouw en heeft een prettige stem. Zo'n stem waar je een radioprogramma omheen zou kunnen maken.
- Hielke?... zegt ze. Dat is de tweede keer dat ik die naam hoor. Ik had die naam nooit eerder gehoord en nu twee keer in korte tijd. Het nieuwe vriendje van mijn dochter heet ook Hielke.
Jacqueline is getrouwd met een kunstschilder. Een beroemde. Hij hangt in Boymans van Beuningen. Ik vraag niet naar zijn naam, want daarop zou ik 'nooit van gehoord' moeten zeggen. Ik ken geen hedendaagse schilders.

Beide dames hebben het nieuwe Groninger museum bezocht en Jacqueline raakt er niet over uitgeprezen. Het is allemaal even mooi en kunstzinnig. Ze zou een goede ambassadrice voor het museum zijn. Het verbaast hen dat ik er nog niet ben geweest. Welnu: ik hou niet van musea en ik hou ook niet van wat men in het algemeen 'kunst' noemt. En waar ik vooral niet van hou is: iets mooi moeten vinden omdat anderen zeggen dat het 'kunst' is. Ik ben geen kunstliefhebber. Ik ben een natuurliefhebber. Ik zie bijvoorbeeld liever een appelboom dan een Appel. En wat moet ik met de Mona Lisa zolang er op straat vrouwen rondlopen die er leuker uitzien en bovendien nog lachen en bewegen? Kortom: ik hou niet van kunst. Ik hou van echt.
Maar dat zeg ik allemaal niet. Dit lijkt niet het goede moment.
  Ik krijg een slaapkamer toegewezen. Twee bedden vullen de kamer geheel. En toch staan er ook nog een grote weegschaal, een manshoge spiegel en een kapstok voor vijf personen. Om in te ijsberen is de kamer minder geschikt. Aardig is het zakje lavendel onder het kussen. Op het nachtkastje ligt een mapje waarin je kunt schrijven hoe leuk je het hier vond. Het valt niet mee om van die verhaaltjes iets origineels te maken. Ik schrijf die stukjes alleen als ze me onder schot houden.
Op de overloop heeft Anna Carlier allerhande kunstwerkjes uitgestald: ansichten, gedichtjes, schilderijtjes en ander klein grut. Ze zijn te koop. Anna's winkeltje voor de mensen die blijven slapen. Veel christelijke motieven. Een bijzonder gezellig adresje.

Anna beveelt me een eetcafé aan: Café Jansen aan de Westerweg. Een nieuw café dat oud is ingericht. Ze hebben speklapjes als goedkoop dagmenu. Ik ben niet dol op speklapjes, maar gok er op dat er naast die lapjes nog voldoende ander eten op het bord ligt. Dat blijkt inderdaad het geval.
- Waren de speklapjes niet goed?
- Ik ben er niet aan toe gekomen.

Germanen
ger = speer, man = man
Mannen met speren.

 



Drususgracht
Een tijdlang dachten wetenschappers dat de Drususgracht tussen Rijn en Utrechtse Vecht gelegen heeft, maar tegenwoordig houdt men het weer op de Rijn-IJssel verbinding.


Slag in Teutoburgerwoud
In 9 nC werd de Romeinse veldheer Publius Quinctilius Varus met drie legioenen in het Teutoburgerwoud door de Germanen vernietigend verslagen. Dat was het einde van het Germaanse avontuur.
Doetinchem ligt aan de Oude IJssel. Heel vroeger was dit de echte IJssel. Toen hadden Rijn en IJssel elkaar nog niet gevonden. Beide rivieren bereikten de zee op eigen gelegenheid. De Romeinen hebben vlak voor het begin van onze jaartelling Rijn en IJssel met elkaar in contact gebracht door het graven van een kanaal. In die tijd verbleef in deze omgeving de succesvolle Romeinse veldheer Nero Claudius Drusus (38 vC - 9 vC), stiefzoon van keizer Augustus. Hij was belast met de verdediging van de noordgrens van het keizerrijk tegen invallende Germanen . De Rijn was de bestaande noordgrens, maar Drusus speelde met de gedachte deze grens te verleggen naar de Elbe. Hij zou het kanaal hebben laten graven om zijn vloot via Flevomeer en Waddenzee naar de monding van de Elbe te kunnen manoeuvreren. Het kanaal liep tussen Arnhem en Doesburg, daar waar nu de IJssel stroomt. In de Romeinse literatuur staat het kanaal bekend als de Fossa Drusiana - de Drususgracht. De IJssel heette Isala en de Rijn noemden ze Rhenus. Niet dat de Romeinen deze namen hebben bedacht, maar ze waren wel de eersten die ze opschreven.
In 12 vC ondernam Drusus zijn eerste poging om de Germanen vanuit het noorden te bestoken. Hij kreeg hulp van de Friezen die bij die gelegenheid tevens belastingplichtig werden gemaakt. In feite behoorde het huidige Noord-Nederland van 12 vC - 28 nC tot het Romeinse Rijk. In 28 nC kwamen de Friezen in opstand omdat ze steeds meer belasting moesten betalen. Daarvoor al hadden de Romeinen verdere veroveringspogingen gestaakt en zich beperkt tot verdediging van de Rijngrens.

Des te verder je naar het zuiden loopt, des te meer kom je tegen van de Romeinse nalatenschap: in landschap, wegen, plaatsen, gebouwen namen, talen en gebruiken. Een verrassend groot deel van wat je in hedendaags Europa ontmoet, is terug te voeren tot de dagen van het Romeinse Rijk - tot de eerste eeuwen van onze jaartelling. Dat vind ik opmerkelijk. Vandaar dat ik me in dit reisverslag uitstapjes naar de Romeinse tijd veroorloof, om te proberen wat ik in het heden zie vanuit het verleden te verklaren.
  's Avonds in bed lees ik in Pelgrim zonder God van Herman Vuisje. Stond beneden in Anna's boekenkast. Vuisje beschrijft de tocht van Santiago de Compostella naar Amsterdam. Hij wil alleen lopen en loopt dus tegen de stroom in. De titel vermeldt '...zonder God', maar het is moeilijk een pagina te vinden zonder religieuze verwijzing.
Beneden praten de zusjes op gedempte toon door tot diep in de nacht.