- Daar is het.
Dinant
 
De ontbijtzaal zit vol met luidruchtige Rotterdammers. De waard heeft moeite om alles op tijd aan te slepen. Agentjes op survival weekend. Enkele jongemannen zijn niet zo fit. Zij hebben zich gisteravond op hun drankcapaciteit verkeken. Eén van de manschappen mist nog. Ze halen hem van zijn kamer. Hij is er beroerd aan toe, maar houdt zich groot.

Ik loop de brug over naar Anhee. Rive gauche. Het jaagpad komt langs een grote camping waar vrouwen in lange peignoirs tussen de caravans hun hondje uit laten. In Anhee is de supermarkt op zondagmorgen open. Terug naar het jaagpad. Verderop is de spoorbrug en daarachter ligt de Hortensia. Ze gooien net de trossen los. Ans ziet me aankomen en zwaait.
Ik volg het gele weggetje langs de waterkant. Aan de overzijde ligt het gehucht Houx aan de voet van de rotsen. Boven op de rots ligt de ruïne van Château Poilvache - eens het grootste kasteel langs de Maas. Ik las ergens dat Les Amis de Poilvache zich inzetten voor instandhouding van de ruïne. Dat lijkt me geen moeilijke opgave.

Bouvignes-sur-Meuse is een dorpje tegen de berghelling. Het café is een rommelig geval. Voor het toilet moet je naar buiten. Op het binnenplaatsje zit een oude vrouw in de zon te breien.
- C'est par là', zegt ze en wijst met een breinaald het onderkomen aan.
De eigenaars doen geen enkele moeite om het café er goed te laten uitzien. Het is een bepaalde mentaliteit die je vaker tegen komt. In België bekruipt je soms het gevoel dat het einde der tijden nabij is. Waarom zou je nog iets schoonmaken of opknappen? Morgen is alles voorbij.
  Bij de sluis voor Dinant praat ik met de bemanning van de Hortensia. Ze zijn drinkwater aan het tanken.
- Is het aanbod van gisteren nog steeds geldig?
- Maar natuurlijk!
Arend legt me uit waar hij gaat aanleggen. Niet in Dinant zelf. Daar maakt hij teveel lawaai met zijn generator die 's avonds de accu's oplaadt. Hij is van plan de opvarenden bij de brug in Dinant af te zetten en daarna door te varen naar de Rocher Bayard - drie kilometer voorbij het centrum. Enkele Duitsers zitten op het voordek en vragen of ik een kop koffie wil.
- Nein. Danke.
Adolphe Sax
In Dinant werd Adolphe Sax uitgelachen om zijn nieuwe vinding. Sax verhuisde naar Parijs. Daar zagen Amerikaanse soldaten zijn saxofoon en namen het instrument na de eerste wereldoorlog mee naar huis. In de VS begon de saxofoon zijn opmars in de jazz.
Rond het middaguur loop ik Dinant binnen. Je ziet er alleen maar toeristen. Boven Dinant torent de rots met de Citadelle. Naast de kerk - de Collégiale Notre-Dame - gaat een trap naar boven. Maar je moet er 120 franc voor betalen! Die krijgen ze niet. Op een plattegrond zie ik andere mogelijkheden om de Citadelle te bereiken. Ik neem de Rue Adolphe Sax, genoemd naar de uitvinder van de saxofoon. Hij werd in Dinant geboren.
(*) De maatregel bleek niet afdoende. Later in hetzelfde jaar (op 18 oktober) kwamen er grote stukken rots naar beneden. Huizen liepen schade op en auto's werden verpletterd.
 

De straten achter de Rue A. Sax zijn afgesloten. Daar kunnen rotsblokken naar beneden komen. De rots waarop de Citadelle is gebouwd begint namelijk langzaam af te brokkelen. Ze zijn bezig de rotsen in te pakken in grote netten (*).
De Rue Saint-Jacques voert omhoog de Ardennen in. En dan rechtsaf de Rapaille, een slingerend paadje naar boven. De GR126 loopt er ook langs.
Wie schetst mijn verbazing als de toegang tot de Citadelle hier boven ook 120 franc blijkt te kosten! Dat is brutaal. In Dinant is het uitzicht niet gratis. Ik weiger de Belgen hiervoor ook maar één franc te betalen. En dan te bedenken dat de huidige Citadelle er door Hollanders is neergezet! Onder Koning Willem I. Dat maakt het extra zuur.
Het begint te regenen en ik trek mij terug in Hôtel du Château en bestel er un verre de lait. Hier begrijpen ze meteen wat ik bedoel, want ze zijn toeristen gewend. Later op het platteland in Frankrijk, waar melk drinken zowel in een café als daarbuiten heel ongebruikelijk is, kreeg ik op dezelfde vraag tweemaal een glas bruin bier voorgezet. Ze dachten dat ik un verre de Leffe bedoelde. Leffe is het bier dat hier in Dinant wordt gebrouwen in de abdij van Notre-Dame de Leffe. De monniken brouwen het sinds 1240.

Nu ik toch op de GR126 zit, lijkt het me aardig om hem een eindje te volgen. Over de heuvelrug voert het pad naar Rocher Bayard en Anseremme. Mont-Fat is een recreatiepark waar de téléférique uitkomt. Er staat een lange rij Japanners te wachten om weer naar beneden af te dalen. Zij liever dan ik. Onder een afdakje bij de kassa wacht ik de volgende bui af.
une verre de lait - een glas melk



descente en lacets - zigzag afdaling
Het houdt niet op met regenen. Poncho aan en verder. Het pad heeft mooie doorkijkjes naar Dinant in de diepte. Het pad stijgt nog steeds. We zitten al veel hoger dan de Citadelle. Tenslotte volgt in een bos een dubieuze descente en lacets naar beneden - zigzaggend over een glibberig paadje. M'n poncho trek ik er veiligheidshalve bij uit. Liever nat dan een gebroken been. Ravin de Serinnes heet de afgrond.
  De Hortensia ligt niet bij Rocher Bayard en het afmeren zal ook moeilijk worden want er liggen twee werkschepen. Ik loop verder over de Quai de Meuse naar Anseremme. Niet ver van de monding van de Lesse staat een groot restaurant. Peddelaars beëindigen hier hun kanotocht over de Lesse. Onder het restaurant is een kano-opslag en er zijn douches. Een goede plek om op te drogen en de loop der gebeurtenissen af te wachten.
  Vanuit het restaurant heb je een mooi uitzicht op de Rocher Bayard, een naaldvormige rots aan de Maas die een meter of tien vrij staat van het bergmassief. Door deze opening gaat de autoweg. De legende wil dat het ros Bayard (Beyaert in het Nederlands) hier tijdens een achtervolging de Maas over sprong en daarbij de rots doorkliefde. Het ros Beyaert was het onoverwinnelijke paard van Reinout, één van de vier Heemskinderen. De 'Historie van de vier Heemskinderen' (L'histoire des quatre fils Aymont) is een verhaal uit de 15e eeuw. Wat was er aan de hand?
Reinout had een twist met Lodewijk, zoon van Karel de Grote, opgelost door hem het hoofd af te slaan. Koning Karel keurde deze handelwijze af en zette de achtervolging in. Maar tegen een paard als het ros Beyaert kon hij niets uitrichten. Uiteindelijk onderwierpen de vier broers zich toch aan Karel de Grote. Deze eiste dat het paard werd verdronken. Met twee molenstenen om zijn nek werd het ros van een brug af in de Oise geduwd. Maar Beyaert kwam weer boven, verbrijzelde de stenen en zocht zijn baas op. Tweede poging, nu met aan elke poot ook nog twee molenstenen. Zelfde resultaat. Pas toen Reinout gedwongen werd het hoofd af te wenden en het paard zijn meester dus niet meer zag, gaf het de strijd op: ten lesten sanc dat ors in die gront ende verdranc.
Een minder fantastische verklaring voor de Rocher Bayard gaat uit van explosieven die het leger van Lodewijk XIV gebruikte om zich een doortocht te verschaffen.
  Ik werk mijn logboek bij, schrijf drie ansichten met verhaaltjes over de Citadelle en het ros Bayard en loop terug naar Dinant. De Hortensia ligt bij de brug en blijft er ook liggen. De overlast valt kennelijk mee want de bewoners aan de kade hebben nog niet geklaagd. Belgen zijn wel wat gewend. En het is een ideale plek: midden in het centrum met uitzicht op de kerk en op de Citadelle. Ik krijg een hut met douche en toilet toegewezen. We drinken een pilsje en kletsen wat. Ans voer mee vanaf Huy en moet vanavond weer naar huis. Met een auto vol lege kratjes en vuile was rijdt ze even later terug naar Zeeland. Arend geeft me de sleutel van de boot en legt uit hoe ik de kajuitdeur moet afsluiten. Weer zo'n vaste procedure vergelijkbaar met die in Hellendoorn.
Tai Ji bij een verlaten klooster op een heuvel. Dat was er vandaag vanwege de regen bij in geschoten.
Diana
Romeinse godin van de jacht.



Sint Hubertus
Beschermheilige van de jagers.
Dinant. De stad zou genoemd kunnen zijn naar de godin Diana. Voor Diana hadden de Romeinen hier een tempel gebouwd. Deze bevond zich in de grot Mont-Fat, waar nu de kabelbaan langs loopt. Diana was de godin van de jacht. Sint Hubertus, de man die in 722 de bisschopszetel van Maastricht naar Luik verplaatste, nam haar taak later over. Ten oosten van Dinant ligt nog een flink stuk Romeinse weg - een overblijfsel van de weg Bavay-Dinant-Keulen die op deze plek de Maas overstak.
In 1070 kwam Dinant in bezit van het prinsbisdom Luik. Pas tijdens het Hollandse bewind in de 19e eeuw werd de stad bij de provincie Namen gevoegd.
  Dinant is niks trouwens. Allemaal toeristen. Een internationaal gezelschap en niet het meest gezellige. Een hoop geflaneer, veel lawaai, veel te veel auto's en dan zo'n kale rots met zo'n vaalgrijze kerk ervoor. Het is toch eigenlijk ook geen gezicht.
Wat opvalt is dat zelfs in een stadje als Dinant oude bouwvallen niet worden opgeruimd. Vervallen panden met alle ramen aan diggelen en dichtgespijkerde deuren ontsieren het straatbeeld. De afvalbakken lopen over en het is er smerig als in een achterbuurt waar het huisvuil een paar weken niet is opgehaald. Brutale bediening in de restaurants. Op een terrasje eet ik een aangebrande pizza.
- Die maak ik thuis beter, hoor ik een passerende vrouw zeggen.
Ze heeft gelijk. Dinant is niks.
Maar op de Hortensia is het gezellig. Vooral als het 's avonds opnieuw begint te regenen. Arend ligt om negen uur al in bed. Van hem mag ik nog wel een dag blijven. Een mooi aanbod maar ik heb het voorlopig afgeslagen. Ik zit alleen in de kajuit te lezen. Het begint te schemeren. In de huizen aan de overkant gaan de eerste lichtjes aan. Een sfeertje zoals je het alleen op een schip aantreft. En dan begint het bovendien te onweren. Wat wil je nog meer?
Om half twaalf word ik wakker van een flinke klap. De onweersbui zit nu vlak boven Dinant. Ik kijk door het venster. Prachtige bliksemschichten die Citadelle en kerk onheilspellend verlichten. Plotseling valt de stroom uit. Heel Dinant in het donker. Een minuut later floept het licht weer aan. Het onweer trekt verder - de slagregens op de Maas houden aan.