Digoin
 
Ontbijt om zeven uur. De dame alleen komt ook binnen. Zij was het met wie ik toilet en douche moest delen. We liepen elkaar niet in de weg. Vandaag gaat ze met het gezicht naar me toe zitten. Moedig. Ze woont hier natuurlijk in de buurt en elke keer als er een vrijgezel in het hotel logeert, geven ze haar even een seintje. Eetlust heeft ze nog steeds niet en haar krantje heeft ze ook nog niet uit.

Het gras langs het kanaal is nog nat als ik om kwart voor acht op stap ga en de zon gaat schuil achter de bomenrij. De temperatuur? De temperatuur hebben ze vanmorgen direct maar op 25º C gezet. Naar Digoin is ongeveer vijftien kilometer. Drie uur lopen. Uurtje voor Tai Ji en rust. Dan zou ik er rond twaalven kunnen zijn. Net voor de ergste hitte.

Coulanges binnen drie kwartier. Driehonderd inwoners en liggend aan een route principale. De barformule voorspelt een café. Er staan er drie. In de kleinste neem ik een petit café.
 
 
 

 
 
 




Pont-Canal
Het Canal latéral à la Loire kent drie aquaducten. Twee over de Loire bij Briare en Digoin en één over de Allier ter hoogte van Nevers.
Tai Ji. Over het jaagpad nadert een oud vrouwtje met boodschappentas. Ze vertrouwt het niet en begint al op geruime afstand langzamer te lopen. Daarom stop ik maar even.
- Tai Ji, leg ik uit. Ces sont des exercices chinois.
- C'est pour la forme?
- Oui.
- Alors. C'est pas dangereux?
- Mais non!


Bij La Fontaine St-Martin geeft het jaagpad er de brui aan. Een langgerekt gehucht met fraaie huizen en akelige honden. Twee kilometer verder is een splitsing van waterwegen. Het Canal Latéral slaat hier rechtsaf en gaat naar het zuiden verder onder de naam Canal de Roanne à Digoin - in Roanne zijn ze begonnen te graven. Rechtdoor loopt het Canal du Centre - de waterweg die Loire met Saône verbindt. Chalon-sur-Saône is de eindbestemming.
Op mijn kaart zie ik het Canal du Centre over de Loire naar Digoin lopen. Weer een Pont-Canal? En zou je er als wandelaar over kunnen? Ik schiet een fietser aan. Hij zegt dat hij tien minuten geleden over de Pont-Canal is gefietst.

Het is heet. Langs het kanaal staan bomen, maar ze zijn niet langer in staat de zon tegen te houden. Die staat al te hoog. Er liggen boten afgemeerd. Enkele heb ik eerder gezien en zij mij ook. 't Is een kleine wereld langs het water. Een sluisje en dan de Pont-Canal die veel lijkt op de constructie in Briare: een kanaaltje van zes meter breed met aan weerszijden een promenade. Beneden in de Loire zijn ze aan het zwemmen. Ik kijk op mijn klokje bij het binnenlopen van Digoin. Het is 11.27.
 
Het Syndicat d'Initiative ligt op de route naar het centrum. Ze geven me twee folders mee. Eerst naar Café de Paris om iets aan het vochtverlies te doen. Rieten stoeltjes op het trottoir aan de schaduwzijde van de straat. Het op één na beste café van Digoin - zo blijkt later.
De hotels. Schuin tegenover Café de Paris ligt de eerste kandidaat. Een slaperige hôtelier verschijnt achter de bar. Ik haal hem uit zijn middagdutje.
- Vous avez une chambre pour cette nuit?
- Une chambre?
- Oui. C'est un hôtel ici, ou pas?
- Aah oui.

Ach ja, nu weet hij het weer. Hij heeft een hotel.
- Et vous avez encore une chambre?
- Pour ce soir?
- Oui. Une personne pour ce soir.
- Aah non.
- C'est complet?
- Oui, oui...

Dit antwoord brengt hem het snelst terug in dromenland. Weer de oven in en nu volg ik de lange Avenue Charles de Gaulle naar het station. Daar staan drie hotels. De goedkoopste is een wat louche gelegenheid.
- Complet, zegt de dame die op mijn belletje afkomt.
Mooi zo, denk ik en probeer nummer twee: Hôtel Terminus. Een hotel met twee sterren en een tenger vrouwtje van een jaar of veertig. Beetje vinnig.
- Oe, c'est chaud hein?
Ze pakt haar jurk tussen duim en wijsvinger en waait zichzelf koelte toe.
- Une nuit?
- Deux, si c'est possible.

Ze raadpleegt een groot boek.
- D'accord. Carine?
Een donker meisje van begin twintig. Zij moet mij de kamer wijzen: kamer 18, aan de achterkant. Carine zegt niets. Timide, trots of allebei. Ze werkt hier pas want madame legt haar eerst uit waar kamer 18 is.
  Mijn verzameling T-shirts, vier in getal, bestaat uit louter zwarte exemplaren. Nu schijnt zwart het hele spectrum aan zonnestraling te absorberen en bij de huidige canicule is dat minder handig. Ik koop daarom twee witte kledingstukken: een hemd en een T-shirt. Beide voor 39 franc en beide van het merk Loock. Op straat wissel ik van T-shirt en het verschil is dadelijk merkbaar. Verder koop ik een Maigret met het oog op de komende rustdag.
Digoin heeft een schaduwrijke promenade langs de Loire. Twee bruggen zijn er: de Pont-Canal voor schepen en een andere voor de N79. Drie chauffeurs hebben hun vrachtwagens aan de kant van de weg gezet en liggen in de berm te slapen.
Het beste terras van Digoin ligt aan het kerkplein tegenover de Église Notre-Dame de la Providence. Het heet Café du Centre en de thermometer wijst er 36º C aan, in de schaduw. Moeder en dochter leiden het café en ze doen dat voorbeeldig: beleefd, gevat, attent, efficiënt, rustig en competent. Een ideale mix van eigenschappen.
Een oude rijzige man met twee vrouwen van middelbare leeftijd bezetten het naburige tafeltje. De man heeft het hoogste woord in een taal die me niet bekend voorkomt. Zwitsers. De man doet me denken aan een oude Engelse aristocraat: verbaal begaafd, rustig en onverstoorbaar. Na uitgebreid overleg met de serveerster kiezen ze alle drie iets anders te eten.
Een aangeschoten oud mannetje verlaat het café en begint een verward verhaal tegen hen af te steken.
- Monsieur, comment allez-vous? zegt de Zwitser en hij staat op om de man een hand te geven.
Het mannetje glundert en braakt weer iets onverstaanbaars uit.
- Monsieur, je vous ne comprend pas, mais je suis toujours poli, zegt de Zwitser en hij steekt ten afscheid de hand op:
- Au revoir!
Het mannetje steekt ook de hand op, mompelt nog wat en sloft weg in de brandende zon. Keurig afgehandeld.
De Zwitsers maken een autotochtje en willen vandaag naar Gien. Ze vragen mij of er onderweg nog iets te zien valt. Ik beveel ze Nevers aan met het Palais Ducal. De serveerster hoort het en vraagt:
- C'est pas trop chaud pour rouler?
- Non, non. Nous avons l'air conditionné dans la voiture.

Een grote Mercedes is het. Een paar minuten later rijdt hij voor het terras langs.
  Ook Hôtel Terminus heeft airconditioning - in het restaurant. Een hele overgang: van meer dan 40º C in de zon naar de 20º in de eetzaal. Eigenlijk is het er te koud voor korte broek en T-shirt.
Carine leert serveren. Eerst geeft madame instructie en dan komt Carine naar me toe om het uit te proberen. Een toneelstukje voor drie personen. Eerste akte: ze geeft de menukaart en vraagt of ik alvast iets wil drinken.
- Une demi-bouteille Vittel.
- D'accord.

Ze keert met lege handen terug. Er is geen Vittel.
- C'est pas grave. Y a-t-il une autre eau minérale?
- Oui. Pétillant ou sans gaz?
- N'importe quoi.

Ze komt met een fles Badoit aanzetten en haalt het wikkeltje van de dop af. Dat hoort in aanwezigheid van de gast te gebeuren. Anders zou een uitgekookte herbergier een lege fles met kraanwater kunnen vullen. Carine schenkt alvast een glaasje in. Allemaal precies volgens de instructies van madame. Ondertussen kijkt Carine of ze elk moment in huilen kan uitbarsten.
Geen gemakkelijk type - die hôtelière. Qua omvang is ze verwaarloosbaar klein in al die kubieke meters hotels en toch is haar invloed tot in de verste uithoeken merkbaar. Die mensen heb je. Is ze jaloers op Carine omdat die twintig jaar jonger is? En heeft ze Carine uitgekozen omdat die er goed genoeg uitziet om de gasten te bedienen, maar toch ook weer niet zo mooi dat ze er zelf ongunstig bij afsteekt?
- Vous avez choisi?
Carine staat klaar met haar aantekenblocje. Verbeeld ik het me of heeft ze al gehuild? Wat kan ik doen om het kind op haar gemak te stellen? Helemaal niets. Ik neem het Menu du Jour en schrijf verder in mijn logboek.