Croix Régis

Zeer goed geslapen. Ontbijt om acht uur: jus d'oranges, bol de thé en stokbrood met confiture. Het ontbijt verloopt chaotischer dan het avondeten. Dit keer kan ik m'n plekje zelf uitzoeken. Mijn tafelgenoten vragen wat ik van het zingen vond gisteravond. Prachtig, maar...
- Les chansons français, elles sont toutes un peu sentimentales?
- Vous trouvez?
- Mais oui.
- C'est vrai,
zegt een ander. Nous sommes un peuple sentimental.
Dat wou ik even horen. De Fransen zijn een sentimenteel volkje.

St-Paul-en-Jarez is een pittoresk plaatsje. De Heilige Paulus in de Jarez. Ik vraag de weg naar Farnay aan een spraakzaam vrouwtje dat tussen de groenten staat te schoffelen. Ze wil me zo snel mogelijk naar het dal van de Gier hebben. Daar heb je een vlak parcours. Naar Farnay moet je klimmen. Toch ga ik naar Farnay. Begrijpt ze niet. Waarom zou je zo'n stuk klimmen als er beneden in het dal een mooie effen weg ligt?
Farnay, negenhonderd inwoners aan een wit weggetje - ruim voldoende voor een bar. Ik neem er twee crème met een glas water. De postbode komt binnen en inspecteert de postzak die ze hier voor hem hebben neergezet. Hij drinkt een Pernod, maakt een praatje met de vrouw des huizes en zoekt de post uit voor de eerste ronde. Toilet buiten, maar zeer fraai. Een mooie lichtinval van boven - een architectonisch hoogtepunt. Zoiets kun je binnenshuis niet realiseren.
Rive-de-Gier = oever van de Gier
 



 
Egarande
Uit Equoranda - grensplaats. De grens tussen de Romeinse provincies Aquitania en Lugdunensis?
Een lange afdaling naar Rive-de-Gier. Ik zie m'n tweede slang. Hij verdwijnt geluidloos door een gat in een muur. Mooi weggetje, alleen jammer dat hij naar beneden gaat. Maar er is geen andere oplossing. Alle wegen leiden naar Rive-de-Gier. Het stadje ligt in een vernauwing van de vallei. Rive-de-Gier is niet toeristisch. Geen toeristenburo en op het stadhuis kunnen ze me geen inlichtingen geven over logies in de omgeving. Voor overnachting verwijzen ze me naar St-Étienne.

Dilemma: doorlopen op hoop van zegen of hier blijven en morgen proberen in één dag Condrieu aan de Rhône te bereiken. Het is half één. Ik eet een sandwich pâté met twee glazen melk in een rumoerig café en steek m'n licht op bij de baas. In Trèves zijn chambres d'hôtes, beweert hij. Dus ga ik naar Trèves. Een vreemd weggetje tussen de Zone Industrielle en de spoorbaan. En heet! Vreselijk heet. Een stukje D488 en dan plotseling, ingeklemd tussen autoroute en autosnelweg, een eenzaam groepje grauwe panden. Op één ervan staat: Hôtel. Dit vraagt om nader onderzoek. Ik stap een verduisterde gelagkamer binnen. Boven klinkt gestommel en een vrouwenstem roept:
- C'est qui?
- C'est moi,
zeg ik geheel naar waarheid.
Ze komt de trap af. Een oud vrouwtje.
- Et vous désirez?
- Quelque chose à boire.
  Ze schenkt een cola in en komt er bij zitten voor de gezelligheid. We praten wat. Het gesuis van de autoroute klinkt gedempt op de achtergrond. Ze kijkt me onderzoekend aan. Goed mogelijk dat ze hier nooit eerder een wandelaar heeft gezien. Met een snelle handbeweging wrijft ze van tijd tot tijd het tafelblad schoon. Een tic. Spraakzaam is het vrouwtje niet. Voilà! is haar stopwoord.
- Il fait très chaud hein, aujourd'hui.
- Voilà!
- C'est vraiment un hôtel ici?
- Voilà! C'est ça.

Het etablissement trekt me niet voor een overnachting en zodra de beleefdheid het toestaat, stap ik op.
- Vous allez où?
- Trèves.
- Ah. Ça monte hein.
- Voilà!

Het stijgt inderdaad. Aan de zuidkant van de autoroute begint de lange klim naar Trèves. Alle meters die ik bij Rive-de-Gier verloren heb, moet ik opnieuw veroveren. Twee lange lussen zijn het en twee keer moet ik m'n hartslag gelegenheid gegeven om in lagere regionen terug te keren. Haast geen schaduw langs de weg. Een half uur later ligt de autoroute alweer onwerkelijk ver beneden in het dal. Je hoort hem zelfs niet meer.

De Mairie van Trèves is een klein gebouwtje met een gazonnetje ervoor. Ik stap er naar binnen om te informeren naar onderdak. Is er niet. Désolé.
Uit het gidsje van de Mont Pilat haal ik een telefoonnummer van een hotel in Les Hayes, een kleine tien kilometer verderop. In deze hitte is het de kunst om bij het telefoneren de deur van de cel met je ene voet open te houden.
Ze hebben een kamer. Heel goed. Die neem ik. Daarna wil de man weten of ik vanavond ook de maaltijd gebruik. Deze vraag krijg je vaker en hij irriteert me altijd. In een hotel-restaurant hoor je toch elk moment voor een maaltijd te kunnen aankloppen? Bovendien: als je nu ja zegt, zit je misschien aan een menu van honderd franc vast, terwijl de buurman er eentje voor zestig serveert. Ik hou me altijd op de vlakte:
- Ça dépend.
- Vous arrivez quand?
- Je ne le sais pas exactement. Six heures peut-être.
- Vous êtes où à ce moment?
- À Trèves.
- Mais c'est pas loin!
- Non, mais je suis à pied.
- Ah bon.

Een nieuw beginnummer trouwens bij het telefoneren: 69. Eindelijk weer eens een ander departement. De Loire hebben we gehad. Trèves ligt in Département du Rhône. Hoofdstad Lyon.
Nu de overnachting geregeld is heb ik alle tijd. Ik rook een sigaartje op een bank in de schaduw. Er staan watersproeiers in de voortuintjes van de bungalows. Alleen al het geluid van vallend water werkt verkoelend.
  En dan begint het eerste deel van de doorsteek naar het Rhône-dal. Over het weke asfalt van de D502. Van de Mont Pilat is niet veel over. Rechts liggen nog een paar Crêts tussen de zes- en achthonderd meter, links nog een paar van vier-, vijfhonderd en de weg slingert er tussendoor. Klimmen vervalt als probleem. Probleem is de zon in combinatie met afwezigheid van schaduw.
Bij een sportpark in Le Fautre staat een gebouwtje en er ligt een bos. Daar doe ik eindelijk mijn Tai Ji oefeningen. Was ik nog niet aan toegekomen.
Le Pilon is een gehucht rond een kruispunt, maar er staat een café en het is er druk bovendien. Een enthousiaste herdershond begroet elke nieuwe klant. Vier boeren beginnen te kaarten. Er komen meer mensen binnen. Ze geven iedereen een hand, mij ook.



 
les Haies - de houtwallen
Het laatste stukje valt tegen. Om half zes loop ik eindelijk Les Haies binnen, maar zie geen hotel. Een vrouw komt met het weinig opwekkende bericht dat mijn hotel niet in het dorp zelf ligt, maar vier kilometer naar het noorden en wel boven op een Crêt, de Croix Régis die ik de hele middag al in beeld heb gehad. Ik ben een geweldig stuk omgelopen. Als ik de afslag in Le Pilon had genomen was ik er al lang geweest. Dat had die hoteleigenaar me wel even kunnen vertellen.
Niettemin, de machine loopt gesmeerd en ik begin aan de beklimming. Aan een fietser vraag ik of ik zo goed loop naar het hotel.
- Oui, oui. Encore un kilomètre, zegt de jongen. Et je suis sûr, parce que je travaille par là!
- Alors. À bientôt!
Arrivée
: 18.30. Een ietwat verlopen hotel-restaurant boven op de berg en tussen de bossen. Prachtig uitzicht. Ernaast ligt een soort hertenkamp. Ik leg de eigenaar uit dat ik un grand détour heb gemaakt. De hotelier kijkt me wazig aan. Hij is niet erg onder de indruk, eerder onder invloed. Hij brengt me naar een kamer op de begane grond. Achter het raam begint het bos.
Ik neem twee demis op het terras en werk m'n aantekeningen bij. De jongen van onderweg heeft zijn obertenue aangetrokken. Verder bedient er nog een jongedame. Druk hebben ze het niet. Ze vervelen zich.
  De kamer heb ik voor honderdtwintig franc, maar de prijzen van het restaurant zijn exorbitant hoog. En er is geen buurman met een alternatief. Voor het eerst zie ik op de prijslijst 'Service non compris'. Eigenaardig. Op het terras regeren de wespen - les guèpes. Na de charcuterie hou ik het buiten voor gezien en zet de maaltijd binnen voort. Er blijven vier gasten zitten op het terras, twee stelletjes, en ze eten niet rustig. Het bestek gebruiken ze hoofdzakelijk om wespen te verjagen. Maar ze zijn hier speciaal voor het uitzicht naar toe gereden en laten zich niet kennen.
Het personeel is gebiologeerd door de televisie die ze in een hoek van de eetzaal hebben opgehangen. Zodra de gasten een gang hebben afgerond drukt het meisje haar sigaret uit in de asbak. Daarna deelt ze de nieuwe bestelling aan de kok mee en deze sloft dan met een laatste weemoedige blik op het beeldscherm naar de keuken om het gevraagde te bereiden. Het geheel ademt een sfeer van lamlendigheid. Hoe hebben ze zo'n equipe bij elkaar gekregen?
- Il a payé par chèque, zegt het meisje boos als ze van het afrekenen terugkomt. Zo gaat de fooi aan haar neus voorbij. De patron heeft zich inmiddels teruggetrokken. Die is te ver heen om nog iets nuttigs te doen. 's Avonds laat hoor ik hem overgeven op het toilet. Deze mensen geloven niet in hun vak. Een goed gebouw op een goede plek, maar verkeerde eigenaars en verkeerd personeel.

Avondwandeling. In de verte ligt het Rhône-dal en ik zie de lichtstreep van de Autoroute du Soleil.