Châtillon-Coligny
 
Onrustig nachtje. Warm, lawaaierige ventilator, muggen en een rokerig luchtje. Ik heb vreemd gedroomd. Ooit noteerde ik m'n dromen om te kijken of er voorspellende elementen in voor kwamen. Die kwamen er in voor. Einde onderzoek. De droom van vannacht ging over een Indonesische vrouw die na de dood van haar man nog één keer zijn vaste klanten bezocht om een laatste bijdrage te vragen. Misschien bestaat het gebruik, al kan ik me niet herinneren er ooit iets over te hebben gelezen.
Een schrijver zonder inspiratie zou zijn dromen moeten noteren. Dromen zijn een onuitputtelijke bron van verhalen. 's Nachts zet je je netten uit in het collectieve onbewuste en 's morgens kijk je wat je gevangen hebt.
Helderblauwe lucht. Ze hebben voor vandaag boven de 30º C voorspeld.
Vanaf Montargis heet de vaarweg Canal de Briare. Briare is de plaats waar het kanaal bij de Loire uitkomt. Het Canal de Briare is 57 km lang en er zijn ongeveer dertig sluizen nodig om de schepen over de heuvels heen te tillen. Dat betekent gemiddeld een sluis om de twee kilometer .
Canal de Briare is één van de oudste Europese verbindingskanalen. De hertog van Sully (1560-1641) nam het initiatief voor de aanleg en de werkzaamheden begonnen in 1604. Deze hertog zijn we al eerder tegen gekomen in Parijs. Actieve man. Maximilien de Béthune heette hij eigenlijk. Reeds als twaalfjarige trad hij in dienst van de koning. Hij was minister onder Henri IV en deed veel voor de Franse economie. De hertog woonde hier in de buurt - in het fraaie kasteel van Sully-sur-Loire dat hij in 1602 kocht.

De sluizen volgen elkaar in snel tempo op. Ze zijn genummerd. Écluse nr. 1, 2, 3.... Het jaagpad loopt tussen het kanaal en de Loing dat hier nog maar een klein stroompje is. Van verre zie ik twee wandelaars aankomen. Dichterbij gekomen blijken het twee vrouwen te zijn - druk in gesprek en zonder bagage. Nog dichterbij gekomen, blijkt dat ze mij geen blik waardig keuren. Al kwebbelend passeren ze op nog geen meter afstand en blijven recht voor zich uit kijken. In een drukke winkelstraat is dat normaal, maar op een pad waar je urenlang niemand ziet, is het eigenaardig.
  Het kanaal zit barstens vol vis. Oude en jonge. Als je voorbij loopt schieten scholen jonge visjes weg van de waterkant. En soms zie je grote exemplaren in het water stilstaan. Ik kom bij een plekje waar de zachtjes murmelende Loing dicht langs het jaagpad scheert en waar de grond bezaaid ligt met spaanders. Het ruikt naar gekapt hout. Daar doe ik Tai Ji.
Bij sluis nummer zoveel staat een bankje in de schaduw. De D298 loopt hier over het kanaal en er staat ook een restaurant. Gesloten. Ze zijn er aan het stofzuigen. Vanaf het bankje volg ik het schutten van een huurbootje. Man en vrouw redden zich heel aardig. Vanaf Briare hebben ze er ook al tientallen sluizen opzitten. Ik vraag me af of de sluiswachters extra betaald krijgen voor het schutten van al die plezierbootjes. Vrachtschepen heb ik nog nauwelijks gezien.
Vlak voor Montcresson liggen vier sluizen vlak achter elkaar. Er staat een door klimplanten overwoekerd café. Een ruïne. 'Café des quatre écluses' was de naam. Bij vier sluizen na elkaar kreeg je filevorming. En van wachten kreeg je dorst.
  Ik heb een autoklokje bij me. Het is zo'n klein dingetje van twee bij vier centimeter die je op het dashboard kunt plakken. Bij mij zit hij in m'n linker broekzak. In de natuur zou je er zonder kunnen, maar in de nederzettingen van homo sapiens speelt de tijd een rol. De bakker van Montcresson bijvoorbeeld, zou best eens om twaalf uur aan zijn siësta kunnen beginnen. Ik stel daarom de pauze nog even uit en probeer het dorpje voor midi te bereiken.
Midi
Midi - halverwege de dag.
Di is dag, van het Latijnse Dies. Het is dezelfde 'di' die je in de dagen van de week tegenkomt: lundi, mardi... En Mi is half. Het zit ook in demi. Halverwege de nacht heet: minuit.
Montcresson heeft een boulanger en hij is open. Ik koop er een blikje fris en een croissant sucré - een lekkernij die ik in een café bij de koffie opeet. Het is een groot café en de familie zit achterin de zaak aan het déjeuner. Ik heb een ansicht over van Montargis en die stuur ik bij wijze van experiment naar m'n moeder. Gisteren heeft ze me haar postcode gegeven. Volgens haar komen kaarten met postcode eerder over. Het lijkt me sterk. Dit is de proef op de som. Later bleek ze gelijk te hebben. Laat de Nederlandse PTT ansichten zonder postcode een paar dagen liggen?
De caféhouder is zo dik dat hij moeite heeft met voortbewegen. Zwaar ademend sloft hij naar buiten, hijst zich in een wit busje en rijdt weg. Zijn vrouw oogt hem na. Ze kijkt bedenkelijk.
Verder in de hitte. De E3 (GR13) die nog een tijdlang het jaagpad volgde, slaat nu definitief linksaf. Hij loopt verder langs het riviertje de Aveyron en blijft oostwaarts gaan tot Auxerre. Bij de afslag staat de eerste wandel-wegwijzer die ik in Frankrijk heb gezien. De afstanden zijn in uren gaans aangegeven.
Aan de andere kant van het kanaal liggen volgens de kaart ruïnes van het type Gallo-Romaine. Vermoedelijk een Romeinse villa. Ik ga er niet naar toe, hoewel er een voetbrug ligt. Het is te warm voor omwegen.

Sluiswachters aan het Canal de Briare hebben een mooi beroep. Ze wonen in het huisje bij de sluis, midden in de natuur. Rond het middaguur zie je ze aan een tafeltje in de schaduw zitten eten. Iets later liggen ze met de pet over de ogen in een luie stoel te slapen. Lang van te voren horen ze over de marifoon of er een schip in aantocht is.
  Montbouy. Een dorpje met een camping en een kerkje in de steigers. Kinderen zwemmen in het kanaal en in de rivier. De durfals springen vanaf de brug het water in. Het is juli en de Franse kinderen hebben zomervakantie. Half drie. Ondertussen is het erg warm geworden. Ik zoek een plekje op onder een boom bij de sluis, doe m'n schoenen uit en trakteer mezelf op een blikje cola. De sluiswachters werken inspirerend, al zie ik mezelf nog geen middagdutje doen.
Châtillon-Coligny. Een fraaie promenade met gekortwiekte boompjes. Een leuk plaatsje en eigenlijk had ik ook niet anders verwacht. Bij Châtillon kan ik me alleen maar een leuk plaatsje voorstellen. Ik drink een Gini op een terrasje bij de brug en zie bij het afrekenen dat je er ook kunt overnachten. En goedkoop: voor 96 franc mag je blijven slapen in Hôtel Auberge du Canal. Vijf minuten later sta ik onder de douche.

Ik duw de luiken van de ramen en kijk uit over het Canal. Kan niet beter. De weg over de brug gaat naar Ste-Geneviève-des-Bois - de Heilige Geneviève in het bos. En dan te bedenken dat de beste vrouw waarschijnlijk nooit heeft bestaan... Maar ja, er zijn ook zo veel goden geweest die achteraf nooit hebben bestaan. Of zouden ze alleen bestaan zolang er iemand in gelooft?
  De jacht op de cartes à petite échelle gaat door. De 1:200.000 Michelin kaart loopt niet lekker. Het is alsof je niet opschiet en onderweg is de kaart niet bijster onderhoudend. De boekhandel in Châtillon mist ook precies nummer 27 in de IGN-serie. Ik ben weer zo vrij ze hierop te attent te maken. Deze dame reageert zoals het hoort:
- Il faut les commander, zegt ze en maakt een notitie.
Maar ik mag niet klagen: ze hebben een IGN-kaart van departement Loiret - schaal 1:100.000 - een goed alternatief.
  Zes uur. L'heure de l'apéritif en dus installeer ik me op het terras van Café de la Place. Het halve dorp zit hier. De baas zet er extra tafels en stoeltjes bij. Hij heeft het druk met handjes schudden. Christine, zijn vrouw, neemt de bestellingen op. Niet ver van mij zit een grote forse man als een standbeeld achter zijn pression. Een jaar of veertig, breed gezicht, snor en slimme oogjes. Hij schijnt iedereen te kennen. In mijn verbeelding zie ik hem als een soort Maigret die vanaf dit terras achter zijn demi een moord oplost, louter door observeren en redeneren. 'Le corps dans le Canal' of zoiets.

Wie had het lijk ook al weer het eerst in het kanaal zien drijven? Was het manke Pierre van Auberge du Canal of was het Marie-Ange, de mooie dienstbode van Madame Lefèvre die steevast elke morgen om zeven uur over de brug fietste. En dan had je nog de ouwe Jacques uit Ste-Geneviève-des-Bois. Hij was er ook vroeg bij die dag. Hoe het ook zij - binnen een kwartier was het nieuws over de lugubere ontdekking in Café de la Place aangekomen, waar de grote LaPointe tegen de bar geleund aan zijn petit café nipte...

Zoiets, en dan lost hij vervolgens de moord op zonder het café te verlaten. Na zijn tiende demi heeft hij de bewijsvoering rond, zo stel ik me voor.
  Een aangeschoten vrouwspersoon zit met drie mannen aan een tafeltje. Jeannette heet ze. Op het plein staat een fontein te spuiten en Jeannette klimt onder aanmoediging van haar fanclub in het bassin om de scène uit Fellini's La Dolce Vita na te spelen. Ze probeert er iets heel verleidelijks van te maken. Het figuur heeft ze wel, maar het gezicht zit niet mee. Jeannette heeft een opgezette bovenlip. Een ontevreden klant misschien of een onenigheid met een vriendje? De mannen aan haar tafeltje vinden dat ze het geweldig doet en applaudisseren luid. De rest van het terras spreekt er schande van en vindt dat dit niet kan. Fransen zijn preutser dan je denkt, vooral op het platteland.
- Christine! roept de filmster, druipend van het water. Ze neemt weer plaats aan haar tafeltje nadat ze haar fans heeft gekust.
- Christine!
Of Christine nog een fles witte wijn wil komen brengen. Die heeft ze zojuist verdiend.

De grote LaPointe leegt zijn vijfde demi en veegt het schuim van zijn snor. Hij denkt er het zijne van. Niets ontgaat zijn scherpe blik. Wat probeert blonde Jeannette te verdrinken en hoe komt ze aan die dikke lip? Nieuwe hypotheses flitsen door zijn brein. De zaak is toch minder eenvoudig dan hij dacht...
  Het jonge echtpaar heeft een duidelijke taakverdeling. Hij overdag het café; zij de keuken en de kamers. Zij is een onfrans type: groot, serieus, beetje vinnig, maar verder ongevaarlijk. Ze serveert een copieuze maaltijd voor 68 franc. Haar man zie ik later op de avond met enkele vrienden op een terras zitten. Hij lacht en steekt de hand op.
- Un autre rôle, zegt hij.
- Oui. Et un autre décor.
Châtillon-Coligny heeft een kasteel waar je kunt logeren. In een vitrine bij de toegangspoort hebben ze foto's van de slaapkamers opgehangen. Daar kun je alvast een bed uitzoeken. En je kunt ook alvast je portemonnaie inspecteren of het vereiste bedrag er wel inzit.
  En 's avonds als de zon weg is en de temperatuur gelegenheid krijgt om onder de dertig graden te zakken, openen de dorpelingen hun luiken en ramen. Vanaf de straat kijk je zo de huiskamers in. Vrijwel overal staat de TV aan. Het is een universele verslaving.
Ook ik zet de ramen van mijn kamer wagenwijd open. Aan de waterkant spelen een oude man en vrouw een partijtje jeu de boules. Hij draagt een korte broek en wit hemd, zij een fleurige avondjurk.