- Ik hoop dat jullie geen honger hebben. Hun brood is bijna op.
Château-Thierry
 
Het ontbijt mag geen naam hebben. Een paar schijfjes geroosterd stokbrood - alsof het spul op de bon is. Bij het avondeten zijn ze royaal. Dan krijg je ongevraagd een mandje met een halve baguette. Maar 's morgens treiteren ze je met kruimels. Die arme Engelsen. Bij mijn vertrek kan ik ze nog net de ontbijtkamer wijzen.
- I hope you're not hungry. They're almost out of bread.
Ze geloven me niet en installeren zich opgewekt aan een tafeltje. De rest van het debâcle maak ik gelukkig niet mee. Ik reken af en vraag de hotelier naar de dichtstbijzijnde bakker. Hij geeft geen krimp.

In de Marne-vallei liggen verscheidene Grandes Randonnées. Door Dormans loopt er eentje die de GR14 met de Tour de l'Omois verbindt. Hij volgt de rivier op de rechteroever. Het is geen platgetreden route en in het lange gras loop ik natte sokken op. Bij Trélou-sur-Marne gaat het pad de heuvel op en slingert tussen de wijngaarden door. De viticulteurs zijn aan het werk tussen hun druivestruiken. In dit gebied kunnen de vignes twee miljoen franc per hectare opleveren - dat is ruwweg 700.000 gulden.
Dormans was de laatste stad in departement Marne. Nu zijn we in Département de l'Aisne - hoe raar dit ook lijkt als je naast de Marne loopt. Heel verwarrend. De Fransen hebben de meeste van hun departementen naar rivieren genoemd. Het stukje Marne rond Château-Thierry valt echter in departement Aisne. Nummer 02, hoofdstad Laon.
  Vanaf Courcelles geloof ik de GR verder wel. Ik volg de D320 en rust ergens uit aan de kant van de weg. Niet slim. Ik heb me in het zweet gewerkt en het waait nogal.
Passy-sur-Marne heeft een café: Fermé le lundi. Een bordje in het dorp belooft een Promenade au bord de la Marne, maar bij de Marne aangekomen blijkt het pad de verkeerde kant op te gaan.
Ik moet zojuist kou hebben gevat want ik krijg pijn in de borst. Zeer vervelend, vooral als je nog een eind moet lopen. Ik trek eerst droge sokken aan. Daarna een droog T-shirt, bloesje, jas en in deze verpakking doe ik Tai Ji. Mijn geheime wapen helpt direct. Tai Ji is wonderful. De pijn vermindert en is een uur later verdwenen.

Barzy-sur-Marne heeft aucune ressource maar in Jaulgonne, twee kilometer verder, hebben ze een gezellig restaurantje. Het is een uur of twaalf en het eetzaaltje naast de gelagkamer zit vol. Zelf neem ik in de bar een sandwich fromage en twee glazen melk. Twee vrouwen serveren het déjeuner en hoewel ze het smoordruk hebben, ziet een van hen toch kans om mij uit eigen beweging een krantje te bezorgen. Heel aardig. In deze krant lees ik dat er een kaaiman in de Marne is gesignaleerd. Vermoedelijk bij een particulier uit de woning ontsnapt. Een kaaiman op het jaagpad... 't Is weer eens wat anders.
Als ik drie kwartier later Jaulgonne verlaat ben ik in optimale conditie. En omdat keuze van de weg en conditie samenhangen, zoek ik de Marne weer op om het nog eens te proberen. De Tour de l'Omois loopt er ook. Een kilometer of vier gaat het goed - daarna is er geen doorkomen meer aan. Via een stuk hooiland bereik ik de openbare weg.
Mont-St-Père. Weer een café dat op maandag gesloten is. De eigenaar staat weliswaar in de deuropening met twee dames te praten, maar hij is onverbiddelijk:
- C'est fermé!
Op het pleintje naast het café staat een bankje in de zon.
De namen van al deze dorpjes langs de Marne moeten champagnedrinkers bekend in de oren klinken. Het wemelt er van de champagnehuizen.
Ik heb geen zin in nieuwe verrassingen en volg domweg de D3. In Gland hebben ze een benzinepomp annex café. Enige klant. Ma heeft een grote tobbe op tafel gezet en daarin wast ze een kleuter. Tussendoor moet ze even naar de pomp en daarna droogt ze de kleuter verder af.

In Brasles zie ik opnieuw het bordje Promenade au bord de la Marne en deze keer gaat het pad de goede kant op en komt uit op Quai de la Poterne in Château-Thierry. De inwoners van dit stadje heten met een hele mond vol: les Castelthéodoriciens. De eerste die ik spreek is de jongedame van het Bureau du Tourisme. Ze is niet verlegen.
- Où avez-vous trouvez le soleil?
Ik ben redelijk bruin en mijn neus is verbrand. Ze belt met Hôtel Le Moderne. Kamers vanaf 127 franc.
- Votre nom?
- C'est trop difficile pour vous.
- C'est trop difficile pour moi,
herhaalt ze door de telefoon. Mais c'est un randonneur et il a le nez bien ensoleillé. Alors...euh.
Kan niet missen dus. Kent ze verder nog hotels langs de Marne richting Parijs? Nee. Ook in Château-Thierry houdt de kennis bij de gemeentegrens op.
 
 
 
Les fainéant rois
Les fainéant rois - de koningen die niets deden. Zo noemen de Fransen de laatste Merovingische koningen.
Terrasje Place de l'Hôtel de Ville. Op de heuvel achter het stadhuis liggen de ruïnes van het kasteel waaraan het stadje zijn naam ontleent. In dit kasteel werd Thierry IV, de op één na laatste Merovingische vorst, veilig opgesloten. Zijn ambitieuze hofmeier Karel Martel heeft het kasteel speciaal voor hem laten bouwen. Het Merovingische koningshuis was in die tijd al bijna uitgerangeerd. En terecht, want ze hadden het goed verbruid. Thierry IV groeide op in het klooster van Chelles. In naam was hij koning van 720 tot aan zijn dood in 737.
Hofmeier Karel Martel baseerde zijn autoriteit op macht en bekommerde zich niet om titels. Paus Zacharias sprak hem in zijn brieven aan met Subregulus - onderkoning. De wettelijke basis kwam toen Pepijn de Korte, zoon van Karel Martel, de paus liet weten wel iets voor het koningschap te voelen. De paus, die een sterke bondgenoot nodig had om zijn eigen gebied rond Rome te beschermen, was hier wel voor te porren. Pepijn de Korte werd in 751 in Soissons tot koning gekroond en onder zijn auspiciën kwam er een Pauselijke Staat. Hij heeft deze staat meerdere malen verdedigt tegen invallende Lombardijers.
De laatste Merovingische stroman, Childeric III, werd kaalgeschoren en naar het klooster gestuurd. Einde Merovingers, begin Karolingers.

Hôtel Le Moderne. Er hangt een muf luchtje op de kamer, alsof er in geen weken iemand is geweest. De douche op de gang kost 25 franc extra. Geen douche dus. Voor het petit déjeuner vragen ze 33 franc. Ook geen ontbijt dus. Ik ga morgen zelf wel naar de bakker.
 
 
Thierry
Germaanse naam, teruggaand op de elementen diet (volk) en rik (machtig).
Dus: machtig onder het volk ofwel koning van het volk.
De Nederlandse versie is Diederik, dat inkromp tot Dirk.
Overigens. Tot aan de 12e eeuw kregen kinderen in Noord-Frankrijk overwegend Germaanse namen. Pas daarna kwamen de christelijke voornamen in zwang.
Château-Thierry is de geboorteplaats van de bekende Franse dichter: Jean de la Fontaine (1621-1695). Zijn geboortehuis staat aan de Rue de Jean de la Fontaine. Het is als museum ingericht.
Jean de la Fontaine was een dromer. In zijn jeugd hield hij meer van wandelen dan naar school gaan. Eerst dacht hij aan een religieuze carrière, maar dat werd niks. Daarna zocht hij het in de administratieve branche. Dat werd ook niks. Zijn vader had ondertussen een vrouw voor hem uitgezocht - de vijftienjarige dochter van een luitenant. En zo kwam het dat hij op zekere dag een garnizoensofficier een gedicht hoorde declameren. Daarna begreep hij zijn bestemming. Hij was toen 33 jaar. Fabels werden zijn specialiteit. Le fabuliste - auteur van fabels. Veel van zijn dichtregels werden zegswijzen in de Franse taal. Als poëtische onderbreking volgt nu de bekende fabel van de raaf en de vos. Moraal: pas op voor vleierij. Ik geef de Franse versie:
  Le Corbeau et le Renard

Maître Corbeau, sur un arbre perché.
Tenoit en son bec un fromage.
Maître Renard, par l'odeur alléché,
Lui tint à peu près ce langage:
'Hé! bonjour, Monsieur du Corbeau.
Que vous êtes joli! que vous me semblez beau!
Sans mentir, si votre ramage
Se rapporte à votre plumage,
Vous êtes le phénix des hôtes de ces bois.'
A ces mots le Corbeau ne se sent pas de joie;
Et pour montrer sa belle voix,
Il ouvre un large bec, laisse tomber sa proie.
Le Renard s'en saisit, et dit: 'Mon bon Monsieur,
Apprenez que tout flatteur
Vit aux dépens de celui qui l'écoute:
Cette leçon vaut bien un fromage sans doute.'
Le Corbeau, honteux et confus,
Jura, mais un peu tard, qu'on ne l'y prendrait plus.
- Fables (1668-1694)
Jean de la Fontaine

Vertaling
  Fontaine had het niet gemakkelijk: amoureuze verwikkelingen, armoe, schulden, scheiding, miskenning.... Voor zijn levensonderhoud was hij aangewezen op oudere adellijke dames. Hij speelde voor gezelschapsheer en droeg gedichten aan hen op. Vleierij dus eigenlijk.