Château-Landon

De volgende dag vertrokken we voor een rally door Frankrijk. Het werd een kampeervakantie van een week waarvan vooral mijn grote teen goed is opgeknapt. De wederwaardigheden zijn voor dit verslag niet interessant. Ik geloof ook niet dat we iets bijzonders beleefd hebben. Op Autoroutes en campings beleef je niet zo veel. Op de morgen van de 5e juli rijden we terug naar Nemours. Met een gangetje van 20 km/uur tuffen we achter een Convoi spécial aan.
- Ik kan natuurlijk meerijden naar Groningen. Dan ben ik vanavond thuis.
- Je twijfelt?
- Een beetje.
- 't Is nog een heel eind lopen naar de Middellandse Zee.
- Da's waar. Maar aan de ander kant: wat zou ik thuis moeten doen?
- Dat is ook waar. Er zit niemand op je te wachten.
- Nee, en ik zou er morgen al spijt van krijgen als ik nu mee terugrij. Ik loop maar verder.

Om half elf zijn we in Nemours. We drinken een kop koffie op een terras en nemen afscheid. Ik zeg dat ik over een maand wel weer in Groningen denk terug te zijn om m'n verjaardag te vieren. Dat was iets te optimistisch. Het was verder dan ik dacht. Op 5 augustus had ik nog maar net de Rhône bereikt.
In een auto zit je altijd in een besloten ruimte, en omdat je eraan gewend bent besef je je niet meer dat alles wat je ziet door die autoruit alleen nog maar tv is. Je bent een passieve waarnemer en alles trekt stomvervelend aan je voorbij in een omlijsting.
-Zen and the art of motor cycle maintenance, Robert M. Pirsig
Ik pak mijn oude routine weer op. Eerst naar de bakker voor proviand, twee sinaasappels bij de Alimentation en dan verder over het jaagpad langs het Canal du Loing. Het pad loopt tussen kanaal en rivier. Links de camping met het watervalletje waar we een week geleden stonden. Heel eigenaardig. Het loopt eerst ook wat vreemd - zo in je eentje. Maar dat duurt niet lang. Een half uur hooguit. Schitterend weer, mooie omgeving, mooi weggetje, de eerste bootjes varen voorbij, mensen steken de hand op, het geruis van stroomversnellinkjes in de Loing, vogelgeluiden en verder volstrekte rust. Wat een verschil met dat gejakker over de Franse autowegen! In een auto is het niet echt. Je kijkt naar buiten, naar landschappen die voorbij flitsen, maar je hoort er niet bij. Lopen is echt.

Op naar de Middellandse Zee, denk ik bij mezelf. Eens kijken wat er nu weer allemaal gaat gebeuren. Gisteren heb ik basketbal-schoenen gekocht en die lopen voortreffelijk. In de winkel moest ik nota bene wachten op klanten uit Groningen die sandalen kwamen kopen. M'n oude stappers heb ik aan Erik meegegeven - het zijn museumstukken geworden.
  Tai Ji op een grasveldje. Goede Tai Ji plekjes vinden was lastig de afgelopen week. Op campings heb je veel bekijks en zolang je in de auto zit begin je niks.
Eén persoon die Tai Ji doet valt altijd op. Doe je het met z'n tweeën dan oogt het al normaler. En zit je in een groep dan zijn toevallige toeschouwers in de minderheid. De kunst is natuurlijk om ook als je in je eentje bent een zekere waardigheid te behouden. Je hebt mensen die in hun eentje nog veel raardere dingen doen.

Als je een gesprek met een Fransman wilt uitlokken, dan moet je ergens blijven staan en de kaart raadplegen. Tien tegen één dat hij op je af komt en vraagt:
- Vous êtes perdu?
Deze keer is het oudere man op een fiets. Hij heeft thuis het middagmaal gegeten en is nu weer op weg naar zijn werk - naar een fabriek waar ik juist voorbij ben gelopen. Ik vraag wat soort fabriek het is.
- Mon travail?
Hij blikt sardientjes in. Hij lacht verontschuldigend. Hij weet het. 't Is geen interessant beroep.
- Vous le comprenez?
- Oui, oui, des petits poissons.
- C'est ça.

Het verbaast hem dat ik in Parijs ben geweest. Zelf komt hij er nooit. Als mensen hier met vakantie gaan, reizen ze naar het zuiden - nooit naar Parijs.
- Et vous allez où?
- Vers le Sud, suivre la Loire.
- Aah. Jusqu'à Briare c'est facile, hein. Vous pouvez continuer tout au long de ce canal.
- Y a-t-il un chemin de halage jusqu'à Briare?
- Bien sûr!

Dat is goed nieuws. De man wijst me nog op een hotelletje dat verderop aan het kanaal staat: Hôtel de la Pêche.
- Vous parlez bien français.
- Oui?

En hij vertelt dat er Hollandse vrachtschippers door het kanaal varen en er vaak wekenlang op een nieuw vrachtje liggen te wachten. Daar kan hij niet mee praten. Ze spreken geen woord Frans. En daar zijn schippers bij die hier al twintig jaar komen.
  Het was mij bekend. Toen we naar Parijs voeren, ontmoetten we in Tholen een Amsterdammer die net van z'n eerste reisje naar Frankrijk terugkwam. Leeg. Hij sprak geen woord Frans. Zo'n dag of twee voordat je op de plaats van bestemming aankomt, moet je even melden dat je in aantocht bent.
- Hoe deed je dat dan? vroeg ik hem. Als je geen Frans praat?
- Nou, zei hij. Ik heb eerst een halve fles whisky achterover geslagen en toen ben ik een telefooncel in gegaan om die Fransen op te bellen.
- En toen?
- Och, na een kwartier begrepen ze het wel ongeveer.
Bang was hij anders niet, die man. Hij was net in z'n eentje bij windkracht negen de Westerschelde overgestoken. Z'n maatje was hij in Terneuzen kwijtgeraakt. Die zag de overtocht niet zitten.
Souppes-sur-Loing ligt anderhalve kilometer van het kanaal. Het dorp is heel creatief over allerlei loopjes van de Loing heen gebouwd. Om drie uur bereik ik een schaduwrijk terrasje aan het marktplein. Ik bestel een cola en koop een extra blikje voor onderweg. Het is dorstig weer.
Souppes ligt aan de GR13 en deze volg ik om weer bij het kanaal te komen. Hij voert langs de oever van een meertje waar van alles te doen is: étang de 10 ha, baignade, voile, pêche, planche à voile, canoë-kayak, camping municipal. Achteraf was dit geen onaardige plek geweest om een week te kamperen. De GR13 gebruikt de spoorbrug om rivier en kanaal over te steken en verdwijnt dan de heuvels in om via zand- en omwegen in Château-Landon uit te komen. Zelf blijf ik het kanaal nog een tijdlang volgen. De GR13 is trouwens weer de E3 - de grote Europese wandelroute van Duitsland naar Spanje, die ik ook bij de Maas tegenkwam.
 
Souppes-sur-Loing
De plaats is mogelijk genoemd naar de Romeinse militair Sulpicius (Publius Sulpicius Rufus) die als luitenant onder Julius Caesar diende.
Bij Grandes Moulins aangekomen moet ik kiezen: of doorlopen tot het aanbevolen hotel, of naar Château-Landon, een dorp van drieduizend inwoners waar ik ook wel een hotel verwacht. Het dorp lijkt me gezelliger en het is dichterbij. Zo'n eerste wandeldag moet je niet overdrijven. Een mooi weggetje voert uit het dal van de Loing omhoog naar Mocpoix en slingert verder tussen de heuvels naar Château-Landon, waar ik om vijf uur arriveer.
Château-Landon ligt aan het riviertje de Fusain dat in de Loing uitmondt. Het riviertje ligt laag en het dorp ligt hoog - op een heuvel. Een grappig dorp. Voor het laatste stukje naar de Place du Marché is er een trap. Het syndicaat gaat om zes uur open. Ik breng de tijd door in een café aan de Place en kijk naar de Tour de France.
  Er is een renner dodelijk verongelukt bij een valpartij en de sportverslaggevers schakelen routineus over op het drama. De laatste minuten voor het ongeluk worden via interviews met deze en gene gereconstrueerd. Deskundigen erbij, referenties naar eerdere ongelukken, levensbeschrijving van de ongelukkige, etcetera, etcetera - alles wat een leeghoofd kan verzinnen om de zendtijd te vullen. Want: the show must go on. Een testbeeld lijkt mij op dit moment het meest toepasselijk. Heel vroeger zou de Tour zijn afgelast na een dodelijk ongeval - tegenwoordig lijkt het evenement niet compleet zonder een dode. Met auto- en motorraces is het niet anders. Ik herinner me van de Asser TT dat vroeger de races werden stopgezet als er iemand verongelukte. De rest van het programma werd afgelast uit respect voor renner en nabestaanden. De toeschouwers keerden bedrukt huiswaarts. Ze dachten dat het zo hoorde. Ze voelden zich ook een beetje schuldig. Ze hadden voor hun plezier gekeken naar een spektakel waarbij iemand het leven liet. Algehele verslagenheid.
Toen kwam de sportverdwazing. Overspannen sportverslaggevers op TV, reclame erbij, commercie, het grote geld... En mensen die zich met het grote geld bezig houden, kijken niet op een lijk meer of minder. Die lui zijn gewend over lijken te gaan. Sport werd oorlog en in een oorlog is het normaal dat er deelnemers sneuvelen. Inmiddels denken de kijkers dat het bij sportevenementen ook normaal is. Bij de nabeschouwingen scoren scènes met ongelukken het hoogst.
Sensatie. De mentaliteit schuift gevaarlijk dicht naar die van de Romeinen. Zij lieten gladiatoren op leven en dood vechten in hun amfitheaters. En mocht de verliezer het overleven, dan kon hij alsnog op verzoek van het publiek worden afgemaakt. Het sportevenement was niet compleet zonder een dode.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Caesar - keizer
Latere heersers bewonderden hem zo zeer dat ze zelf ook Caesar wilden heten. Het werd de titel van de Romeinse keizers. Het woord 'keizer' is van Caesar afgeleid, evenals het Duitse Kaiser en het Russische 'Tsaar'.
Over Romeinen gesproken - Julius Caesar is hier geweest. Althans volgens het plaatselijke infopaneel. Château-Landon zou door hem worden genoemd in zijn verhandeling over de Gallische Oorlog. 't Is niet onmogelijk, maar als het zo is dan heb ik er overheen gelezen. We zitten hier wel op drie kilometer afstand van de Romeinse weg Orléans (Genabum) - Sens (Agedincum), die de Fransen 'Chemin de César' noemen.
De man heeft heel wat teweeg gebracht met zijn handjevol strijders. Hij had er niet meer dan vijftigduizend nodig om Gallië te onderwerpen. Caesar leeft tot in onze tijd voort in tal van namen. Deze maand is het juli (juillet) - genoemd naar Julius Caesar. Voor die tijd heette de maand Quinctilis - de vijfde maand. De nummering stamt uit de tijd dat de Romeinen het jaar in maart lieten beginnen. Vanaf 153 vC startte het jaar in januari.
Tot in Caesars tijd rekende men met maanmaanden. Echter - twaalf maanmaanden maakten samen geen zonnejaar en daarom moest af en toe een schrikkelmaand worden ingelast. Dit gaf aanleiding tot veel misverstanden in het keizerrijk. Daarom voerde Caesar een kalenderhervorming door: de maanden werden uitgerekt tot 30 en 31 dagen, terwijl februari er 28 kreeg. Nu vielen de twaalf maanden precies in een zonnejaar en slechts om de vier jaar was er een schrikkeldag nodig. Dit systeem hebben wij nog steeds in gebruik.
De maand juli was voor Caesar. Keizer Augustus (regerend van 27 vC tot 14 nC) eiste de volgende maand voor zich op die tot dan toe Sextilis (zesde) heette. De resterende maanden behielden hun oude nummering en zo zitten wij tot op de dag van vandaag opgescheept met de reeds tweeduizend jaar achterhaalde Romeinse nummering van zeven (september) tot en met tien (december).
  De jongedame van het Syndicat d'Initiative verwijst me naar een hotel in een zijstraatje. Vol. Tweede op de lijst is Hôtel Chapeau Rouge aan de Place du Marché. Hotel De Rode Hoed. Het is dezelfde gelegenheid waar ik zojuist een uur heb doorgebracht. Het was me niet opgevallen dat je er ook kon slapen. Madame Cadi is een ietwat norse dame met rood haar. Ze onderbreekt het pils tappen om mij m'n kamer te wijzen. Keurige kamer aan de achterzijde. Uitzicht over de velden.
  Het is nog te vroeg voor het avondeten. Ik koop een Figaro en daal via de trappen af naar het riviertje de Fusain. Er ligt een oude wasplaats en naast de rivier hebben ze een parkje aangelegd. Terwijl ik op een bankje de krant lees, begint een man aan de overkant van het riviertje een gesprek. Of ik vuur heb.
- Oui...
- Un moment,
zegt hij en wandelt via een bruggetje naar me toe. Hij neemt naast mij plaats op de bank. Een man van een jaar of vijftig, nonchalant gekleed en licht aangeschoten.
- English?
- Hollandais.
- Aah.

Ik bied hem een sigaar aan en steek er zelf ook één op. Een vredige zomeravond. Twee mannen, rokend op een bankje aan de rivier. Een goede ambiance voor een gesprek. Hij komt uit Joegoslavië en woont al acht jaar in Frankrijk. We praten over vakantie, wandelen en het leven in het algemeen. Er loopt een dame met een hondje voorbij.
- Ooh-la-la... zegt de Joegoslaaf en oogt ze na tot ze uit zicht zijn. Hij neemt een flinke trek aan z'n sigaar, kijkt me aan en geeft het gesprek een vertrouwelijke wending:
- Les femmes en Hollande...
- Oui?
- Elles sont belles?
- Pas tellement.
- Non?
- Non, non. Les Françaises sont plus belles.
- Ah bon.

Dat bevalt hem. Dan zit hij hier toch goed. Daarna wil hij weten hoe de Nederlandse vrouwen in bed zijn. Als ze dan niet mooi zijn, kunnen ze dan in bed misschien nog iets bijzonders presteren?
Wat moet ik daar op antwoorden? De Nederlandse bevolking weet zich al jarenlang op een kleine vijftien miljoen te handhaven. Uit biologisch oogpunt wordt er dus voldoende hard gewerkt. Elk jaar zien er weer vrouwen kans zwanger te raken, al ontbreken mij natuurlijk pikante details over de capriolen die ze daarvoor in bed moeten uithalen. Al deze overwegingen vat ik samen in:
- Ça va.
De Joegoslaaf stapt op. Hij weet genoeg.
  In een eenvoudig restaurantje serveren ze een menu voor zestig franc - kwart liter vin rouge incluis. De eau minérale krijg je er gratis bij. Het mandje met stokbrood ook. Er zitten een man en vrouw aan een tafeltje te eten. Fransen. Verder is er niemand. De dochter des huizes bedient en ze doet dat met die mengeling van verlegenheid en doortastendheid die bepaalde vrouwen zo charmant maakt.
- Un étranger, hoor ik haar in de keuken tegen haar moeder zeggen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 

- Een mens heeft het recht om gelukkig te zijn.
Op het terras van de Rode Hoed lees ik verder in de Figaro. Een artikel over president Jacques Chirac en zijn premier ministre Alain Juppé. Ze hebben hun eerste honderd dagen er op zitten. Chirac vindt van zichzelf dat hij op TV klungelig over komt. Klopt. 't Is net een kwajongen. Veel bravoure. Maar hij praat lekker langzaam en kan goed articuleren. Het was de eerste Fransman die ik woordelijk kon volgen.
Alain Juppé, zo lees ik, is met een journaliste getrouwd. Ze moest hem een keer interviewen. Hij is erg gelukkig en komt er rond voor uit:
- Un homme a le droit d'être heureux.
De ministers die onder hem dienen zijn minder gelukkig. Met de meeste schijnt hij overhoop te liggen. Alain Juppé is een knap arrogant baasje. Heel knap èn heel arrogant.
Aan het tafeltje naast me zitten twee Engelsen - een man en een vrouw. Hij ergens in de vijftig, zij in de dertig. Ze zitten daar al te pimpelen sinds mijn aankomst in Château-Landon. De man praat nog nuchter; de vrouw heeft er moeite mee. Het is hun eerste dag in Frankrijk. Ze hebben nog geen lange relatie - daarvoor weten ze te weinig van elkaar. Misschien is het de baas met z'n secretaresse. Misschien probeerde zij hem alleen maar te interviewen...