Charleville-Mézières - 2e dag
 
Het bed is niet om over naar huis te schrijven. Het heeft z'n beste tijd gehad. De veren van het matras prikken in je rug. Maar als je ook nagaat hoe het gebruikt wordt... In de kamer boven mij zijn ze de hele nacht in een soortgelijk bed bezig met het liefdesspel.

Charleville is mijn eerste grote Franse stad. Dit in combinatie met de ongunstige weersverwachting en het goedkope hotel doen mij besluiten er een dag te blijven.
Ontbijt in de bar beneden in het hotel. Een aardige oudere vrouw serveert. Staande aan de comptoir nippen mannen aan hun eerste petit café. De fotograaf van de overkant is er ook bij. Hij wenst me Bon appétit en smoest met de serveerster. Ze hebben het over mij.
- Trop jeune pour vous, hoor ik de fotograaf zeggen.
Dat zou ik ook denken. Ik vraag de vrouw of ik een dag kan blijven.
- Petit problème...
Morgen is het Pinksterzondag en op die dag is Hôtel Du Palais gesloten. Edoch, als ik nu betaal en beloof morgenvroeg het hotel achter mij op slot te doen en de sleutel door de brievenbus te gooien, dan mag ik vannacht wel blijven.


De mens is een gewoontedier. Ook mijn rustdagen krijgen een vast verloop. Eerst op zoek naar een plekje voor Tai Ji. Aan de voet van de Mont Olympe liggen camping municipal, base nautique en piscine. Alles bij elkaar en net even buiten het centrum. Natuurlijk ontbreken de jeu de boules terreintjes niet en deze laatste zijn uitermate geschikt voor mijn oefeningen.
Daarna koffie en krant in een cafeetje aan de Maas tegenover de Vieux Moulin. Die Vieux Moulin is een oude watermolen uit de tijd van de hertogen. De bemanning van de Marijke loopt voor het raam langs. Ze hebben boodschappen gedaan.

In een zijstraatje van de Rue Moulin zit een winkeltje met goedkope spulletjes: legerdump en aanverwante. Aux Travailleurs heet de zaak en gisteren ben ik er ook al geweest. Ik overweeg de aanschaf van een slaapzak. Na rijp beraad koop ik er eentje van zevenhonderd franc en ga daarbij af op het goede gezicht van de winkelier, want uitpakken wil hij hem niet omdat het zaterdag is en de winkel vol staat. Met deze slaapzak ben ik flexibeler in de overnachtingen. Ik kan nu ook in gîtes en jeugdherbergen terecht - of desnoods bij een boer in de hooiberg gaan liggen.
Probleem is de ruimte in de rugzak. De slaapzak kan ik net onder de klep vastsjorren, maar dan mag de rugzak zelf niet te vol zitten. En wanneer zit de rugzak vol? Als het mooi weer is, want dan moet je er alle kleren in kwijt. Opruimen dus. Een oud T-shirt verdwijnt in de prullenbak en de topoguide van de GR126 probeer ik te slijten bij een tweedehands boekverkoper. Hij heeft geen belangstelling voor de gids, maar ik mag hem wel ruilen tegen een Maigret. Aardige kerel, zoals alle tweedehands boekverkopers. Hij vraagt naar bijzonderheden over mijn reis en is snel met zijn conclusie:
- Alors, une vacance interminable!
Een eindeloze vakantie. Zoiets ja.
  's Middag begint het te regenen. De Fransen negeren de regen zoveel mogelijk. Ze trekken geen jas aan en ook hun paraplui laten ze thuis.
Ik heb nog een handjevol Nederlandse en Belgische munten, samen een gulden of tien, die ik niet langer van plan ben mee te sjouwen. Met een royaal gebaar offreer ik ze aan een bedelaar, maar hij wil ze niet hebben. Je cherche travail staat er op een stuk karton dat tegen het doosje aanligt. Daar moeten dus dus alleen Franse munten in. 's-Avonds vind ik op mijn kamer een oude portefeuille ingeklemd tussen de radiator en de vensterbank. Hij bevat een foto van een vrouw en een proces verbaal van een aanrijding. Daar stop ik mijn munten in en verberg de schat op dezelfde plek.
  Charleville-Mézières met iets meer dan zestigduizend inwoners is de hoofdstad van het departement Ardennes. Charleville en Mézières zijn eigenlijk twee aparte steden met elk hun eigen historie. In 1966 zijn ze samengevoegd.
Charleville begon als de Gallo-Romeinse nederzetting Castrice. De plaats lag op de Mont Olympe waar later de voorstad Montcy-St-Pierre ontstond. Waarschijnlijk lag het aan de Romeinse weg van Reims naar Keulen. Charleville zelf ontleent haar naam aan Charles de Gonzague, hertog (duc) van Nevers, die de stad in 1606 een nieuw aanzien gaf. Charles kwam uit een Italiaans geslacht en hield van mooie bouwwerken. Aan hem dankt Charleville de Place Ducale - een rechthoekig plein omgeven door een bogengalerij. Vier straten komen haaks op het plein uit - een symmetrisch centrum. De Fransen benutten het plein als parkeerterrein en in de overdekte galerij vind je terrasjes. Heel praktisch. Vooral als het regent, zoals vanmiddag. In Parijs ontstond in dezelfde tijd (1612) Place des Vosges - een kleinere variant van de Place Ducale en volgens sommigen het mooiste pleintje van Parijs.
Er komt een bruiloftstoet aanrijden. Zo'n stoet hoor je van verre aankomen. Luid claxonnerend draaien de auto's eerst rondjes om de Place en daarna verdwijnt het uitgelaten gezelschap in de Mairie om van het jawoord getuige te zijn.
  Mézières was vroeger een vestingstadje. Evenals Charleville ligt het in een lus van de Maas. Een geweldige lus deze keer. De Maas maakt een omweg van maar liefst acht kilometer om een afstand van 250 meter te overbruggen. Dit vroeg om een kanaal, Canal des Moulins, waar schippers en molenaars hun voordeel mee deden.
  Hier in Charleville moet ik een beslissing nemen over de te volgen route. Ik kan proberen om de Maas verder te volgen naar Verdun en eventueel naar haar bron bij Montigny-le-Roi. Die weg loopt naar het zuiden. Ik kan de Maas ook vaarwel zeggen en over Reims naar het zuidwesten afbuigen om Parijs als voorlopig einddoel aanhouden. Een dilemma, want mocht ik zin hebben om door te lopen naar de Middellandse Zee dan is Parijs een flink stuk om. Wat te doen?
Ik besluit om veiligheidshalve eerst maar Parijs aan te houden. Parijs is een goede plek om mijn voeten een weekje te laten uitrusten en eventueel is het ook een goede eindbestemming. Het plan de campagne wordt: eerst naar Rethel, dan een stukje langs de Aisne, doorsteken naar Reims en daarna de Marne opzoeken die mij in Parijs moet brengen. Een week of twee lopen. Het is nu 3 juni. Dan kan ik nog net Parijs in de lente meemaken.


 
Arthur Rimbaud (1854-1891)
Bekende poëet uit Charleville. Schreef zijn hele oeuvre voor zijn twintigste verjaardag.
De speurtocht naar adressen en routebeschrijvingen gaat door. Het Office du Tourisme weet niets buiten Charleville. Ze verwijzen me naar de boekhandel, maar zelfs de grote Librairie Rimbaud aan de Rue de la République laat het afweten. Ook een gids van de GR12 (E3) die ik hier vandaan wel een eindje zou kunnen volgen is niet in de stad te vinden. Wel hebben ze dure Cartes Touristiques van 1:25.000 waarop hier en daar een logeermogelijkheid staat aangegeven.

Op deze vooravond van Pinkster gaat het barleven beneden het hotel tot diep in de nacht door. De rook dringt door in de kamer en als je het raam te ver open doet dan heb je de herrie van het kruispunt. Ach - het leven zit vol dilemma's.