Briennon
 
Woelige nacht vanwege de rug. Geen enkele positie was ideaal en elke verandering pijnlijk. Ontbijt om acht uur, maar ik moet geduld hebben. Madame Brenon heeft eerst haar handen vol aan zes Limburgers die gevoed moeten worden: man, vrouw en vier pubers op doorreis naar het zuiden.
Helderblauwe lucht. Ze voorspellen een zeer warme dag. Er is markt in Marcigny en het is geen kleine markt. Het is zo'n markt die het hele centrum vult met kraampjes en waar de hele streek op af komt. De streek heet Brionnais.

Ik hoop op een jaagpad langs het Canal de Roanne à Digoin want verder zijn er geen geschikte wegen naar het zuiden. Het jaagpad ligt er en bij Chambilly kom ik er op. Direct een paar sluisjes. Mooi pad: rechts heuvels en bossen, links de Loire vallei, daarachter weer heuvels. Het kanaal is tegen de heuvelrug aangelegd en slingert mee om steeds op dezelfde hoogte te blijven.

Lundi
Maandag. Gewijd aan de Romeinse maangodin Luna, een zuster van Sol.





Artaix is het tweede dorp. Het voldoet aan de barformule - vierhonderd inwoners en een gele weg. Artaix heeft een bar, maar hij is dicht. Fermé le lundi. De barformule geldt niet op maandag.
Langs dit kanaal hebben ze er van alles aan gedaan om het de pleziervaart naar de zin te maken: aanlegplaatsen, picknicktafels, informatie over de plaatselijke horeca... En toch is er haast geen scheepvaart. De gloednieuwe Ports de Plaisance liggen er verlaten bij. Geen wonder. Roanne is een eindpunt. Verder kun je niet. Wie er vanuit Digoin naar toe vaart, moet langs dezelfde weg weer terug.

De brug bij Melay. Op de weg staat een landrover met drie dames en pech. Ik help ze om de wagen van de weg te duwen. Twee van hen lopen de twee kilometer naar Melay om hulp te halen. Zelf heb ik geen zin in de omweg over Melay. Ik pauzeer aan het kanaal en red me met een croissant en een paar slokken water.
Aan de overkant zijn ze bezig om naast de brug een nieuwe jachthaven aan te leggen. Weggegooid geld. Welke schipper meert er af aan een kale kade naast een brug, met een dorp op twee kilometer afstand? Dit kan alleen maar een overheidsproject zijn. Een overheid die bezig is het toerisme te bevorderen.
Wielrijders. Twee Franse stelletjes die bij wijze van vakantie per VTT (Vélo Tout Terrain - mountainbike dus) het jaagpad volgen. Zwaar bepakt, helmen op en dan in de verzengende hitte over een oneffen parcours. Zo haal je het maximum uit je VTT, met een minimum aan plezier. Ze kijken ook niet erg gelukkig.
  Een restauratieve verrassing: la Providence heeft vijf kilometer verderop, bij Outre-Loire, een restaurantje aan het water neergezet. Komt heel goed uit, want anders had ik voor proviand naar Iguerande gemoeten. Dat ligt aan de overkant van de Loire op een heuvel.
In het café zitten vijf chauffeurs te eten aan een ronde tafel. Het eetzaaltje naast het café is bomvol. De chauffeurs konden er niet meer bij. Ze zijn in een geanimeerde gesprek verwikkeld. Aan de bar staat een man van een jaar of veertig die zich later voorstelt als Pierre. Zijn rechterhand houdt een glas rode wijn vast - de linker bungelt aan een duim in de broekzak. Hij mengt zich met groot enthousiasme in het gesprek en beent daarbij tussen bar en eettafel op en neer. Pierre weet enorm veel en plaatst grappige opmerkingen, bedoeld en onbedoeld. De chauffeurs vullen zijn glas bij. De onderwerpen volgen elkaar in snel tempo op. Ik bestel een sandwich en probeer het gesprek te volgen.
Nadat de dochter des huizes hun het laatste gerecht heeft voorgezet en zich vervolgens weer heeft teruggetrokken, snijden de chauffeurs het onderwerp Vrouwen aan.
- Aah, zegt Pierre. Daar weet hij alles van. De meest bekoorlijke vrouwen wonen in de omgeving van X.... Het is werkelijk incroyable welke schoonheden daar opgroeien. De chauffeurs vragen om nadere bijzonderheden. Die krijgen ze. Pierre roemt uitgebreid de kwaliteiten van de jongedames en noemt enkele plaatsen die het jachtgebied nauwkeuriger bepalen.
- Dans ce coin là, zegt hij. Daar zitten ze. Les plus belles du Brionnais!
Deze waardevolle informatie levert hem weer een glas wijn op. De plaatsnamen zeggen me niets, anders zou ik mijn route misschien hebben aangepast. Mérite un détour, zouden ze in de Michelin-gids zeggen. Zo'n streek is een omweg waard.
  Volgende onderwerp: de regering en de president van de Republiek in het bijzonder.
- Aah, daar weet Pierre alles van. Jacques Chirac kent hij persoonlijk. Chirac's vrouw is namelijk een volle nicht van hem. De chauffeurs geloven hem niet en steken er de draak mee. Pierre houdt vol. Chirac's vrouw en hij hebben dezelfde grootvader: Baron van Roanne tot nog iets. Mevrouw Chirac kent hij dus heel goed. Sterker: als hij zou willen, zou hij Chirac nu zo kunnen opbellen. Voilà! De chauffeurs liggen dubbel en dringen helaas niet verder aan op een telefoongesprek met de president van de Republiek.
Ik weet het niet. Het zou allemaal best waar kunnen zijn. De man is intelligent en weet bijzonder veel. Iemand van oude adel met een goedaardige tic. Waarom niet?
  Op aller verzoek zingt Pierre nog een oud wijsje dat ter sprake komt. Vol overgave. Weer een glas wijn verdiend. Dan verlegt hij zijn werkterrein en komt bij mij aan tafel staan.
- Une promenade à pied?
- Oui.
- J'aime marcher. Moi aussi.

Hij wandelt ook. Soms wel veertig kilometer op een dag.
- Et aujourd'hui, vous allez où?
- Pouilly-sous-Charlieu.

Een dorp dat ik op de kaart heb zien staan en waar ik met drieduizend inwoners een hotel verwacht.
- Pouilly? Aah non, c'est rien! Ecoutez!
En hij vertelt dat ik gewoon het kanaal moet blijven volgen. Ik kom dan uit bij Briennon, un petit village, en daar is een adres dat hij kan aanbevelen: Chez Monique!
- Chez Monique?
- Oui.
- Et c'est un hôtel?

Want bij Chez Monique denk ik aan een zwoel etablissement met dames uit het zojuist besproken gebied.
- Mais oui. C'est un hôtel. Simple, mais très bien et pas cher. Chez Monique. Ecoutez!
En Pierre legt omstandig uit hoe ik het kan vinden, alsof Briennon een wereldstad is. Daarna schiet hij onverwacht en met het glas nog in de hand naar buiten om een gesprek te beginnen met mannen van de vuilophaaldienst aan de overkant van het kanaal. Pierre heeft een stem als een kanon. Levenslustige en dynamische man, en zeer vermoeiend.
 
Twee uur. Verder langs het kanaal. De D122 loopt er ook en gaat na een paar kilometer geruisloos over in de D43. Verandering van departement. Dit is Département de la Loire - nummer 42. Hoofdstad Saint-Étienne.
De Loire komt naast het kanaal stromen - zo'n tien meter lager. Ze wordt elke dag smaller. Er zijn overlopen, waar overtollig kanaalwater in de rivier verdwijnt en er stromen zijriviertjes die uit de heuvels onder het kanaal door in de Loire uitkomen.
Pauze bij een stenen brug. Er vaart een Engels jacht voorbij. De vrouw tuurt over het vlaggetje op de boeg om te zien of ze onder de brug door kunnen. Ze kijkt me aan en steekt als teken van afgrijzen de hand in de mond. Ik schud nee om de spanning er in te houden. Haar man neemt gas terug en tuft met een slakkegangetje op de brug af. Een paar meter voor de brug wordt het duidelijk: ze kunnen er onderdoor. Volle kracht vooruit. De vrouw kijkt weer in mijn richting en knikt nu triomfantelijk van ja. Ik haal de schouders op. Einde pantomime.

Briennon heeft maar één hotel en dat is Hôtel du Commerce - tevens bar, restaurant en Bureau de Tabac. Ik loop naar binnen. Achter de bar staat een vrouw van ergens in de veertig. Rustig en laconiek type. Guitig gezicht en rossig haar. Ze tapt een glas bier voor me en ik vertel haar dat een zekere Pierre me dit hotel heeft aanbevolen.
- Il a dit: chez Monique.
- Oui, c'est moi.

Maar Pierre kent ze niet. Ik probeer uit te leggen dat het een bijzonder figuur is.
- Un peu bizarre?
- C'est ça.
- Non, je le connais pas.

  Monique laat drie kamers zien. Ik mag kiezen.
- Je prends toujours le meilleur marché.
- Comme vous voulez...

De mooiste kamer is tevens de goedkoopste. Honderd franc, omdat er geen douche in zit. Maar er is een douche op de gang. Het is mijn grootste en mooiste kamer tot dusver. Uitzicht op de tuin, oude tapijten op de vloer, twee grote tweepersoons bedden, popsterren uit de jaren zeventig aan de wand, een degelijke ouderwetse kast en koel.
Pouilly-sous-Charlieu
Frankrijk heeft vijftien plaatsen met deze naam. Eerder kwamen we Pouilly-sur-Loire tegen en in Pouilly-en-Bassigny ontspringt de Maas.
De naam Pouilly ontstond uit het Latijnse Pauliacus - het landgoed van Paulus. Paulus was een Romeinse familienaam.
De apostel Paulus, die Romeins staatsburger was, gebruikte deze naam bij zijn reizen door het keizerrijk.
Montuur van de bril kapot. Zo is er altijd wat. Elke dag heeft z'n eigen kleine probleempjes die je moet oplossen. Ik heb geen reservebril in mijn uitrusting, maar de ramp is te overzien. Ook zonder bril moet ik morgen in staat zijn het kanaal tot Roanne te volgen. Ik heb geen sterke glazen. Toch wil ik hem het liefst zo snel mogelijk repareren. Beneden in de huiskamer staat een oude vrouw te strijken. Moeder van Monique. Is er een opticien in Briennon? Non. En in Pouilly? Non plus.
Niettemin maak ik een wandeling naar Pouilly-sous-Charlieu. Twee kilometer heen, twee terug. Gewoon om te kijken of het echt niks is. Pierre had gelijk. Het is echt niks: een smakeloos kruispunt waar ze huizen omheen hebben gebouwd.
  - Le menu du jour. C'est quoi?
- Ooh, euh... salade, escalope et dessert.
- Je peux m'installer ici?
- Comme vous voulez...

Het favoriete zinnetje van Monique: zoals u wilt. Ze vindt alles best. Ze zegt het op een leuke manier. Zachtjes en met een wijs glimlachje. Een rustige regelaar. Ze maakt het eten klaar en helpt tussendoor klanten aan tabakswaren.
  Briennon heeft ook een Table d'Information. Wat zijn de attracties? Église XVI, Port de Plaisance en nog wat kleinigheden. De jachthaven ligt tegenover de Mairie. Ook gloednieuw. Gebouwtje erbij met douches en toiletten. Al die voorzieningen aan een kanaal waar niemand langs komt...
Ik lees de aankondigingen bij de Mairie. Je kunt tot 25.000 franc subsidie krijgen als je in je huis een chambre d'hôte weet te realiseren. Voor een gîte is de bijdrage nog veel groter. Het komt er op neer dat de overheid de helft van de kosten betaalt als het resultaat een kamer van trois épis oplevert. Épis zijn sterren. Drie sterren staat voor: très bon confort. De maatregel geldt voor de gehele Roannais - de streek rond Roanne - en is evenals die kanaalactiviteiten bedoeld om toeristen te trekken.
Overigens doen de Offices du Tourisme zelf ook mee aan het waarderingssysteem. Ze geven zichzelf punten. Ondanks alle égalité hebben de Fransen er grote behoefte aan zich te onderscheiden. Zo heb je in sommige steden VVV's met wel vier épis! Daar kunnen ze je heel veel vertellen. Maar alleen door de week! 's Zondags niet. Zondags zou je er moeten inbreken om iets aan de weet te komen.