Gustave Eiffel (1832-1923)
Franse ingenieur. Bouwde metalen bruggen en viaducten en een toren in Parijs die zijn naam draagt.
Belleville-sur-Loire
 
Bar de la Marine - zondagmorgen kwart over acht. Volle bak. Het lijkt of iedereen uit het dorp eerst naar dit café moet, voordat ze met de zondag kunnen beginnen. Een soort appel. De patron kan met uitgestrekte hand blijven rondlopen.
- Thé, café, chocolat...?
- Du thé.
- Deux croissants et du thé?
- D'accord.
Zijn vrouw helpt in de bediening. Een harde werkster. Ze vraagt aan haar man of ik m'n sleutels al heb ingeleverd. Nee, nog niet. Na het ontbijt poets ik eerst m'n tanden en daarna kunnen ze de sleutels krijgen. Markt op het pleintje bij de jachthaven. Het lijkt opnieuw warm te worden.
Blauwe libellen begeleiden me langs de waterkant. Ze zijn veelvuldig aan het copuleren. Je ziet ze meer met z'n tweeën dan alleen. Libellen kennen geen scrupules. Voor hen geen relatiebemiddeling of uitgebreide kennismakingsperiode. Het is erop of eronder. Ze hebben maar een paar maanden. Er valt geen tijd te verliezen.

Pont-Canal de Briare - een aquaduct over de Loire. Aan de overkant gaat het kanaal verder als Canal Latéral à la Loire. De Loire zelf is niet meer bevaarbaar. De Pont-Canal is in 1890 gebouwd door Gustave Eiffel - dezelfde als van de Eiffeltoren. En ook hier trekt zijn creatie veel toeristen. Ze komen met bussen vol en maken een rondvaart over kanaal en aquaduct.
Aan weerskanten van het kanaal ligt een voetpad. Toen we hier in de winter van 1982 met de Allegro langs voeren sprong Bouke van boord en riep: - Moet je kijken. Ik kan gewoon naast m'n schip lopen!
En inderdaad, het schip redde zich wel want op het aquaduct is het kanaal niet veel breder dan een spits: 5 meter 20. Het hele kanaal is namelijk op spitsen afgestemd. Ook de sluisjes in het kanaal zijn zo gebouwd dat er precies een spits inpast.
 
Briare. Terrasje in het centrum. Gezellige drukte met winkelend publiek. Een Briaarse schone draagt de consumpties aan. Je hoeft niet direct af te rekenen. Een bonnetje krijg je ook niet. Hoe onthoudt ze dat voor al die mensen?
Men kletst en gekscheert. On bavarde et on rigole. Een jongeman blijft een tijd naast me staan om met een jongen en meisje aan het naburige tafeltje te praten. Er is een stoel vrij, maar hij gaat niet zitten. Wil hij een consumptie uitsparen of wacht hij op een uitnodiging om te gaan zitten? Fransen hebben goede omgangsvormen, al heb ik vaak de indruk dat ze niet precies weten hoe ze zich moeten gedragen en daarom in het sociale verkeer veiligheidshalve een hele voorzichtige koers varen. Ze zijn erg bang een ander te ontrieven. De uitdrukking 'Ça vous dérange?' ligt hen voor in de mond.
Observaties. Er zit een mooie Française met man en kinderen en er zit een foeilelijke Française zonder man en zonder kinderen. Ze leest in een reisgids.
Terug naar het kanaal, de Loire over en verder langs het jaagpad in de felle zon. Beschutting is er niet. We zijn nu in het Land van Oc.
Nieuwe talen , nieuwe soorten
Als je een groep mensen in tweeën splitst en uitwisseling voorkomt, dan muteert de taal tot de twee groepen niet meer met elkaar kunnen praten. Zo krijg je twee nieuwe talen.
Als je een groep dieren in tweeën splitst en uitwisseling voorkomt, dan muteren de genen tot de twee groepen niet meer met elkaar kunnen paren. Zo krijg je twee nieuwe soorten.
 

In Gallië werd de Keltische taal verdrongen door het latijn van de Romeinse soldaten en daaruit ontstond frans - het 'oerfrans' zeg maar. Na de Romeinse periode viel Gallië uit elkaar. De wegen raakten in verval en werden geteisterd door bandieten. Handelsverkeer was er niet. Dorpen en steden kwamen geisoleerd te liggen en als gevolg daarvan ontstonden in de vroege Middeleeuwen tal van dialecten. De grens van een dialect liep vaak langs een natuurlijke barrière - een rivier of een bergmassief.
Vanaf de 10e eeuw gingen de dialecten in het noorden en zuiden zich ingrijpend van elkaar onderscheiden. Er ontstonden ruwweg twee taalgroepen uit het oerfrans. De taalgrens lag bij de Loire. Boven de Loire zeiden ze Oui als ze Ja bedoelden, beneden de Loire zeiden ze Oc als bevestiging. De voorloper van Oui is Oïl en daarom heette de taal ten noorden van de Loire: Langue d'Oïl. Ten zuiden van de rivier sprak men de Langue d'Oc. Tegenwoordig is het gebied van de Languedoc alleen nog maar de smalle strook land langs de Middellandse Zeekust - vroeger was het veel groter.
De Loire werd niet alleen een taalgrens, maar ook een mentaliteitsgrens. Ten noorden van de Loire waren de mensen nuchter, ambitieus en veroveringsgezind. Neem Parijs met zijn koningen en de carrièremakers die hen omringden. Beneden de Loire lag het romantische deel van Frankrijk: het land van zon, wijn, en vrolijkheid - het land van de levensgenieters: La joie de vivre.
De taal van Oc heeft het tegen de taal van Oui moeten afleggen. Toch vindt je er soms nog iets van terug. In het Land van Oc bijvoorbeeld, heten de boerderijen niet Ferme, maar Mas. In Zuid-Frankrijk wemelt het van de 'Massen'.
  Uitgedroogd kom ik aan in Châtillon-sur-Loire. Een mooi dorpje zoals de naam al aangeeft. Het is toeristisch en er staan hotels, maar het is nog vroeg op de middag. Ergens in een bar neem ik een Quiche Lorraine - een Franse snack - en probeer het vochttekort op te heffen. Naast de gelagkamer is een lokaaltje met TV, flipperkasten en elektronisch spelmateriaal. Ik zie er ook een dambord met schijven liggen. Oud en nieuw vermaak.
Ik koop een krant en lees wat in een parkje bij het kanaal. Op deze hete zondagmiddag hebben veel gezinnetjes hun toevlucht gezocht onder de bomen. Naast het parkje een leuk restaurantje met chambres d'hôtes. Zeer verleidelijk. Ik neem er een kijkje, drink een glas melk en... besluit om door te lopen.
Terwijl ik voortstap in de zon valt mijn oog op twee bomenrijen aan mijn linkerhand. De kaart vermeldt: Ancien canal (déclassé). Langs het oude kanaal loopt een schaduwrijke laan. Het kanaal zelf is hooguit een halve meter diep en volgegroeid met waterplanten.

De Loire zelf is niet bevaarbaar, schreef ik zojuist. Dat is niet altijd zo geweest. Integendeel. De Loire werd vroeger zeer druk bevaren. Met platbodems. In de Romeinse tijd heette de rivier: Liger.
In de 15e eeuw was de Loire zelfs de belangrijkste verkeersader in Frankrijk. Vanuit zee kon je zeilend vierhonderd kilometer landinwaarts komen. En vanaf de ander kant? Koopwaar uit het Midden-Oosten werd gelost in Marseille, via de Rhône naar Lyon vervoerd en op karren geladen voor de tachtig kilometer lange tocht door de heuvels naar Roanne. En daar werd het overgeladen in de boten van de Loire.
Al in 1215 werd er een belangenvereniging opgericht door alle handelaren die de Loire gebruikten. Tot 1773 zorgde die club voor baggerwerk, bebakening, bedijking, etcetera.

 
 
Loire
Met 1012 km de langste rivier van Frankrijk. Ontspringt op de Gerbier de Jonc (Massif Central) op 150 km van de Middellandse Zee. Mondt bij St-Nazaire uit in de Atlantische Oceaan. Mentaliteitsgrens. Romeinse naam: Liger.
Na de Franse Revolutie is het is nooit meer goed gekomen. De vaargeul werd verwaarloosd en de rivier verzandde - ieder jaar neemt de Loire 200.000 ton zand mee uit het Massif Central. In de 19e eeuw (1834-1838) groef men van Roanne naar Briare een zijkanaal: het Canal Latéral. Het kanaal waar ik nu langs loop zal daar een voorloper van zijn geweest.

Bij l'Étang stopt het Ancien Canal. Ik klauter de heuvel op en loop door het dorp. Verzengende hitte. Enkele mensen komen terug van een tuinparty. Een vrouw vraagt:
- C'est pas trop chaud pour marcher?
- Ça va.
- On s'habitue, hein...

Alles went, inderdaad. Maar op het asfaltweggetje naar Beaulieu is het nauwelijks te harden. 'C'est l'enfer' zouden de Fransen zeggen. Een hel. Het asfalt is vloeibaar geworden. Nergens schaduw. Op het laatst heb je de neiging de streepjes schaduw van de telefoondraden op te zoeken.
De eerste bomen van Beaulieu. Op een dag als deze leer je eenvoudige bomen waarderen. Vijf uur. In Beaulieu staat een hotel, maar ze hebben geen plek. Ze verwijzen me naar Maimbray - drie kilometer verderop. Daar is ook een hotel. OK - dan eerst iets drinken. Het is druk in de bar. Tegenover een fietser is een plaatsje vrij.
- Vous permettez?
- Oui.

Zijn karretje heb ik buiten tegen de muur zien staan. Een fietsvakantie zo te zien. We wisselen enkele woorden in het Frans, tot mijn oog valt op een enveloppe met Pays-Bas in het adres.
- Ik geloof dat we ook wel Nederlands kunnen praten.
Dat kan. De jongeman komt uit Eindhoven. Hij is met de auto naar Parijs gereden en daar op de fiets gestapt. Hij hoopt in een week of drie Zuid-Frankrijk te bereiken. Hij fietst in z'n eentje. Z'n vriendin had al een vakantie besproken met een andere vriendin. Die vriendin woont in Assen, verteld hij.
- Assen? Dat is een aardig eind weg als je zelf in Eindhoven woont.
- Och ja. We zien elkaar alleen in het weekend.
- En hoe kom je aan een vriendin in Assen, als ik vragen mag?
- Via een vakantie. Zo'n georganiseerde avontuurlijke reis. Met een landrover op pad. Je weet wel.
- En toen was het gelijk raak?
- Nee, nee. Na de vakantie heb ik haar nog eens opgebeld. Of ze zin had om samen iets te ondernemen. Dat wilde ze wel. En zo is het gekomen. Maar het is nog niet zolang aan hoor. Pas vanaf deze herfst. Vandaar dat ze al een vakantie had besproken.
Het is mij helemaal duidelijk. Aardige en bescheiden jongen. We drinken nog een flesje fris en ieder gaat zijns weegs. Het loopt tegen zessen en de zon is minder fel geworden.
Maimbray is een gehucht. Het hotel staat er, maar het is gesloten. La fermeture hebdomadaire. Ik probeer een paar deuren. Dicht. Een mannetje op een scooter rijdt het erf op.
- C'est fermé hein.
- Toute la journée?
- Aah oui. On revient demain matin.
- Y a-t-il un autre hotel?
- Oui, à Belleville.
- Et celui-là est ouvert?
- Oui, oui.

Ik vraag nog even of hij het wel heel zeker weet. Ja, hij weet het heel zeker. Dus loop ik verder naar Belleville. Weer vier kilometer. Dit stuk loop ik langs de D951. Het mannetje op de scooter is me voorgegaan. Ik denk dat hij naar het hotel rijdt om te kijken of ik er inderdaad terecht kan. Twee koeltorens komen gevaarlijk dichtbij. Ik kijk op de kaart, en jawel: Centrale Nucléaire de Belleville. Ik heb een fijne neus voor kerncentrales.

Auberge de la Bonne Humeur. Een Logis de France. Niet slecht. De man met het goede humeur staat achter de tap. Een joviale ouwe baas.
- Une pression? ... vraagt hij nog voor ik iets gezegd heb.
- Oui. Et une chambre, si c'est possible.
- Aah. Attendez!

De pression schiet er voorlopig bij in. Hij haalt zijn dochter erbij. Een kordaat vrouwtje van een jaar of dertig. Ze doet me denken aan Doddeltje uit de Bommelverhalen. Ze heeft nog precies één kamer vrij.
- Ça suffit. Je le prends.
- D'accord.
- Et maintenant la pression...

Maar de ouwe heer staat erop dat zijn dochter mij eerst de kamer laat zien en hij duldt geen tegenspraak. Ik geef maar toe, voordat hij z'n goede humeur verliest, en loop achter Juffrouw Doddel de trap op naar boven. De kamer is voortreffelijk. Er staat zelfs een degelijk eikehouten bureautje. Uitzicht op de tuin die tot aan het kanaal doorloopt. De koeltorens zijn aan het zicht onttrokken.
  Douche op de gang. Ook heel aantrekkelijk en omdat ik nu dichter bij de douche ben dan bij de tap, neem ik eerst een douche. Helaas - de douche is bezet. Een vrouwenstem:
- Wie is daar?
- Ik denk niet dat u mij kent. U had trouwens 'C'est qui?' moeten vragen. We zitten in Frankrijk.
- O.
Stilte.
- Zou je iets voor me willen doen?
- Zeg het maar...
- Ik heb de handdoek op m'n kamer laten liggen. Zou je die even willen ophalen?
- Heeft de kamer ook een nummer?
- Kamer zes. De handdoek ligt op bed.
Er logeert een groep Nederlanders. Irritante lui. Mannen type eikel - vrouwen arrogant. Ze eten aan een lange tafel op het terras. Overdreven lachsalvo's zodra men vermoedt dat iemand iets grappigs heeft gezegd. Allemaal aanstellerij.
Verder logeren er nog twee fietsende dertigers - ook Nederlanders. Ze zijn het voortdurend met elkaar oneens. Intellectuelen met een goede opleiding maar moeilijk karakter.
Juffrouw Doddel draagt de schotels aan.
  Belleville stelt niet veel voor, maar het dorpje doet zijn naam eer aan. Het ziet er goed onderhouden uit. Ze hebben een sluisje, een bakker die 's morgens om vijf uur open gaat, een kerk en dan natuurlijk de kerncentrale. Daar zijn ze erg trots op. Hij staat vermeld op de Table d'information. De relations publiques van Electricité de France (EDF) werken goed. Als je wilt, kun je het Centre Nucléaire de Belleville bezoeken, maar dan moet je het wel drie weken van te voren laten weten.
Midden in het dorp, bij de bushalte, is een overdekte gelegenheid. Een chauffeur heeft er zijn camion geparkeerd en ligt languit te slapen op een bankje. Als de zon straks weg is, gaat hij het weer proberen. Er is ook een openbaar toilet. Niet zo'n goor urinoir als je in Nederland vaak ziet, maar keurig onderhouden sanitaire voorzieningen.
  Belleville-sur-Loire ligt overigens niet meer in het departement Loiret. Vlak voor Belleville gaat de D951 over in de D751. Ander departement, ander nummer van de Route Départementale. Dit is Département du Cher - nummer 18. Hoofdstad Bourges. De rivier de Cher komt in de buurt van Tours in de Loire uit.
  Ik moet nog een stukje geschiedenis kwijt. We zitten aan de Loire en hogerop aan de Loire ligt Orléans en Orléans is onverbrekelijk verbonden met de Maagd van Orléans - Jeanne d'Arc. Ze hoort bij de coryfeeën uit de Franse geschiedenis. Ze hoort thuis in het rijtje: Caesar, Clovis, Charlemagne, Louis IX, Henri IV... Zonder Jeanne d'Arc was Frankrijk misschien opgehouden te bestaan en in Engeland opgegaan. Daarom nu uit de serie Beroemde Vrouwen: Jeanne d'Arc (1412-1431) - De Maagd van Orléans.
  Het Engelse koningshuis meende lange tijd aanspraak te maken op Frans grondgebied. Hieruit kwam de Honderdjarige Oorlog voort en begin 15e eeuw stond het er met Frankrijk slecht voor. Een groot deel van het land was al in Engelse handen. De hertog van Bourgondië speelde onder een hoedje met de Engelsen. Charles VII, de nog ongekroonde zoon van Koning Charles VI, had zich met een ruziënde hofhouding teruggetrokken in Bourges. Er ging niets van de man uit en dat kwam mede omdat hij zelf aan zijn wettige afkomst twijfelde. Hij was het twaalfde kind van Isabella van Beieren die talrijke minnaars had. Men noemde hem spottend 'Roi de Bourges' - koning van Bourges. Toen kwam Jeanne d'Arc...
  Jeanne d'Arc wordt op 6 januari 1412 in Domrémy (Vogezen) geboren. In visioenen krijgt ze bezoek van de aartsengel Saint Michel die zich laat vergezellen door Sainte Catherine en Sainte Marguérite. Ze brengen Jeanne op de hoogte van haar missie: ze moet Charles VII op de troon helpen en de Engelsen uit het land verdrijven.
Zeventien jaar is ze en op 9 maart 1429 bereikt ze te paard de plaats Chinon waar Charles zich bij wijze van misplaatste grap in gewone kleren tussen zijn hofhouding verbergt. Maar mejuffrouw d'Arc haalt hem er feilloos uit en weet hem van haar missie te overtuigen. Ze stelt zich voor als: Jehanne, la Pucelle (de maagd). Het hof vertrouwt de zaak niet en stuurt haar door naar het gerecht in Poitiers (Poitiers was het bestuurscentrum - Parijs was in Engelse handen). Daar moeten ze uitzoeken of Jeanne misschien een heks is en verder dient onderzocht te worden of ze inderdaad maagd is. Na drie weken verhoor is iedereen tevreden. Ze krijgt soldaten en wapens mee en trekt ten strijde. Charles zelf gaat niet mee.
  Ze herovert Orléans op de Engelsen - 8 mei 1429. De datum wordt een nationale feestdag, maar valt sinds 1945 samen met de Franse bevrijdingsdag. De legeraanvoerders hebben het niet op haar begrepen en werken haar op alle fronten tegen, maar de bevolking is op haar hand. Na nog enkele successen weet ze Charles VII in het kasteel van Sully-sur-Loire over te halen zich tot koning te laten kronen. Aldus geschiedt op 17 juli van hetzelfde jaar in de kathedraal van Reims.
Dan keert het tij. Het hertogdom Bourgondië verzet zich tegen de nieuwe Franse monarchie. Bourgondiërs nemen Jeanne d'Arc bij Compiègne gevangen en leveren haar uit aan de Engelsen. Charles VII steekt geen vinger uit om haar te helpen. In een kerkelijk proces onder voorzitterschap van de bisschop van Rouen wordt haar begin 1431 hekserij en ketterij ten laste gelegd. Op 30 mei 1431, negentien jaar oud, sterft ze op de brandstapel.
Het vervolg is niet minder interessant. Eerst wordt in 1456 het vonnis postuum herzien, daarna wordt ze in 1909 zalig verklaard en tenslotte in 1920 heilig. Ze durven wel, daar in Rome.


Chinese strategie nr. 14


lenen - lichaam - terugkeren - ziel

Voor de terugkeer van de ziel een lijk lenen.
De strategie die Jeanne volgde, stond bij de oude Chinezen bekend als 'Voor de terugkeer van de ziel een lijk lenen' - strategie nummer 14. Het lijk is hier Charles VII en de ziel is het vertrouwen in hun eigen monarchie dat de Fransen nodig hadden om de Engelsen uit het land te verdrijven. Zoek bij interne verdeeldheid naar een gemeenschappelijk doel en bedenk een symbool waarmee iedereen zich kan identificeren. In de katholieke kerk is de strategie heel letterlijk toegepast: men leende lijken en maakte er heiligen van. De gelovigen raakten bezield, bouwden kerken en kathedralen om de relikwieën in onder te brengen en legden zich toe op verering en bedevaart.
  En de Honderdjarige Oorlog? Die eindigde in 1453. De Engelsen wisten alleen de Kanaaleilanden te behouden. Niettemin bleef het Engelse koningshuis de titel 'Koning van Frankrijk' voeren. Pas nadat in 1793 het hoofd van de echte koning van Frankrijk, Lodewijk XVI, van de guillotine rolde, sloeg de twijfel toe. In 1802 werd de titel afgeschaft.