Terrenoire - zwarte aarde (steenkool)
La Barollière

Zeven uur op. Acht uur vertrek. Ze hebben beloofd er weer een hete dag van te maken en dus is elk uur in de ochtend meegenomen. In het gidsje van het Parc du Pilat ben ik een Maison Familiale tegengekomen in La Barollière, 15 km van St-Étienne. Hemelsbreed - à vol d'oiseau. Daar schijn je te kunnen overnachten.
Om op de goede manier de stad te verlaten, heb je meer aan de IGN-kaart dan aan de stadsplattegrond. Via de Rue de la République en de Rue des Alliés bereik ik de oostelijke buitenwijken. Hier rijden geen trams maar trolleybussen. Ook wel aardig. Bij een knooppunt van autoroutes ligt Terrenoire - het laatste voorstadje. Negen uur. Er is markt en ik drink een petit café in een brasserie tussen oude en tandeloze mensen.

Ik volg het riviertje de Janon over de Rue de Lyon. De Janon mondt bij St-Chamond uit in de Gier. Dit is het afwateringsgebied van de Rhône. Rechts de groene heuvels van de Pilat, links de autoroute.
Bij la Chataignière kom ik op de weg die ik hebben wil - de D36. Ik vraag twee inwoners of het inderdaad de D36 is. Het nummer zegt ze niets, maar de weg leidt naar St-Chamond - zoveel weten ze wel.
De D36 is een licht slingerende weg langs de berghelling op veilige afstand van de autoroute. Voor het eerst in drie maanden loop ik eigenlijk de verkeerde kant op: naar het Noorden. Ik doe Tai Ji op een hellend zijweggetje en heb zelden zoveel belangstelling gehad. Een kudde koeien als publiek.
 
 
 
 
 
Een hardloper met ontbloot bovenlijf haalt me in.
- Ça va avec le Tai Ji?... vraagt hij.
- Ça va.
St-Chamond. Een café aan het marktplein zonder melk. Café crème is niet leverbaar. Een vriendelijk oud baasje wil alle buitenlanders het land uit hebben en vertelt het aan iedereen die het horen wil.
Te vroeg voor de lunch. Verder dus. Maar ik heb grote moeite weer op de D36 te komen. Schrijnend gebrek aan wegwijzers. In een boucherie tref ik een vrouw die precies weet waar La Barollière ligt. Ze woont er namelijk zelf. Ik mag met haar meerijden, maar ze weet zelf ook wel dat ik liever loop. Er ontspint zich een discussie tussen de vrouw en de slagersjongen. Ze willen me allebei een andere kant op sturen. Ik hou het op de visie van de vrouw. Helaas is uitleggen niet haar sterkste punt, zodat ik een paar straten verder weer aan het twijfelen sla. Ik vraag een man die de heg staat te knippen waar hij denkt dat de straat voor zijn huis naar toe gaat. Le Coin. Hij woont aan de Avenue Charles de Gaulle.
- Vous le connaissez? vraagt hij en houdt de hand boven het hoofd met een gebaar van: je weet wel - die lange.
- Mais oui. Le général.
- C'est ça. Vous allez où?
- La Barollière.
- Aah. C'est du terrain sauvage. Faites attention hein! Il y a des serpents par là.

Slangen? Interessant. Nog geen slang gezien tot dusver.
  Ik reken op een restaurantje bij Le Coin. Dat is er ook, maar het is gesloten. Het is één uur geworden en veel te warm om te lopen, laat staan klimmen. Want voor La Barollière moet je omhoog. Omhoog dus in de verzengende hitte. In een betonnen greppel aan de kant van de weg improviseer ik een lunchpauze. Het uitzicht wordt steeds fraaier. Het dal van de Gier met dorpen en autowegen. St-Chamond waar ik een uur geleden nog liep, ligt nu ver weg in de diepte. De witte flats zijn tot speelgoedafmetingen teruggebracht. Opnieuw verbaas ik me erover hoe snel je te voet afstanden en hoogtes kunt overbruggen - zelfs bij deze temperaturen.
 
 
 
 


Forum Vetus
Vetus = oud. Het oude forum dus. De huidige naam van de heuvel, Fourvière, is een verbastering van Forum Vetus.
Hier ergens, aan de overkant van het dal van de Gier, begon een Romeinse aquaduct naar de stad Lyon. Lyon had er vier. Het aquaduct van de Gier was met 75 km de langste en als enige in staat het Romeinse centrum van water te voorzien. Dat centrum, het Forum Vetus, lag op de heuvel Fourvière (uit Forum Vetus). Rivierwater was er genoeg in de Romeinse steden, maar dat water konden ze niet naar de hoger gelegen badhuizen en fonteinen laten stromen. De Romeinse ingenieurs wachtten dus niet tot het water via de rivieren in de steden belandde, maar ze gingen op zoek naar bronnen en bovenlopen en bouwden aquaducten met zo klein verval dat het water op bruikbare hoogte in de stad arriveerde. Hierin waren ze zeer bedreven. Dit aquaduct vanuit de bovenloop van de Gier werd onder keizer Hadrianus aangelegd, begin tweede eeuw. Op mijn IGN-kaart zijn vier plaatsen aangegeven waar nog restanten van dit aquaduct te vinden zijn. Een van de zijriviertjes aan de overkant heet Rau des Arcs. Zou het aquaduct daar begonnen zijn?

Klokslag twee uur betreed ik de toegangspoort van Maison Familiale La Barollière. Het eerste waar mijn oog op valt is een zwembad met terras. Er spelen kinderen. In het park ligt een groot gebouw. Ik stap naar binnen en loop in de eetzaal een man tegen het lijf. Rustig persoon. Korte baard en ongeveer mijn leeftijd. Monsieur le directeur.
- Vous désirez?
- Une chambre pour cette nuit si c'est possible.
- Randonneur?
- Oui.
- Vous faisez le Tour du Pilat?
- Non. Je marche vers la Rhône.
Le Tour du Pilat
is een rondje door de bergen. We lopen naar zijn kantoortje, waar hij een boekwerk raadpleegt.
- Oui ça va. Vous mangez avec nous?
- Oui.

Gemeenschappelijke warme maaltijd om zeven uur. Hij vult een Note de Séjour in. Bij Nom vult hij in: Passage. En demi pension: 139 franc. Ziet er goed uit. Het lijkt een van m'n goedkopere overnachtingen te worden.
  Hij toont me de kamer. Ideaal. Tweepersoons, aan de voorkant, uitzicht op de cour, het bos en vergezichten op het dal. Ik neem een douche, was sokken en T-shirt en ga m'n dorst lessen op het terrasje naast het zwembad. De directeur legt me uit hoe het zwembad werkt. Het werkt ingewikkeld. Er staat een klein gebouwtje naast, iets van drie bij vijf meter. Daar schijn je op een bepaalde plek naar binnen te kunnen en dan zijn er kleedhokjes en er is een douche en als je dan steeds maar doorloopt kom je vanzelf bij het zwembad uit. Zoals hij het uitlegt lijken er talloze mogelijkheden om in het optrekje te verdwalen. Verder schijnt er net iets kapot te zijn gegaan, wat de te volgen procedure nog weer ernstig bemoeilijkt. Als klap op de vuurpijl deelt hij mee dat je er alleen met een echt zwembroekje in mag. Daarmee ben ik in één keer uit alle problemen, want ik heb geen echt zwembroekje.
Vervolgens stelt de directeur me voor aan barkeepster Marie.
- Un étranger. Il parle seulement Anglais, zegt hij om haar te plagen.
Het kind is direct uit haar gewone doen. Paniek, nu ze denkt dat ze Engels moet praten. Ik bestel snel een tonic in het Frans om haar gerust te stellen. Marie is een vrij brutaal jongmens, zo ontdekte ik later. Overschreeuwde onzekerheid - daar hebben meer Fransen last van.
Vanaf dit moment gaat het als een lopend vuurtje door het kampement dat er een Engelsman is gearriveerd.
  Wat is een Maison Familiale? Het is een vakantie-adres voor het hele gezin en je kunt gerust je opa en oma meenemen. Mijn note de séjour vermeldt retraités als aparte categorie. De gepensioneerden zoeken verkoeling onder de bomen. Ze zitten in groepjes bij elkaar. We bevinden ons op een soort landgoed, omgeven door een muur. Het grootste deel van het terrein bestaat uit bos. Je kunt er ook kamperen en er liggen tennisbanen. In het gebouw is een bibliotheek en televisiekamer. Ik denk dat ze gemakkelijk honderd mensen kunnen herbergen.
  De verkenning van het bos brengt me bij een oude vervallen muur en daar zie ik hem: m'n eerste slang. Het is een lange slang van een meter of twee en hij glijdt zonder aanwijsbaar voortbewegingsapparaat op mysterieuze wijze onder langs het muurtje, zoals een echte slang betaamt. In de buurt lopen mensen takken te verzamelen voor een kampvuur. Ik waarschuw ze voor de slang. Ze nemen het voor kennisgeving aan en zoeken gewoon door. Later hoorde ik van de directeur dat de lange slangen ongevaarlijk zijn. Het zijn de kleintjes waarvoor je uit moet kijken. Les vipères - de adders.
  Zeven uur. De maaltijd. De directeur begint met enkele mededelingen. En nu moet ik voor het verhaal even terug naar vanmiddag. Toen wilde hij met mij de lift nemen naar de eerste verdieping. Ik legde hem uit dat ik liften niet vertrouwde en de voorkeur gaf aan de trap. Hij haalde de schouders op en we namen de trap. Nu deelt hij mee dat de lift vanmiddag is stukgegaan en hij kijkt mij daarbij veelbetekenend aan. Ach ja - zodra ik er aan kom, gaan de liften kapot.
We eten aan grote tafels. Een man of tien per tafel. Ze zetten me niet zomaar ergens neer. Nee nee. De vrouw aan mijn rechterzijde is de echtgenote van de directeur. Ze kan tot tien tellen in het Nederlands en dus de aangewezen tafelgenoot. Sympathieke en mooie vrouw. Van praten komt niet veel want ze heeft haar handen vol aan twee kleuters die ook meeëten. Aan mijn linkerzijde zit een oudere man. Hij legt mij de tafelgewoonten uit en ziet er op toe dat mijn bord en glas gevuld blijven. De vader van de directeur. Hij en z'n vrouw logeren hier regelmatig. Ze wonen in Roanne en vanavond, als de zon weg is en het rijden aangenamer wordt, gaan ze naar huis om de planten water te geven. Roanne geeft ons gesprekstof. De man is oud-militair.
Een tijdlang lig ik onder een spervuur van vragen. De tafelgenoten willen alles weten. Helemaal lopend uit Nederland?

- Beetje bij beetje maakt de vogel zijn nest.
- Il faut du temps, zeg ik. Chaque jour une petite distance.
- Ah oui. Petit à petit l'oiseau fait son nid
, zegt iemand.
Aan tafel zit ook een oudere dochter van de directeur - een jaar of achttien. Ze vraagt of het niet vreemd is om zolang geen Nederlands te praten. Goede vraag. Nederlands praat ik af en toe een paar minuten over de telefoon. Totaal misschien tien minuten per week. Nederlands schrijven doe ik echter wel: in m'n logboek elke avond en ook de verhaaltjes op de ansichten die ik nog met vaste regelmaat naar alle adressen uit m'n nieuwe adresboekje stuur. En toch... hoe langer je in Frankrijk verblijft, hoe vaker beginnen Franse zinnetjes in je op te komen. Als je dit maar lang genoeg volhoudt, zal het denken in Nederlandse zinnetjes op den duur wel helemaal verdwijnen. En na nog langere tijd ga je misschien wel in het Frans dromen. Je zou het emigranten moeten vragen hoe dit werkt. Ik heb er nooit iets over gelezen.
Het dessert valt zo in de smaak dat de voltallige eetzaal het lied 'Merci, monsieur le directeur' aanheft. Na het eten is er gratis koffie op het terras.
 
 

Je chante - ik zing
De avond wordt een van de meest gedenkwaardige van de tocht. Een jongeman pakt zijn gitaar en dan gaan we liedjes zingen. Chansons wel te verstaan. De zangbundel heet Je chante en je mag je favoriete chanson uitzoeken. De vraag is enorm. De gitarist heeft een stapel liedbundels voor zich liggen, opengeslagen op de plaats van het verzoeknummer. Hij speelt ze allemaal zonder mankeren. Hij is onvermoeibaar. Een zwoele zomeravond. Beneden in het dal van de Gier twinkelen duizenden lichtjes. Zeer romantisch sfeertje.
De Fransen kennen hun chansons. Voor andere Europeanen zijn het onbekende liedjes, maar de chansons in de eigen taal zijn in dit land ongekend populair. Iedereen zingt en neuriet ze mee. Ook mannen die in het dagelijkse leven vermoedelijk het hoogste woord hebben, zingen braaf en ontroerd de oude en nieuwe liedjes mee. Ieder bewaart aan de chansons herinneringen van weleer. Les petits oiseaux - een chanson over vogels die in een kooitje zitten en graag naar buiten willen. En dan de parallel met mensen die in hun dagelijks leven ook opgesloten zitten en graag willen ontsnappen. In de Franse chansons komen veel oiseaux voor. Ik denk omdat in het Frans veel woorden eindigen op -aux. Neem het Nederlandse 'vogels'. Wat rijmt er nu op vogels? Ja kogels, maar dan houdt het op.
Yesterday van de Beatles is aan de beurt. En nu kijken ze mij aan, omdat ze denken dat ik Engelsman ben.