ferme - boerderij
fermier - boer
fermière - boerin
Balbigny

Heel goed geslapen. Bij het wakker worden hoor ik koeien schuifelen onder het open raam. Af en toe loeit er een. Om zeven uur komt fermier André Roche aanlopen om ze te melken. Een slanke man, tanig gezicht, pet op, praat niet veel - de eenvoud zelve. Hij doet de boerderij; zijn vrouw verzorgt het contact met de buitenwereld.
Het eerste waar Madame Roche over begint is de routeschets. Er is haar vannacht nog een afslag te binnen geschoten en ze rust niet eerder voordat deze in de schets is opgenomen. In gedachten zie ik haar wakker schrikken en rechtop in bed zitten: afslag vergeten! Het tekent haar instelling. Oerdegelijk. Het is overigens een afslag die ik niet moet nemen. Als laatste controle duwt ze haar man de routeschets onder de neus. Hij is het ermee eens, alleen het laatste stukje voor de Loire:
- C'est un petit détour...
- Oui, mais il n'y a pas d'autre possibilité!

Hij kijkt even in de lucht.
- C'est vrai.
Plan goedgekeurd.
  Overdadig ontbijt. Ik zit alleen aan de grote tafel in de bijkeuken. Een soort geroosterd brood in aluminiumfolie en nog een ander cake-achtig brood. Allemaal zelf gebakken uiteraard. De thee is problematisch. De theebladen moet je zelf in een zakje doen en in de theepot hangen. Het zakje moet je eerst nog vouwen. Ik snap er niets van. Voor dit ontbijt schiet mijn opleiding tekort. Odile doet het een keer voor. Heel speciaal. Het lijkt me geen oud plattelandsgebruik. Meer iets om dames van de theevisite mee bezig te houden. Als deze trend doorzet, moet je er straks zelf op uit om water, theebladen en vuur te regelen. Dan kan zo'n ontbijt aardig uitlopen.
Wat nog meer? Twee potjes confiture, eerder deze maand zelf ingemaakt en smaakvol gepresenteerd, een potje honing en diverse lepeltjes om erbij te kunnen.
Goed mens. Madame Roche. Speelt graag voor gastvrouw. Ze geeft me een foldertje mee: Nous vous accueillons pour un ou plusieurs jours, dans un site calme et agréable.
De Route Roche is een goede wandelroute, al was het alleen maar omdat het voortdurend bergafwaarts gaat. Afwisselend asfalt en grindpad. De route is deels ook op de kaart te vinden: les Fortunes, la Chaize, Pierre des Hautes Curés en dan geeft de IGN-kaart een kortere weg naar St-Jodard. Die weg neem ik. Maar als het pad na een paar honderd meter langzamerhand verdwijnt, keer ik beschaamd op mijn schreden terug. Roche-IGN 1-0.
Vanuit het gehucht Salois gaat de weg als grindpad verder terwijl de kaart een wit weggetje aangeeft. Dat wil zeggen: een goed onderhouden secundaire weg. Het is een vergeten stukje Frankrijk.
De Loire komt in zicht en ver weg in de diepte ligt Château de la Roche. De laatste lus in het pad voert langs een verlaten boerderij. In de ruïnes huizen varkens en koeien - een boer heeft er een stal ingericht. Een Animal Farm.
Op het punt waar het pad op de D56 uitkomt, staat een autootje te wachten in de zinderende hitte. Ach wat aardig, denk ik, daar staat tante Odile of haar dochter met de koffie. Maar het is een illusie. Zodra ik dichterbij kom, rijdt het autootje weg.

St-Jodard. De dame van de épicerie wil niet hebben dat ik één blikje uit een pak van vier neem. Verder hebben ze niets kleiners dan een literfles mineraalwater. Voor een blikje frisdrank moet ik bij het café zijn, zegt ze. Aldaar verwijzen ze me naar de épicerie. Leuk spelletje.
  Een kilometer verder ligt Pinay. Half één en etenstijd. Het bordje op de deur van de auberge zegt Fermé, maar je kunt er wel naar binnen.
- C'est ouvert? vraag ik aan een stuurse vrouw achter de bar.
- Oui...
- Parce que,
zeg ik en wijs op het bordje.
- Aah oui. En ze loopt er heen om het om te draaien. Detail.
In de eetkamer zitten een oude vrouw en een jongeman te eten, elk aan een tafeltje. Een meisje van een jaar of tien in een mooie zomerse jurk draagt de gerechten aan. Ze heeft er plezier in. Ze heeft er beduidend meer plezier in dan haar moeder.
De oude vrouw zit breeduit achter haar bord, mes en vork in de aanslag. Ze kijkt strak voor zich uit alsof ze een moeilijk probleem oplost. De jongeman leest de krant. Er zoemen bromvliegen rond en het ruikt er naar gelakt hout waar de zon op staat te schijnen.
  Er groeit een plant in een rotsspleet, vanuit een gaatje dat je nauwelijks kunt zien. Een mooie plant op de meest onwaarschijnlijke plek. Dieren kunnen in grote lijnen zelf bepalen waar hun zaad terecht komt. Een plant kan dit niet. Een plant moet maar afwachten waar de wind haar zaadjes naar toe blaast. En zo ontstaat er soms iets heel bijzonders. Stel je voor dat de plant zelf had moeten beslissen. Dan had ze gezegd: op die rots - welnee, daar begin ik niet aan. Geen schijn van kans. En dan blijkt het toch te kunnen!
  Een carrière met veel gestuif. Voor carrières bestaat in Frankrijk een speciaal waarschuwingsbord. Heel verstandig. Zouden ze in Nederland ook moeten doen. Bordje bij de deur van ambitieuze medewerkers: 'Pas op - carrière!' Dan kun je er rekening mee houden. Carrièremakers kun je maar beter met een grote boog omheen lopen.



Mijlpalen
De Romeinse weg van Roanne naar Feurs liep over de linker Loire-oever. Acht mijlpalen zijn er langs de oude route teruggevonden. De Fransen noemen ze milliaires. Eén ervan (nummer 8918) hebben ze tegen de kerk van Balbigny aangezet.
Balbigny. Voor toeristische informatie moet je op het stadhuis zijn. Balbigny heeft een hotel, zegt de juffrouw, maar...
- C'est assez cher!
- Combien? Trois cents francs?
- Ah non. Entre cent et deux cents francs.

Ze denkt dat ze een armoedzaaier voor zich heeft. Het hotel ligt aan het spoor waar het boemeltje uit Roanne langs komt en het heeft vroeger Hôtel de la Gare geheten. Als je goed kijkt zie je de letters nog staan. Nu is het Hôtel du Buffet. Opzij van het hotel ligt een Française te zonnen.
- Bonjour! zeg ik en loop naar binnen.
Ze schrikt wakker en komt me haar bloesje dichtknopend achterna. De receptioniste. Ze brengt me naar een kamer van 170 franc.
Wat is Balbigny? De Route Nationale (N82) loopt er doorheen, er is een stationnetje en er ligt een brug over de Loire die nog meer verkeer aantrekt. Balbigny is niks, tenzij je houdt van stinkende auto's en camions. Ik koop Le Monde en een blikje fris en installeer me op een bankje aan de Loire.

De entrée mag je zelf samenstellen uit het buffet waar ze het hotel naar genoemd hebben. Daarna iets met volaille forestière - een bosvogel. 't Zou een fazant kunnen zijn. De zonne-aanbidster bezorgt de gerechten met grote vertraging.
- Et voilà! zegt ze als ze weer een missie heeft volbracht.