Avignon - 4e dag
 
Madame Roux van SOS-Médecins is een kordate vrouw van een jaar of veertig. Monsieur Merlin laat haar de kamer binnen, doet de lichten aan en trekt zich terug.

Logboek: - Terugslag. Wat een nacht. Koorts. Hevig transpireren. Lakens kletsnat. Halverwege de nacht slaapzak uitgepakt. Diarree. 's Ochtend overgegeven, maar er was niets om over te geven. Om zeven uur naar beneden en de hotelier gevraagd of hij een dokter wilde bellen. Wilde hij wel. Ze was er binnen het uur.

- Qu'est-ce qui ne va pas?
Ik leg haar uit wat er niet gaat.
- Mal au coeur?
- Oui.
- De la fièvre?
- Ah oui. Sans doute.

Ze opent haar grote zwarte tas en we doen het stukje met de stethoscoop voor dokter en patiënt. Ze klopt, vraagt, luistert en constateert voedselvergiftiging.
- Je vous fais une ordonnance. Il y a une Pharmacie toute proche - Rue Henri Fabre.
Ze schrijft me een antibioticum voor tegen de indringers en twee middeltjes om het voedsel aan weerszijden van het maagdarmkanaal binnen te houden: tabletten die je onder de tong kunt leggen tegen overgeven en een goedje om de stoelgang te normaliseren. In drie dagen kan ik beter zijn, zegt ze, maar dan moet ik wel vandaag beginnen met eten.
- Manger? Aujourd'hui?
- Oui. Il faut manger un peu. Du riz, des pâtes ou des pommes de terres. Pas de fruits, pas de légumes, sauf des bananes.

Afgezien van de eetlust, hoe kom ik aan rijst of aardappels?
Ze schrijft een nota uit van 135 franc. Doortastend vrouwtje - Madame Roux. Bijzonder aardig is ze niet. Maar wie is er nou aardig in Avignon?
Ik neem een douche, vraag beneden een pot thee en probeer tussen twee WC-bezoeken door de spullen van de Pharmacie te halen. Niet meer dan tweehonderd meter is het, heen en terug, maar de moeilijkste etappe tot dusver. Zo moet een boxer zich voelen vlak voor hij knock-out gaat. Terwijl de aandrang oploopt, zie ik in de gauwigheid ook nog kans een fles Vittel in te slaan.
Ik vraag monsieur Merlin of hij een betere kamer voor me heeft. Eentje aan de achterkant bijvoorbeeld, waar je ongestoord kunt slapen. Heeft hij. Kamer elf. Hij is weI iets duurder.
- C'est vingt franc en plus.
- Pas de problème.

Ik slik wat van de nieuwe aanwinsten en leg een tablet onder m'n tong om het spul binnen te houden. Daarna pak ik m'n bagage bij elkaar en wacht tot de schoonmaakster klaar is met kamer elf. Dan kan ik weer naar bed.
Kamer elf is een vooruitgang. Toilet op de kamer, om maar iets te noemen. En een TV.
  Ik val in slaap en droom over een kaart waar ten zuiden van Avignon niets meer op staat. Hoe moet ik in vredesnaam verder als alle wegen zijn verdwenen? Ik loop het VVV binnen voor informatie, maar daar komt een vrouw met een stethoscoop op me af en vraagt of ik diep wil zuchten. Er is geen weg, zegt ze. Er is nooit een weg naar het zuiden geweest. Ik weet te ontsnappen en sta buiten de stad in het veld. Natuurlijk lopen er wegen, maar welke weg moet ik hebben? Ik vraag het aan een boer die langs komt. Hij zegt niks. Hij wijst alleen maar, met z'n rechterhand. De man lijkt op keizer Augustus. Het ìs keizer Augustus en hij gaat met me mee. De wegen zijn weer verdwenen, maar we gaan vliegen. Als er geen wegen zijn, kun je altijd nog vliegen...
  Als ik 's avonds wakker word ben ik weliswaar minder beroerd, maar heb absoluut geen zin in eten. Toch loop ik indachtig het advies van madame Roux de stad in op zoek naar rijst, macaroni of aardappels. Onbegonnen werk natuurlijk. Waar moet je zoeken? Eerst Tai Ji in een parkje. Tai Ji is wonderful, maar het helpt niet tegen voedselvergiftiging.
Ik kijk bij MacDonald - Rue de la République. Gegarandeerde kwaliteit. Maar ze hebben niets dat in mijn beperkte repertoire past. Uiteindelijk loop ik een Chinees binnen en vraag om een kommetje rijst en een pot thee - de maaltijd van een Chinese armoedzaaier. Valt tegen. De riz naturel staat me tegen en de thee is veel te sterk. Terug naar Hôtel Le Splendid. Ik slik een antibioticapil en ga maar weer naar bed.