Avignon - 3e dag
 
Dag verlengd.
- Ça va mieux?... vraagt monsieur Merlin.
- Oui.
Stuk beter dan gisteren. Flink gezweet vannacht en aanhoudende diarree. Sorry, maar dit is een realistisch reisverslag. Gammel. Lust al weer een stukje baguette. Net als gisteren zitten er vier Japanse jongedames met uitgestreken gezichtjes aan het ontbijt.

Helderblauwe lucht. Ik neem de Pont Daladier naar het Île de la Barthelasse, een eiland in de Rhône, en volg het pad langs het water op zoek naar een geschikt plekje voor Tai Ji. Hier ligt de camping Bagatelle die groter is dan de naam doet vermoeden. Er liggen jongelui in de berm te slapen. Een vredig tafereeltje. Vier slaapzakken op een rijtje. Een lief meisjeshoofd steekt boven de slaapzak uit. Alle vier zijn ze nog in dromenland. Ze liggen tegenover de Pont St-Bénézet - de beroemde Pont d'Avignon.
  Veertien jaar was de herdersjongen Bénézet toen hij een goddelijke ingeving kreeg om bij Avignon een brug over de Rhône te bouwen. Dat was in 1177. Hij stuitte eerst op ongeloof, maar toen hij een stuk steen greep dat 'dertig mannen niet hadden kunnen tillen' en het naar de plaats droeg waar hij de brug had gedacht, begrepen de Avignonnais dat er meer aan de hand was. De brug kwam er - en wel in heel korte tijd. Bénézet heeft zich er zelf vermoedelijk toch aan vertild. Hij overleed in 1184. De bruggenbouwer werd heilig verklaard en bijgezet in een kapelletje op de tweede pijler. Het werd een bedevaartsoord.
In 1226 werd de brug door Louis VIII tijdens de belegering van Avignon verwoest. Acht jaar later stond er een nieuwe brug. Beide bruggen waren van hout. De stenen uitvoering kwam eind 13e eeuw onder Paus Clemens VI die zich in stijl naar de overkant van de Rhône wilde laten rijden. Daar was ondertussen de sjieke wijk Villeneuve-Lès-Avignon ontstaan.
Pont d'Avignon - Romeinse brug?
Hoe hebben Bénézet en de zijnen de eerste brug zo snel kunnen bouwen? Men vermoedde dat er een oude Romeinse brug heeft gelegen waarvan de stenen pijlers nog overeind stonden. Recent onderzoek wees inderdaad uit dat de houtvezels aan de voet van de pijlers stammen uit de periode 290-540.
Er rustte geen zegen op de Pont St-Bénézet. Ook de stenen uitvoering ging herhaaldelijk onderuit. Toen de brug in 1669 opnieuw instortte tijdens een stormvloed, gaven de ingenieurs het op en beproefden elders hun geluk. En nu staan daar in de Rhône al drie eeuwen de vier overgebleven pijlers van de Pont d'Avignon.

En het liedje? Sur le Pont d'Avignon, on y danse, on y danse... Dat stamt uit 1835. 'Op' de brug, moet echter zijn 'onder' de brug want onder een van de bogen van de brug bevond zich op Île de la Barthelasse een uitspanning. Waar nu de jongelui liggen te slapen - daar werd gedanst.
Later op de ochtend klim ik naar het begin van de brug - het Châtelet. Er zit een bijkantoortje van het Office du Tourisme. Om op de brug te komen, moet je geld betalen. Dat weiger ik. Ik betaal geen geld voor een brug die halverwege de rivier ophoudt. Beneden is een publiek toilet. Daar heb ik wèl een paar franc voor over.
 
 
 
 
Er hangt een voelbare hardheid rond Avignon... de hardheid van een stad die bezoekers haat en tegelijkerheid zichzelf veracht omdat ze ze nodig heeft.
Bernard Levin Hannibal's Footsteps, Jonathan Cape, 1985.
Avignon is een harde stad. Bij het meedogenloze af. Alsof de niet aflatende stroom toeristen en zwervers de inwoners emotioneel heeft afgestompt. Later las ik hoe het anderen ook is opgevallen. Bernard Levin schreef:

There is a perceptible hardness about Avignon... the hardness of a town that hates visitors and simultaniously despices itself for needing them.
-Hannibal's Footsteps
Bernard Levin

Victor Hugo beklaagde zich 150 jaar eerder (1839) over de genadeloosheid van de bevolking: 'In Parijs maken ze ruzie. In Avignon steken ze je overhoop.'
Napoleon ontkwam hier in 1814 bij de Porte St-Lazare ternauwernood aan een steniging toen hij als onttroonde keizer op weg was naar Elba. Waren de Avignonnais in hun opzet geslaagd, dan hadden de Fransen hem, denk ik, heilig verklaard: Saint Napoléon. Maar hij kwam met de schrik vrij. Eén van zijn maarschalken, Guillaume Brune, bracht het er in 1815 minder goed af. Hij werd op reis van Toulon naar Parijs bij Avignon herkend, uit zijn rijtuig gehaald en vermoord.
  Ik koop een nieuwe Maigret - Maigret en meublé - en installeer me op een bankje in het Parc des Papes bovenop de Rocher des Doms. Flaneergebied. Er rijdt eenzelfde soort treintje als op de Colline St-Eutrope in Orange.
Een Nederlands stelletje gaat naast me op de bank zitten. Dertigers. Hij leest de Volkskrant, zij een roman. Ondertussen ben ik bezig in Le Figaro. Ontdekking is uitgesloten. De conversatie is niet de moeite waard. Later wordt vrouwlief slaperig en vlijt haar hoofd in 's mans schoot. Avignon is evenals Parijs een stad voor stelletjes. Je kunt er beter niet alleen heen gaan.
Bij een kraampje koop ik een sandwich belegd met boter:
- Seulement du beurre, s'il vous plait.
Vrouw kijkt vreemd. Ze overhandigt me de sandwich en wenst me heel fijntjes:
- Bon appétit!
Boven verwachting eet ik het hele geval op. Een kleine persoonlijke prestatie. Als het herstel zich in dit tempo door zet, kan ik morgen verder lopen.
 
Avignon begon haar geschiedenis op deze rots aan de rivier. Het was het oppidum van de Keltische stam der Cavari. De plaats heette Avenio in de Romeinse tijd. Misschien betekent het: stad aan de rivier. Niemand weet het zeker. Het lag aan de Via Agrippa, de weg van Keulen over Lyon naar Arles, en het was een Civitas.
Rue St-Agricol en Rue des Marchands volgen vermoedelijk de Decumanus. Het Romeinse Forum lag naast Place de l'Horloge, waar nu stadhuis en theater staan. In een huis aan de Rue Racine is een stukje van de Porticus teruggevonden. Het Romeinse theater lag, zoals gebruikelijk, tegen de heuvel aan. In Rue des Grottes en Rue St-Étienne zijn nog resten te zien.
Avenio had een stadsmuur, maar hij lag dichter bij het centrum dan de huidige muur. Aan het stratenplan kun je wel zien waar hij gestaan heeft: Rue Joseph Vernet, Rue Henri Fabre, Rue des Lices...
 
Marseille
Marseille, nu de tweede stad van Frankrijk, stelde in de Romeinse tijd niet veel voor. Ze staat niet in de toptwintig van Galloromeinse steden. Arles wel. Arles staat op de zesde plaats.
Voor de komst van de Romeinen was Marseille veel belangrijker. De Phoeniciërs stichtten de stad Massilia omstreeks 600 vC. Dat maakt Marseille de oudste stad van Frankrijk.
Het ligt voor de hand te denken dat de brede Rue de la République en Cours Jean Jaurès deel uit maakten van de oude Romeinse weg. Is niet zo. Deze boulevard dateert uit 1854. De oude weg naar Arles (Arlelate) liep waar nu de N570 ligt. Deze verlaat de binnenstad bij Porte St-Michel.
Er liep ook een weg naar Aix-en-Provence en Marseille.

Lunchroom Rue de la République. Het is eind van de middag en ze gaan de zaak sluiten. Een ouwe baas met een verzorgd wit puntbaardje, brengt de tafeltjes naar binnen. De eigenaar - zo denk ik. Mis. Een clochard. Een paar uur later zie ik hem voor de ingang van de bioscoop in zijn slaapzak liggen. De man geeft overdag zijn slaapzak in bewaring bij de lunchroom en helpt als tegenprestatie een handje mee.

Geen zin in warm eten. Vroeg naar bed.