Avignon
 
We rekenen af in de receptie - een ouderwets ingerichte kamer met bureau, gemakkelijke fauteuils en een piano. Een ontvangstkamer dus, waar je nog echt iemand kunt ontvangen. Ik vertel mevrouw dat ze volgens mij een van de beste hotels in Frankrijk heeft.
Kijk. Je kunt een hotel minimaal draaien, met de voorzieningen die gasten en personeel minimaal nodig hebben om te overleven. Met elk plekje benut en verhuurd. Zakelijk, nuchter en efficiënt. Maar je kunt het allemaal ook iets ruimer opzetten, met een ontvangstkamer die niet gebruikt hoeft te worden maar er wel is en met een zwembad dat het leven veraangenaamd. Je hoeft er niet in te liggen maar alleen het idee al, om op een snikhete dag een zwembad achter de hand te hebben, werkt verkoelend.
Route de Châteauneuf heet de weg. Kan niet missen. De D68. Ik loop mijn laatste IGN-kaart binnen. Nummer 66 - Avignon/Montpellier. Onder de Autoroute du Soleil door. Ter hoogte van Orange heeft zich La Languedocienne, naar Nîmes, Sète en verder westwaarts, afgesplitst.
Een weggetje door de heuvels met druivestruiken onder een blauwe lucht. Dit is de streek van de beroemde Châteauneuf-du-Pape. Op een heuvel voert een weggetje naar Château Cabrières. Daar doe ik Tai Ji oefeningen. Schitterend uitzicht.
In Châteauneuf-du-Pape staat een agressieve herdershond me op te wachten - midden op de weg. Het beest achtervolgt me een tijdlang en blijft daarna blaffen tot ik uit zicht ben. Hopeloos. Net of je niet welkom bent. Toch zijn toeristen hier meer dan welkom. De boeren willen graag hun wijn verkopen. De straatjes barsten van de wijnkelders - les Caves. Het lijkt me geen gezellig dorp, maar misschien heeft die herdershond mijn indruk verpest. Ik drink koffie in een rumoerig café en loop het dorp weer uit. Voor een Domaine Viticole stopt een bus met Japanse toeristen. Ze zijn de bus nog niet uit of de videocamera's beginnen al te draaien.

Paus Johannes XXII liet in 1330 het kasteel van Châteauneuf verfraaien om er de zomervakanties door te brengen met zijn hofhouding. Het kasteel overleefde de godsdienstoorlogen niet en alleen de toren bleef staan. De Duitsers gebruikten hem in de laatste wereldoorlog als munitie-opslag en uitkijkpost. Ze bliezen hem in augustus 1944 op. En toen was er helemaal niets meer van het kasteel over.
Romeinse weg
De D68 naar Châteauneuf-du-Pape en de D17 naar Sorgues volgen het parcours van de Romeinse weg. Daarna is het weer de N7.
Een weggetje naar Sorgues. Nog meer druiven. De wijngaarden zien er bijzonder goed onderhouden uit. Het geheim van een goed produkt is ook hier: hard werken en niets aan het toeval overlaten. Net als in de Champagnestreek. De wortels van de druivestruiken hebben ze toegedekt met gele stenen. De stenen weerkaatsen het zonlicht, waar de onderkant van de trossen van profiteert. En overal klatert water. De wijnboeren hebben omvangrijke irrigatiesystemen aangelegd.
Sorgues ligt aan de N7 en aan een riviertje. Bloedheet ondertussen. Ik loop een café binnen en loop er even snel weer uit. Arabische mannen en een hoop kabaal. Honderd meter verderop is wat ik zoek: een eenvoudig restaurantje langs de snelweg.
Vanuit Sorgues dacht ik een weggetje te nemen, parallel aan de N7. Maar omdat een door de kaart beloofde spoorwegovergang ontbreekt, zit er niets anders op dan terug te keren naar de autoweg. Komend vanuit het noorden is er geen aangename manier om Avignon binnen te wandelen.

Twee uur 's middags. Op het heetst van de dag langs de Route Nationale. Geen pretje. Ook het uitzicht laat te wensen over. Een Zone Industrielle aan de ene kant van de weg en ruïnes van hotels en restaurants aan de andere. Een oefening in afzien.
Een benzinestation met winkeltje - een oase in deze woestenij. Ik koop een blikje fris en maak een praatje met de bemanning. Twee jongens. Ze hebben me al een tijdlang zien aankomen. We praten over wandelen en autorijden. Ik vraag of er een jaagpad langs de Rhône ligt.
- Le Rhône?
Ze weten niet eens dat de Rhône een paar honderd meter achter hun tankstation stroomt. Wat een wereld.
 
 
 
 
Er ligt geen jaagpad langs de Rhône. Wel een autosnelweg. Le Pontet is een voorstad van Avignon. Pauze in een parkje. Vrouwen met hoofddoekjes, kleuters en kinderwagens. Oudere jongens die samenscholen. Een autokarkas bij de parkingang. Het lijkt me hier niet gezellig wonen.
Om vier uur sta ik voor de stadspoort van Avignon. Porte St-Lazare - een van de vele. Het oude Avignon is nog geheel ommuurd en ik wil proberen binnen de stadsmuren te overnachten.
Ik wandel langs de stadsmuur tot aan Place de la République met het station SNCF. Van daaruit loopt een grote verkeersader de stad in: Cours Jean Jaurès. Het zijn bekende namen in een wisselend decor. Het Office du Tourisme is gesloten. Verwacht je niet op dinsdag. Maar later ontdek ik dat ook alle winkels gesloten zijn. Het is 15 augustus: L'Assomption - Maria-Hemelvaart. En dat is in Frankrijk en zeker in deze pausenstad een Jour de congé.
Bij het eerste hotel heb ik al succes: Hôtel Le Splendid, aan de Rue Agricol-Perdiguier - een zeer smal zijstraatje van genoemde Cours en naast een parkje. Eenpersoonskamer voor honderddertig franc. Vanuit mijn kamer kijk ik in de kamers van de overbuurman: Hôtel Du Parc. Er zit hooguit vijf meter tussen.
Met zulke lage prijzen haal je natuurlijk alle reisgidsen. Allemaal buitenlanders in Hôtel Le Splendid. De Routard vermeldt het in de rubriek 'un peu plus cher'.



1 Rue Agricol-Perdiguier
2 Pont Edouard Daladier
3 Rocher des Doms (Parc des Papes)
4 Rue Henri Fabre
5 Porte St-Michel
6 Rue St-Agricol
7 Rue des Marchands
8 Rue Racine
9 Rue St-Étienne
10 Rue des Grottes
De stad. In Avignon hangt het internationale sfeertje dat je ook in Parijs aantreft. De hele wereld is vertegenwoordigd. En dus is er straatspektakel. Artiesten met een kring toeschouwers, portretschilders die of onder grote belangstelling iemand vereeuwigen of bezig zijn klanten te werven. Het meeste publiek trekt een pantomime-speler die voor de ingang van het stadhuis, Place de l'Horloge, op muziek robotachtige bewegingen uitvoert. Hij heeft zich helemaal kaalgeschoren op een smal streepje haar na en draagt een donker brilletje met rechte stelen. Op de een of andere manier is het zeer fascinerend.
Een andere pantomime-speler staat bevroren als Engelsman uit vroeger tijden. Bolhoed, wandelstok, ruitjesjas en slobschoenen. Voorbijgangers proberen hem aan het lachen te brengen. Lukt niet. Benieuwd wat stilstaan per dag oplevert. Zou het moeilijk zijn? Een reiger kan het ook: heel lang bewegingloos stilstaan. Maar daar heb ik nog nooit een centenbakje naast zien liggen.
Place du Palais. Hier is het een dwarsfluit die de aandacht trekt. Romantische muziek. Er draait een bandje met pianobegeleiding. Perfecte akoestiek en het Palais des Papes op de achtergrond doet de rest. Ik heb trouwens nog nooit een dwarsfluitist gezien die niet overdrijft. Ze doen of ze de noten met hun fluit vanuit de diepte opscheppen. Bovendien zien ze er altijd verwijfd uit. Deze ook. Een haardos die hem door al dat bukken voor de ogen gaat hangen en die hij dan tijdens de adempauzes weer met een aanstellerige handbeweging achterover kan strijken. Een blouse waarvan hij de bovenste knoopjes vergeten is dicht te doen. Gouden kettinkjes om hals en pols. Kortom - een dwarsfluitist.

Een straatje in het eetkwartier ten zuiden van de Place. Ik zoek een plekje op het terras van een Vietnamees, bestel een menu en laat Avignon aan me voorbij trekken. Muzikanten verdringen zich om voor de terrasjes te spelen. Als de een bezig is, staat de volgende al weer klaar. Hoewel - muzikanten? Ze hebben meer lef dan talent. Gelukkig zijn de toeristen snel tevreden. Eén schreeuwlelijk is bijzonder ergerniswekkend. Een brutale kerel van een jaar of veertig met gitaar en schorre stem. Hij brengt drie chansons ten gehore, gaat met de pet rond en herhaalt zijn optreden vijftig meter verderop. Vooral ook veel musicerende jongelui die in het magische Avignon hun geluk komen beproeven. Je ziet ze al met een verheerlijkt gezicht uit het station komen. Met rugzak en gitaar. Eerst sjokken ze de stad door naar de Camping Municipal op het eiland in de Rhône, daar nog even oefenen bij de tent en dan de stad in. Geld verdienen als troubadour. Romantischer kan het niet.
Het menu start met Pâte Impériale. Afgeleid van Imperator. Keizerlijke loempiaatjes. Maar er mankeert iets aan het gerecht. De poulet au curry stuur ik er achteraan en daarna nog een glace, maar steeds proberen de keizerlijke loempiaatjes weer naar boven te komen. Ik drink twee flesjes Qing Tao bier om het zaakje binnen te houden.
  's Avonds is er nog niks aan de hand. Ik beklim de tuinen van het Palais des Papes, bewonder het uitzicht over de Rhône-vallei, rook een sigaartje in de ondergaande zon op de trappen van het paleis, zie een wonderkind de sterren van de hemel spelen op een echte piano Place de l'Horloge, betaal met tegenzin 22 franc voor een glaasje fris in een brasserie aan de Cours Jean Jaurès waar jongens hun vriendin overhalen mee te zingen met een cassettebandje (karaoke) en ga naar bed.