James Redfield. The Celestine Prophecy, Bantam, 1994.
Nederlandse titel: De Celestijnse Belofte.
Vieux-lès-Asfeld

Uit de serie 'Toevalligheden onderweg'. Ik heb juist mijn reisbrief naar het Bureau de Poste gebracht en mij bij de bakker verzekerd van twee croissants en mineraalwater. Nu nog een felicitatiekaart voor het gelukkige bruidspaar. Schuin tegenover de bakker zie ik een tabakswinkeltje - misschien hebben ze daar iets. En wie loopt daar met een krant naar buiten? De man van Aux Travailleurs die mij in Charleville een slaapzak heeft verkocht. Hij is niet minder verbaasd dan ik. De man blijkt in Rethel te wonen en rijdt elke dag op en neer.
Als je niet in toevalligheden geloofd, wat heeft zo'n ontmoeting dan voor zin?
In zijn bestseller The Celestine Prophecy onthult James Redfield negen inzichten waarmee de lezer zijn voordeel kan doen. Het eerste inzicht is: let op ogenschijnlijke toevalligheden - ze behoren tot een dieper patroon van het leven. Hierop voortbordurend poneert de auteur de stelling dat mensen die elkaar toevallig ontmoeten een speciale boodschap voor elkaar hebben. Ontmoet je 'toevallig' iemand voor de tweede keer dan duidt dit op unfinished business - je hebt elkaar nog iets te vertellen, tot wederzijds voordeel.
Een interessante zienswijze en als leefregel niet onaardig want vanuit deze filosofie ben je eerder geneigd een praatje met mensen aan te knopen. Dat kan geen kwaad.
Zo bekeken zaten die Engelsen gisteren niet toevallig naast me aan het ontbijt. Die waren daar door Vrouwe Fortuna neergezet zodat ik ze kon vragen mij naar Launois-sur-Vence te brengen. En wie weet wie zij daar in Launois weer hebben ontmoet?
Maar wat heb ik voor unfinished business met de winkelier van Aux Travailleurs? Ik zou het niet weten. Misschien had ik langer moeten doorvragen...
  Van Rethel naar Reims is 35 km, als je de N51 neemt. Maar die neem ik niet. Ik maak er twee etappes van. Vandaag volg ik het Canal des Ardennes in westelijke richting en dan loop ik morgen ergens binnendoor naar Reims. In Hôtel de la Champagne hing een kaart van de omgeving met een paar adresjes. Ik heb er twee genoteerd: een chambre d'hôte in Brienne-sur-Aisne (30 km) en een ferme auberge in Vieux-les-Asfeld (25 km).
Bij de brug over het kanaal staat een houten chaletje van het Bureau du Tourisme en als ik er om negen uur langs loop, doet juist een jongedame het kantoortje open. Nu heb ik die adresjes wel, maar zou zij ze ook weten te vinden? Even kijken. Een test. Misschien heeft ze nog iets beters...
  Brienne vindt ze binnen tien minuten. Niet slecht. Ze noteert het adres braaf op een papiertje. Volgens haar betreft het een gîte, terwijl het toch duidelijk onder de rubriek chambre d'hôte staat. Maar ze duldt geen tegenspraak. De ferme auberge vindt ze niet. Ik probeer haar te helpen en vraag nadrukkelijk of er niets dichterbij is, in Vieux-les-Asfeld bijvoorbeeld. Nee, nee - daar is niks.
Heeft ze misschien iets van Reims? Van Reims heeft ze alleen een plattegrond, geen adressen.
- C'est un autre département!
Klopt - dat is departement Marne en daar hoeft ze niks van te weten, al zou de grens bij wijze van spreken langs haar kantoortje lopen. Toch heeft ze merkwaardig genoeg wel weer een folder over Epernay en dat ligt toch ook in departement Marne.
Volgende vraag. Als je uit het kantoortje naar buiten kijkt, zie je het jaagpad lopen langs het Canal des Ardennes. Het staat niet op de IGN-kaart. Weet zij of je daar langs kunt en hoever het pad doorgaat? Weet ze niet. Maar, zo vraagt ze zich in een helder moment af, als ik toch naar Reims wil, waarom neem ik dan niet gewoon de Route Nationale? Dat is een hele goede weg en hij gaat rechtstreeks naar Reims! Hij loopt hier vlak voor het kantoortje langs. Ik vraag haar of ze wel eens langs een autoweg heeft gelopen.
- Jamais.
- C'est pas agréable,
leg ik haar uit.
Ach - ze is best aardig. Een beetje dom, maar wat maakt het uit? VVV-medewerksters zijn 'mooi en dom'. De categorie 'mooi en slim' kan elders meer verdienen. Oei! Wat heb ik nu weer gezegd.
Naast Canal des Ardennes loopt een prima pad. In Rethel moet je even een Passage interdit over een fabrieksterrein negeren, maar daarna ligt de chemin de halage voor je open. Lange rijen populieren, af en toe een sluisje, en verder geen sterveling. De sluiswachters maken geen overspannen indruk. Ze zitten te vissen of schonen de oevers met hun trekker. Marifoon aan boord - de éclusiers waarschuwen elkaar als er een schip aankomt. 's Morgens tel ik slechts drie schepen: het Nederlandse jacht dat gisteravond in Rethel lag, een Hollandse spits en een Zwitserse zeilboot met een vrouw aan het roer. Ze kijkt niet op of om. Heel eigenaardig. Op het water zegt iedereen elkaar goeiedag en de meeste schippers betrekken daar de wandelaar op het jaagpad ook bij.



Romeinse weg Reims-Keulen
Ten noorden van de Aisne liep de Romeinse weg vermoedelijk over Novion-Porcien naar Charleville en vandaar verder naar Keulen.
Château-Porcien ligt aan de Aisne. Eens kruiste op deze plek een Romeinse weg de rivier. Axcna heette de Aisne in die tijd. Tussen Château-Porcien en Reims liggen nog twee stukken van de originele weg - samen een kilometer of vijftien. Op de IGN-kaarten staan ze aangegeven met Ancienne voie romaine. De zwarte strepen op de kaart lopen kaarsrecht. Als je niet beter wist zou je ze aanzien voor hoogspanningsleidingen.
Inmiddels wandelen we al enkele dagen in de oude Romeinse provincie Belgica. De provincie Germania Inferior met stammen als Aduatukers en Condruzen ligt achter ons. De provincie Belgica had de rivieren Marne en Seine als zuidgrens.

Wie leefden er in Belgica? In deze streek rond Reims (Durocortorum) woonden de Remi. Meer naar het oosten, rond Triër (Augusta Treverorum), woonden de Treveri en westwaarts, rond Soissons (Noviodunum) had je de Suessones. Reims was de hoofdstad van de provincie Belgica.
 

Galliërs
De naam Galliërs is door de Romeinen bedacht - al in de 3e eeuw vC. Het was hun opgevallen dat oorlogvoerende Kelten een haan als mascotte meedroegen - Gallus in het Latijn. De 'hanen' is het dus eigenlijk.

 
 
 
 



Provincia
Provincia betekende oorspronkelijk: veroverd gebied. Pro vincia = erbij gewonnen. Later kreeg het de betekenis van: bestuurlijke eenheid.
De oude Romeinse Provincia Romana leeft nog voort in de naam Provence.



Julius Caesar. De Gallische Oorlog Oorspronkelijke titel: Commentarii de bello Gallico , 52 vC
Dit een goed moment om iets langer stil te staan bij Romeinse onderwerping van Gallië. Laten we beginnen bij de Galliërs of Kelten. Hun oorsprong zoeken historici bij de bovenlopen van Rijn en Donau. Vanuit dat gebied verspreidden ze zich tussen 750 en 250 vC over Europa - van Spanje (Galicië in Noord-Spanje herinnert er aan) tot in Turkije (de apostel Paulus schreef een brief aan de Galaten). De Kelten trokken ook naar Brittannië waar het Gaelic (een Keltische taal) het in Ierland en Schotland tot in onze tijd heeft uitgehouden.
De Romeinen kenden een Gallië aan weerszijden van de Alpen (Gallia Cisalpina en Gallia Transalpina). Het Gallië ten zuiden van de Alpen was tegen het begin van onze jaartelling volledig aan Rome onderworpen. Daarna heet het gebied niet langer Gallia, maar Italia. Het mediterrane deel aan de ander kant van de Alpen was al sedert 125 vC in Romeinse handen. Ze noemden het Provincia Romana. Later werd het Provincia Narbonensis: de stad Narbonne werd in 118 vC gesticht als Romeinse kolonie.

In 60 vC werd een zekere Julius Caesar gouverneur van de Provincia Romana. In 58 vC begon hij aan zijn veroveringen in Gallië. Zelf onderscheid hij drie regio's.
'Gallië', zo schrijft Caesar in zijn boek De Gallische Oorlog, 'bestaat uit drie verschillende regio's die worden bewoond door de Belgen, de Aquitaniërs en een volk dat zich zelf Kelten noemt maar die wij kennen als Galliërs.'
Hij merkt op dat de drie volken zich onderscheiden in taal, gewoonte en rechtspraak.

De Gallische Oorlog. In acht opeenvolgende jaren wist Caesar het hele gebied tot aan de Rijn te veroveren. Hij hield alleen 's zomers veldtochten. 's Winters keerde hij terug naar Rome voor de rechtszittingen. De ene Keltische stam liet de beschaving makkelijker over zich heen komen dan de andere, maar over de Remi kon Caesar tevreden zijn. De Remi werkten van het begin af goed met de Romeinen mee.
Keizer Augustus (regerend van 27 vC - 14 nC) ontwierp een bestuurlijke indeling voor Gallië. De oude provincie Gallia Narbonensis bleef en er kwamen drie provincies bij: Belgica, Lugdunensis en Aquitania. Hij hield zo'n beetje Caesars indeling aan. Lugdunensis werd genoemd naar de nieuwe provinciehoofdstad Lugdunum - Lyon.
Naast provincies kwam er ook een indeling in Civitates. Gallië kende zo'n zestig stamverbanden en elk kreeg zijn eigen Civitas. Qua idee waren die Civitates te vergelijken met de huidige departementen (waarvan er 95 zijn). De hoofdstad van een Civitas heette ook Civitas. Meestal was het een bestaande Gallische woonplaats die in een Romeins jasje werd gestoken.
Drie eeuwen lang bleef deze indeling gehandhaafd. Daarna kwamen er provincies en Civitates bij, voornamelijk om de belastinginning efficiënter te laten verlopen. Uiteindelijk waren er rond het jaar 400 nC in Gallië 17 provincies en iets meer dan 100 Civitates. De provincies waren gegroepeerd in twee grote eenheden die samenvielen met wat ze nu in Frankrijk Le Nord en Le Midi noemen: tien provincies in het noorden en zeven in het zuiden.
  Terug naar de realiteit. Château-Porcien heeft een bar-restaurant. Twee vrouwen zwaaien de scepter en ze hebben het goed voor elkaar. Ik schrijf een felicitatiekaart aan Richard en Marjon. Later bij terugkeer in Groningen hoor ik hoe Richard mij als getuige had opgegeven voor zijn huwelijk. Vervolgens kon hij mij niet vinden en enkele dagen voor de plechtigheid toog hij naar de ambtenaar van de burgerlijke stand om zijn getuige te vervangen door iemand die wel beschikbaar was: Lando.
Richard, Lando en ik begonnen in 1978 Rechten te studeren. Lando is advocaat geworden, Richard heeft een Javaans eethuisje en ik weet nog niet wat ik ga doen.
In Château-Porcien staat een telefooncel van het type Pièce. Op het platteland zie je ze nog. In de steden is het vrijwel allemaal Carte. Ik bel met de ferme auberge en reserveer bij monsieur Boucton een kamer voor vanavond. Hij vraagt of ik ook wil eten.
- Ça dépend, zeg ik, want ik wil eerst de prijzen wel eens zien.
Om een uur of vier hoop ik te arriveren. Hij vraagt waar ik vandaan moet komen.
- Château-Porcien.
- Mais c'est tout proche!
- Oui, mais je suis à pied.
- Aah... Alors - bonne promenade!

Volgens de IGN-kaart ligt er aan de noordkant van het kanaal een weg naar de sluis bij Pargny Ferme. In werkelijkheid loopt deze weg halverwege dood. Hij gaat over in drassig akkerbouwland. In hun enthousiasme hebben boeren de weg ondergeploegd. Waar een wil is, is een weg. Ik ploeter een paar kilometer door de klei om bij Pargny te komen.
Na Pargny ligt er aan de noordkant van het kanaal weer een mooi paadje. De zon komt erbij. Ik stap over in korte broek en rust uit op een stek van een hengelaar. Het nadeel van een kanaal is dat het water stilstaat en nu het wat warmer wordt, ruikt het niet overal even fris. Over een oude stenen brug ga ik naar de overkant om te zien of er in Blanzy-la-Salonnaise iets te beleven valt. Nee - niets te beleven. Een paar vrouwen die op straat staan te praten, kinderen die Bonjour! zeggen, maar verder niets. Terug naar het jaagpad - nu de zuidkant, want ik moet er af kunnen naar Asfeld. Het laatste stuk rijdt er een sluiswachter in een trekker voor mij aan. Hij schoont de oever. Alsof hij de weg op het laatste moment nog in orde wil maken.
  Een verlaten kermis in Asfeld. Een tent met botsautootjes, een kraam met zuurstokken, touwtje trekken en een schiettent. In Asfeld ligt een Duitse begraafplaats uit de eerste wereldoorlog, vandaar de onfranse naam. Asfeld heeft duizend inwoners. Vieux-les-Asfeld ligt twee kilometer verder en is veel kleiner.

Ferme Auberge d'Ecry heet de boerderij. Het is dicht als ik er aankom. Menu 35 F staat er op een bord bij de weg en ik begrijp dat ik er ook wel kan blijven eten. Er wordt een vrouwspersoon opgetrommeld die mij een zeer luxueuze kamer toewijst.
Het visitekaartje ligt klaar en zegt:

Christiane Lamotte et Michel Boucton sont heureux de vous accueillir dans un cadre rustique et authentique pour déguster des produits fermiers et régionaux.

Achterop het visitekaartje staat een schetsje waarop Vieux-lès-Asfeld ineens heel centraal blijkt te liggen - tussen Laon, Rethel en Reims.

Ferme auberge
Een ferme auberge is een tot restaurant omgebouwde boerderij waar je met de lokale keuken kunt kennis maken. Overnachten kun je er niet altijd.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Suikerbieten
Het Franse woord voor suikerbiet is betterave sucrière. Je hebt ook nog betterave rouge. Dat is de rode biet die ze hier eigenlijk alleen in de hors d'oeuvre gebruiken.
De eetzaal is beneden en voorlopig ben ik de enige gast. Een tweede vrouw serveert het Menu du jour: crudités - canard - dessert. Ze moet steeds uit een ander gebouw komen kijken of ik al aan de volgende gang toe ben. Leuke vrouw. Ze mist alleen een voortand. En nu zeggen ze wel: 'wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht' , maar het valt toch ook wel op als je een voortand mist. Ik zie in Frankrijk veel mensen bij wie een paar tanden of kiezen ontbreken. Is de tandarts niet verzekerd, is hij te duur of durven de Fransen er niet naar toe? Ze vinden het kennelijk niet zo erg om met een gehavend gebit rond te lopen.
Er stapt een tweede gast het restaurant binnen. Monsieur Guyot. Hij zit al 25 jaar in de suiker. Monsieur Guyot woont in Auxerre en werkt tijdelijk op een sucrerie (suikerfabriek) hier in de buurt. De man heeft een slechte eetlust. Hij begint zijn maaltijd met een aantal pilletjes en daarna eet hij van elke gang een verwaarloosbaar fragment.
- C'est trop copieux, zegt hij als ik vraag waarom hij zijn bord niet leeg eet.
Spraakzaam is hij niet, maar vragenderwijs begin ik te begrijpen dat hij Frankrijk alleen kent via suikerfabrieken. Parijs is hij nooit geweest. Reims, Lyon, Marseille en Bordeaux evenmin. Daar staan geen suikerfabrieken. Madagascar is hij wel geweest. Dit vertelt hij uit eigen beweging. In zijn jonge jaren werkte hij er zeven jaar op de suikerplantages. Madagascar was tot 1960 een Franse kolonie. Ik merk op dat mijn wandeling wellicht nog door zijn woonplaats Auxerre voert, maar het boeit hem niet. Monsieur Guyot wenst me Bonsoir en zoekt zijn slaapkamer op. Ik geloof niet dat monsieur Guyot een speciale boodschap voor mij had.
 
 


Qi Gong


qi = levensenergie
gong = inspanning, werken
Mogelijke vertaling: het mobiliseren van levensenergie door inspanning.
Zeer tegen mijn gewoonte in zet ik 's avonds de TV aan. Een programma met Chinese acrobaten. Een meisje bijt zich ergens in vast en maakt een hoofdstandje. Sterk gebit. Maar dat niet alleen...
De Chinezen kennen een bepaald soort oefeningen, Qi Gong genaamd. Het is een combinatie van beweging, ademhaling en concentratie. Je hebt zachte Qi Gong en harde. De zachte soort is inmiddels ook in Europa bekend. De oefeningen zijn bedoeld om te ontspannen, klachten of ziektes te bestrijden en te voorkomen. Alle ziektes, inclusief kanker.
De harde Qi Gong oefeningen gaan verder en zijn verplicht voor mensen die bijzondere dingen willen doen, zoals deze acrobaten. De oefeningen gaan van vader op zoon en van meester op leerling. Verhalen over de meest stoute kunststukjes doen de ronde: zich zo klein maken dat je door de spijlen van tralies kunt glippen, zich zo licht maken dat je aan een TL-buis kunt hangen, zich zo transparant maken dat je door een muur kunt wandelen... en ga zo maar door. Mijn Chinese Tai Ji lerares mag er graag over vertellen. Veel van deze staaltjes heeft ze met eigen ogen gezien. Je hebt ook Qi Gong meesters die zich toeleggen op wonderbaarlijke genezingen. Ze laten invaliden weer lopen, maken blinden ziende en beheersen kortom het hele repertoire dat wij alleen kennen uit het Nieuwe Testament.
  Of ik dit allemaal geloof? Nou, ik sluit het niet uit. Als ik iets bijzonders zie, probeer ik het eerst op een gewone manier te verklaren. Lukt dit niet, dan is er kennelijk iets dat ik nog niet weet. Er is nog zo veel dat wij niet weten. De wetenschap is ver. Jawel. Gewichtige woorden en formules. Zelf heb ik me in de biologie verdiept - op zoek naar een verklaring voor het leven. Ach - we weten nog haast niks. Pluk een blaadje van een boom en vraag een bioloog om het na te maken. Gewoon een klein blaadje - 't gaat om het idee. Weet je wat we doen? We sluiten hem op in zijn laboratorium en beloven hem een goudschat of de hand van een prinses als hij er in slaagt. Die man zien we nooit weer terug. Zonder Repelsteeltje lukt het hem niet.
Dat was een blaadje. Wie zou dan weten hoe de mens in elkaar zit en welke mogelijkheden er in hem schuil gaan?