Quatre-vingt
quatre = vier, vingt = twintig
quatre-vingt = tachtig
Ampsin
 
Ontbijt met mintthee om half acht en in de bediening treffen we deze keer een vrouw van een jaar of vijftig met kort metaalkleurig achterover gekamd haar en twee penseelstreken in plaats van wenkbrauwen. Weet zij waar de bus naar Rotheux vertrekt? Alle bussen vertrekken vanaf Place Léon. Het volgende probleem is de goede bus te vinden. Twee chauffeurs die ik erover aanspreek, bevelen le quatre-vingt quatorze aan. Ik moet het even verwerken. Lijn 94. Het blijft vreemd dat ze in het Frans het begrip tachtig nooit hebben uitgevonden en zich moeten behelpen met viermaal twintig. Uiteindelijk beland ik in busnummer 90 richting Warzee met een overstap in Boncelles. Hoe die Walen hun land draaiende houden is me een raadsel. Ze zijn vreselijk onnauwkeurig.
In de bus zitten mensen op weg naar hun werk. Ergens in het bos stopt de bus voor de poort van een groot landhuis. Een jonge vrouw moet eruit. De werkster is gearriveerd.





 
 
 
 
 
Déviation - wegomlegging
Om negen uur ben ik weer precies op de plek waar ik twee dagen geleden gebleven was. Rotheux. Op deze tocht slaan we geen enkele kilometer over. Gisteravond heb ik een hotelkamer besproken in Ampsin, een dorpje aan de Maas niet ver voor Huy. Het goedkoopste dat ik in de hotelgids kon vinden. Ik heb besloten af te zien van de doorsteek naar Dinant. In verband met overnachten is het zaak om in de bewoonde wereld te blijven. Ik ga de Maas volgen. Op die manier moet ik vanzelf in Frankrijk uitkomen.
Eerst wandel ik naar een verzameling bungalows - Rimière. Een jonge vrouw die buiten in de tuin werkt zegt heel vriendelijk goeiedag:
- Bonjour!
Verderop zijn ze de weg aan het asfalteren. Hij is voor autoverkeer gesloten en loopt bijzonder rustig. Een paar van die stickers met Déviation zou ik best kunnen gebruiken. Als je die ergens opplakt, heb je een tijdlang geen last van achteropkomend verkeer.
Dit stukje Wallonië heet de Condroz, genoemd naar de Condruzen (Condrusi in de annalen van Caesar) - een Keltische stam die het gebied bewoonde tussen Maas, Ourthe en Lesse. Ik loop de eerste 1:25.000 kaart binnen die ik gisteren bij de FNAC heb gekocht. Vanaf dit moment is het huis voor huis te volgen. De nieuwe asfaltweg eindigt in een T-splitsing en daar zit ik plotseling op de GR 575. Rechtsaf. Het landschap van de Condroz doet hier denken aan Noord-Frankrijk - licht glooiend, kaal, eenzame huizen op een kruispunt en een snelweg waar camions voorbij komen.
  De GR is goed aangegeven. Ik volg hem tot St-Séverin. Geen café, wel een supermarché. Rust op een bankje bij een vijver voor de kerk. Het hele dorp gaat juist de kerk in om een begrafenis bij te wonen. Ik wacht even met het opentrekken van een blikje fris. Bepaalde geluiden passen niet zo goed bij een begrafenis. Deze Romaanse kerk - Saints Pierre et Paul - is een bezienswaardigheid, zo las ik ergens. Hij werd omstreeks 1140 gebouwd op initiatief van de monniken van Cluny (Bourgogne). Zij hebben hier in 1091 een klooster gesticht.
De lucht trekt dicht. Voor vanavond hebben ze onweer voorspeld. Verder. Buiten het dorp ligt een kerkhof met een hoge muur er omheen. De politiewagen staat klaar bij de ingang. Binnen brengen ze alles in gereedheid voor de teraardebestelling.
Een nauwkeurige kaart biedt nieuwe mogelijkheden. Ik sla een zandweg in die me via een mooi parcours langs een riviertje in het Maasdal moet brengen. Maar helaas. De zandweg gaat over in twee karresporen die steeds vager worden en uiteindelijk sta ik kniehoog in het gras. De weg is verdwenen. Terug naar de begraafplaats. Een uur verloren. De eerste gedachte is in zo'n geval: snel doorlopen om de verloren tijd in te halen, maar die impuls weet ik te bedwingen. Eerst een stukje Tai Ji bij de muur van het kerkhof. Aan beide zijden van de muur voltrekt zich een ceremonieel.
  De asfaltweg naar Yernée Fraineux. Een mooie weg, maar ondertussen is het helemaal bewolkt en er verschijnen dreigende donderkopjes. Het loopt niet echt lekker over de naakte heuvels. Intuïtief voel je dat je bij naderend onweer omlaag moet, ergens een dal in om te schuilen.
Yernée Fraineux - weer geen café. Doorlopen dus. Hier begint het Bois d'Hermalle en de lange afdaling naar de Maasvallei. Ik kom voorbij het punt waar ik via de zandweg had willen uitkomen. Vanaf deze kant is het paadje verboden voor alle verkeer. De weg naar beneden volgt een riviertje dat steeds groter wordt. Op enkele plaatsen hebben de Belgen grof vuil in het dal gekieperd: bankstellen, matrassen, TV's ... In de verte begint het te rommelen. Toch maar even rust aan de oever van het riviertje. Je kunt niet steeds doorlopen en in dit bos ben ik beduidend minder bang voor een onweersbui.
De afdaling eindigt in Ombret Rawsa - een naam die in centraal Afrika niet zou misstaan. Op een zijweggetje tussen wat hoge heggen doe ik mijn tweede Tai Ji oefening. Een paard in de wei houdt op met grazen, volgt een tijdlang mijn bewegingen en graast verder. Alles went. De onweersdreiging is inmiddels verdwenen.

Chaussée Romaine
Chaussée - weg, Romaine - Romeins
De brug over de Maas brengt me in Amay. De eerste echte plaats vandaag. Amay ontstond uit een Romeinse Villa. De Romeinse weg van Tongeren naar Arlon stak hier in de buurt de Maas over. Er ligt nog een stukje Chaussée Romaine tussen Jehay en Flône.
  Amay heeft één van de oudste kerken van België: l'église Sainte-Ode-et-Saint-George. Hij werd gebouwd op de plek van een Romeinse tempel en de eerste literatuurverwijzing dateert uit 634.
Aan Sainte Ode is een legende verbonden. Oda was een knappe Schotse prinses uit de achtste eeuw. Vlak voor ze in het huwelijk zou treden werd ze blind. Nu had men in Schotland gehoord over de wonderen die zich bij het graf van de Heilige Lambertus in Luik afspeelden. Prinses Oda vertrok naar Luik en... genas. Terug in Schotland kon ze haar draai niet meer vinden. Ze verliet het hof en reisde de rest van haar leven goede daden verrichtend rond in Limburg en Brabant. Ze woonde in de bossen. Sint-Oedenrode is naar haar genoemd. Hier in Amay, in genoemde kerk, zou ze begraven liggen. De Heilige Oda werd patrones tegen oogziekten.
In een drukke winkelstraat loop ik een restaurant binnen. Iets te sjiek eigenlijk: pluche, kitsch en obers die de vlotte jongen uithangen. Maar de twee kopjes koffie worden zonder mankeren geleverd. Er zitten veel goed geklede zakenlui die zich een déjeuner laten serveren. In deze omgeving onopgemerkt je voeten inwrijven met Hirschtalg vergt enige behendigheid.


Accès interdite - verboden toegang
tire balle - schieten
 
 
 
chemin de halage - jaagpad

 
 
 
 
 
 
 



Le charretier de la Providence - Letterlijk: De scheepstrekker van de Voorzienigheid.
Nederlandse titel: 'Het lijk bij de sluis'.
 
 
Vanaf de brug heb ik een jaagpad langs de Maas gezien. Het pad staat ook op de kaart. Je kunt het pad alleen bereiken door een bordje Accès interdite - tire balle te negeren. Het is leuk lopen langs de Maas - zolang ze niet beginnen te schieten. Er passeren vrachtschepen en jachten. Ik maak een foto van een Nederlands bootje en het jaagpad. Chemin de halage is het Franse woord. Deze paden stammen uit de tijd van de trekschuit. Stroomafwaarts was geen probleem, maar stroomopwaarts had je een trekpaard nodig en de man die erbij hoorde heette in dit land een charretier of scheepstrekker. Bij het Parc d'Avroy in Luik staat een beeld dat herinnert aan deze periode: 'De scheepstrekker' van Halkin. In de 18e eeuw was je twaalf uur onderweg met de trekschuit van Luik naar Huy - een afstand van dertig kilometer. Simenon heeft één van zijn Maigrets rond een scheepstrekker geschreven: Le charretier de la Providence. Het verhaal speelt aan de Marne. Af en toe kom je nog van die oude vrachtscheepjes uit de tijd van de trekschuit tegen. Ze hebben een dek dat uit twee gedeelten bestaat. De uitsparing in het midden was de paardestal.
De schippers in deze streek organiseerden zich al in de 4e eeuw in het gilde van de naiveurs. Ze hadden Saint Nicolas (Sinterklaas) als hun patroon. Het schippersgilde had een monopolie op al het vervoer over de Maas en haar zijrivieren.

Een militair complex met aanlegplaats. Een uitgelezen plek voor het laatste deel van mijn martiale kunsten. Er komt zowaar een militaire tweetonner langs rijden om te zien wat er aan de hand is. Een confrontatie blijft uit. Loos alarm. Wat ik doe zou toch ook wel een bijzonder ingewikkelde vorm van spionage zijn...
 
barrage - stuw
 
 
 
 
 
 




- Jazeker!
Er komt een barrage in zicht en daarachter doemen drie kerncentrales op. Ampsin - het eindpunt van deze etappe. Eerst een kopje thee in een café ergens op de hoek. Er zitten slordige figuren aan de bar, met veel haar, weinig tanden en weinig om handen. Hôtel Le Castellan ligt aan de Chaussée de Liège en die loopt hier voor het café langs. Maar het is een laag huisnummer en ik heb Ampsin al lang en breed achter me liggen als ik voor de zekerheid bij een benzinestation informeer of ik zo goed loop.
- Mais oui!
Het hotel ligt vijfhonderd meter verder. Gewoon doorlopen. Het gaat overigens de goede kant op: naar het zuiden.
Hôtel Le Castellan ligt eenzaam in een uitsparing tussen de verkeersweg langs de Maas en een bergwand. Vlak voor het hotel verdwijnt de trein in een tunnel. Mijn kamer is voor aan de weg en kijkt uit op een levensgrote koeltoren van de kerncentrale. Ik maak een foto - zo'n uitzicht krijg ik nooit weer. Bijzondere plaats voor een hotel. De kerncentrale heet: Centrale Nucléaire de Tihange en hij staat er sinds 1975.
 
 
 
 
 
 


- Mijn maag is niet in orde.
De waard is een rustige man van een jaar of veertig. Hij woont hier met vrouw en twee jonge kinderen. Er zijn geen andere gasten. Ik zit alleen in de eetzaal en de waard zet de TV aan voor de gezelligheid. De warme maaltijd - een aangebrande cordon bleu met frites - is geen succes. Dat ligt niet alleen aan de kok, maar ook aan mij. Weinig trek, hoofdpijn en zweterig. Of het eten niet goed is? Jawel, maar eh ...
- Mon estomac n'est pas comme il faut...
Voor het eerst op deze reis veroorloof ik mij een halve paracetanol. Tijd voor een avondwandeling langs de Maas. Er loopt een smal betonnen fietspaadje tussen Maas en autoweg. Een paar kilometer verder hebben ze een jachthaven aangelegd in een dode Maastak. Er drijft veel dode vis. Door het warme water van de kerncentrales? Op de terugweg kom ik een joggende waard tegen. Inmiddels ben ik aardig opgeknapt en terug in het hotel heb ik zin in eten. Maar ja - er is niets in de buurt en ik durf de baas niet lastig te vallen nadat ik eerst zijn halve maaltijd heb laten staan. Ik eet alles op wat ik aan eetbaars bij me heb en vestig mijn hoop op een stevig ontbijt morgenvroeg.